Foto Stefano Sirotti
Strade Bianche: hoe een koers zonder verleden zichzelf een geschiedenis schonk
Van stoffig experiment in oktober 2007 tot onmisbare voorjaarsafspraak in maart: de Strade Bianche had geen eeuw nodig om traditie te worden. Een terugblik langs modder, grind en de witte wegen van Toscane.
Hoe kan een wedstrijd in mum van tijd een klassieker worden? Dat is een goede vraag. Daarvoor moeten we misschien even terug in de tijd. Want de oorsprong van Strade Bianche ligt bij L’Eroica, een evenement in de heuvels rond Gaiole in Chianti. Dit event was voor de liefhebbers van de ‘koers van weleer’. Een toertocht die de charme van de koers wilde doen herleven. L’Eroica werd opgezet als eerbetoon aan en in de geest van wielerhelden als Merckx, Van Looy en Binda. Deelnemers reden (en rijden nog steeds) op vintage stalen fietsen van soms meer dan 15 kilogram, gehuld in wollen truien en bretellen, over zo’n 125 kilometer slingerende grind- en verharde wegen. Snelheid is niet belangrijk, stijl des te meer.

Het evenement is een succes en dat trok de aandacht van RCS Sport, de organisator van o.a. de Giro d’Italia. Op 9 oktober 2007, enkele dagen na het WK in Stuttgart, vond de eerste professionele editie plaats toen nog onder de naam Monte Paschi Eroica: 180 kilometer, waarvan 60 over onverharde wegen, met veertien ploegen aan de start, waaronder verschillende Italiaanse teams van (pro)conti niveau. Het was een soort experiment, met resultaat. De winnaar is er eentje voor een pubquiz: de Rus Alexandr Kolobnev won de inaugurele editie. Het jaar erop, in 2008 werd de race verplaatst naar het huidige tijdvak in maart. Twee jaar daarna in 2010 kreeg het de naam die we nu kennen: Strade Bianche.
Twee mannen van het eerste uur, Paolo Bettini en Kolobnev werde na de race gequote:
Paolo Bettini, op dat moment wereldkampioen, startte niet maar volgde de koers vanuit een organisatiewagen. ‘Spectacular and unique with all that dust,’ noemde hij het. De zege ging naar Alexandre Kolobnev van Team CSC, die vanuit een vroege vlucht aanviel op de voorlaatste sterrato-sector en solo naar Siena reed. ‘This area is really beautiful, with a lot of olive groves around it,’ vertelde Kolobnev na afloop. ‘It’s a pity that because of the dust I couldn’t see further than 30 metres.’
Startplaats
De koers veranderde nog meer, niet alleen de naam en datum werden anders. Ook het deelnemersveld veranderde. Het werd beter. Waar de eerste editie een veld van veertien bescheiden ploegen telde, groeide de startlijst uit tot een WorldTour-afspraak die klassiekerspecialisten, gravelaars en ronderenners aantrok. Met de verandering van startplek, in Siena op Piazza del Campo werd het plaatje compleet. De finish lag er al een tijdje, maar dat dit centrale plein enkel bereikbaar is via een steile slotklim door de smalle straten van Siena over de Via Santa Caterina, maakt het nu een van de meest herkenbare beelden in het wielrennen.
Fabian Cancellara, drievoudig winnaar in 2008, 2012 en 2016, gaf de koers haar eerste echte heerser en daarmee legitimiteit. Na hem volgden veelzijdige kampioenen: Michal Kwiatkowski won twee keer, Zdeněk Štybar bewees dat positionering en techniek op deze wegen even beslissend zijn als klimkracht. Elke winnaar voegde iets toe aan het verhaal.
Edities om nooit te vergeten
Maart 2016, Via Santa Caterina. Een zwoegende Brambilla leidt de dans, daarachter vechten zijn ploeggenoot Zdenek Stybar, alleskunner Fabian Cancellara en Wereldkampioen Peter Sagan een eigen gevecht. Brambilla ziet ze dichterbij komen en op 200 meter is hij ‘de sjaak’. De aanstormende beer van Bern kan hij niet tegenhouden. Styber wil graag, maar komt niet voorbij de Zwitser, die de laatste bochten zichzelf breed houdt en op het laatste, aflopende stukje, niemand meer voorbij laat gaan. Strade Bianche is van hem, voor de 3e keer. En als bonus wordt de gravelstrook Monte Santa Marie naar hem vernoemd.
Het is 3 maart 2018 als de hemel boven Toscane besluit dat de witte wegen vandaag niet wit zullen zijn. Regen geselt het peloton al voor de eerste sterrato-sector, en wat ooit gepulveriseerd krijtsteen was, verandert in zuigende, donkerbruine klei. Van de 140 gestarte renners zijn er na het tweede onverharde segment nog zeventig over. Op sector 8, een strook van 11,5 kilometer met steile hellingen en verraderlijke afdalingen, rijden Romain Bardet en Wout van Aert weg uit wat rest van de kopgroep. Achter hen, vanuit een groep van 25 achtervolgers, trekt Tiesj Benoot van Lotto Soudal een lijn in de modder. Tussen de achtste en negende sector overbrugt hij het gat, rijdt door, en soleert naar Piazza del Campo in Siena. Zijn gezicht is onherkenbaar onder de klei. Zijn eerste profzege is een grote. Dat het achteraf meer over de pijnlijke laatste meters van Van Aert gaat, doet de prestatie van Benoot geen recht.
“In België worden journalisten helemaal gek als een jonge renner mooie resultaten boekt, dus ik voelde wel enige druk om een eerste overwinning te behalen”, zegt Benoot achteraf. “Ik heb altijd gezegd dat het er op een dag wel zou komen, en ik zal niet veel wedstrijden winnen, maar als ik win, kan het een grote zijn.”
Die editie van 2018 was er eentje voor de boeken. Zeker voor Vlaanderen, met winst en twee podiumplekken. Het is slechts één van de mooiste edities
Als 2018 het bewijs was dat Strade Bianche kon overleven in modder en chaos, dan was de editie van 2021 het er eentje die ook in de geschiedenisboeken kon. Mathieu van der Poel, toen rijdend voor Alpecin-Fenix, leverde op 6 maart van dat jaar een demonstratie die iedereen weer eens liet verbazen.
Met vijftig kilometer te gaan vormde zich een elitegroep van acht: Van der Poel, Julian Alaphilippe, Van Aert, Tadej Pogačar, Tom Pidcock, Egan Bernal, Kevin Geniets en Michael Gogl. Op twaalf kilometer van de finish versnelde Van der Poel met een inspanning (van naar later bleek 738 watt over zestig seconden), toen nog genoeg om,Pogačar, Pidcock en Van Aert te lossen. Een trio bleef over: Van der Poel, Alaphilippe, Bernal.
Op de slotklim via Santa Caterina, met nog 600 meter te gaan, plaatste Van der Poel zijn tweede aanval. Twintig seconden lang trapte hij gemiddeld 1.000 watt, met een piek van 1.362 watt. Alaphilippe hield enkele tellen het wiel vast, maar Van der Poel groef simpelweg dieper. Hij won met vijf seconden voorsprong op Alaphilippe, twintig op Bernal.
“In deze race wint altijd de sterkste, en dat was vandaag Mathieu”, vatte Van Aert het samen. “Zijn versnelling op dat laatste grindstuk sprak boekdelen.”
Over de volledige race, bijna vijf uur lang, noteerde Van der Poel een genormaliseerd vermogen van 389 watt, oftewel 5,19 watt per kilogram. Op een parcours dat oud oogt, werd gekoerst aan volstrekt hedendaagse intensiteit.
In de editie van 2024 was het eigenlijk meer vooraf dan tijdens de race wat we ons zullen herinneren. Tadej Pogacar, die na 2021 een metamorfose heeft ondergaan en iedereen er nog harder oplegt dan ervoor kondigt aan dat hij gaat aanvallen. Niet alleen dat hij dat gaat doen, maar ook waar/wanneer. En aldus geschiedde. De dominante Pogi kwam, zag, overwon en arriveerde helemaal alleen op het Piazza del Campo na een monstersolo. De eerste van velen. En velen die zijn voorbeeld volgden.
Jonge traditie
De Strade Bianche is inmiddels langer in kilometers, hoewel de editie van 2026 iets is in gekort. De strade wordt alom erkend. In 2024 en 2025 domineerde Tadej Pogačar met marges die normaal voorbehouden zijn aan tijdritten: twee minuten en 44 seconden voorsprong in 2024, een minuut en 24 seconden in 2025 MET val, over een parcours dat was verlengd tot 231 kilometer. De koers trekt al jaren de allerbeste renners ter wereld, ongeacht specialisatie.
De Strade Bianche heeft monumentale allure verworven en is inmiddels negentien jaar oud. Waar de meeste grote koersen decennia nodig hadden om hun plek te veroveren, deed deze wedstrijd dat in korte tijd door het unieke parcours en de sterke winnaarslijst.
Winnaars op een rijtje
| Jaar | Winnaar |
|---|---|
| 2007 | Alexandr Kolobnev |
| 2008 | Fabian Cancellara |
| 2009 | Thomas Lövkvist |
| 2010 | Maxim Iglinsky |
| 2011 | Philippe Gilbert |
| 2012 | Fabian Cancellara |
| 2013 | Moreno Moser |
| 2014 | Michał Kwiatkowski |
| 2015 | Zdeněk Štybar |
| 2016 | Fabian Cancellara |
| 2017 | Michał Kwiatkowski |
| 2018 | Tiesj Benoot |
| 2019 | Julian Alaphilippe |
| 2020 | Wout van Aert |
| 2021 | Mathieu van der Poel |
| 2022 | Tadej Pogačar |
| 2023 | Tom Pidcock |
| 2024 | Tadej Pogačar |
| 2025 | Tadej Pogačar |
| 2026 | [Not yet held] |