Etappe 2 – Pakken voor Papa

Nice – Nice – 186km – Bergrit

“Fietsen is mijn medicijn” – Jan Janssen

 

Al sinds de bekendmaking van het parcours had hij deze etappe omcirkeld. Na etappe 1 zouden de tijdsverschillen normaliter niet al te groot zijn en dus lag dat felbegeerde gele tricot in het verschiet voor diegene die in etappe 2 als eerste de meet wist te passeren.

Het was een dag van veel klimmen en dalen, draaien en keren, een kolfje naar zijn hand. Maar waar zijn zelfvertrouwen bij de bekendmaking van het parcours nog torenhoog was, kon hij niet ontkennen dat het in de voorbije maanden enkele deukjes had opgelopen.

Normaal gesproken had hij al een paar klinkende overwinningen op zak gehad dit jaar, maar een nieuwe generatie renner meldde zich aan het front en ook hijzelf had genoeg zaken aan zijn kop naast de sluier die corona over de wereld heen wierp.

Op 29 juni overleed zijn papa Jo. Orkestleider, Muzikant, rolmodel en zijn grootste fan (op zijn opa na misschien). Een jaar daarvoor had papa nog mee mogen maken hoe hij het grootste deel van ‘hun’ Tour in de maillot jaune bleef koersen, aanval na aanval wist af te stoppen en heel Frankrijk weer even liet dromen. Op de Champs-Élysées, zittend in een rolstoel, volgde een innige omhelzing tussen vader en zoon. De tranen vloeiden rijkelijk. Jo was toen al ernstig ziek en beiden wisten dat dit waarschijnlijk de laatste Tour was die ze samen zouden rijden.

Was het gek dat Julian Alaphilipe bijna een maand later niet op het toppen van zijn kunnen presteerde? Was het enkel mentaal of was ie fysiek gezien gewoon nog niet waar hij moest en wilde zijn.

Op de stoffige wegen van de Strade Bianche begin augustus was hij duidelijk nog niet op de afspraak. Toen Fuglsang een solo versnelling inzette moest hij het laten lopen en met lede ogen toezien hoe een groep sterkere renners zou gaan strijden om de eindzege die met overmacht naar de jonge oud-veldrijder Van Aert zou gaan.

Met Van Aert zou hij een paar dagen later strijden om de eindzege in Milaan-Sanremo. De koers die hij in 2019 al op superieure wijze wist te winnen. Maar zijn tegenstander leek wel van een andere planeet. Al vroeg op de Poggio maakte de welbekende onrust zich weer meester van hem en besloot hij de duivels onder te binden. Hij pushte tot de top, had een klein gaatje, maar in de afdaling zag hij al gauw dat de Belg gehuld in het geel van Jumbo alweer in zijn wiel zat. Er zat niets anders op dan samen naar de meet te rijden. Het verraste hem toen Van Aert als eerste op zo’n 200 meter aanging, maar hij wist zijn wiel te behouden en dacht een halve seconde dat hij er nog overheen zou komen. Maar Wout bleek een maatje te groot.

Wout kende hij overigens nog vanuit zijn vorige carrière als veldrijder. In het Europees Kampioenschap van 2012 werd hij derde, twee plekken beter dan zijn noorderbuur Wout.

Enfin. Het is de Tour, de tweede etappe, Wout moet hopelijk zijn team Jumbo bijstaan en hij is zelf allang blij dat hij de spekgladde rit van gisteren zonder kleerscheuren is doorgekomen. Zoals altijd was er binnen het team weinig discussie over hoe ze de etappe zouden aanvliegen. Controleren waar nodig, genadeloos toeslaan op het juiste moment.

Julian heeft bij de start van de etappe even niet door waarom de strijd al zo hevig losbarst en via de oortjes hoort hij dat Sagan betrokken is bij de ontsnapping. Ah, le sprint intermediaire ligt al op 16 km van de start en monsieur Sagan heeft natuurlijk zijn zinnen gezet op de maillot vert. Er volgt wat discussie binnen de ploeg of ze het gat niet moeten dichtrijden om zo ploegmaat Bennett in de buurt te houden en te voorkomen dat de Slowaak al in de beginfase van deze ronde teveel punten zal verzamelen. Maar men laat het begaan. Het doel voor hemzelf en de ploeg ligt vandaag hoger.

Nadat het ploegje hardrijders zich heeft gemengd om de tussensprint zet het gele team van Jumbo zich op kop om de wedstrijd te controleren. Hij begreep niet zo goed waarom Jumbo zo vroeg al het vuile werk in de koers wilde opknappen, maar zolang het gat met de koplopers niet te groot zou worden vond hij het niet erg.

Op de enige echte grote klim van de dag ziet hij de sympathieke Noor Kristoff in een volledig opengeritste en ietwat strak zittende gele trui door het ijs zakken en hevig zwetend in omgekeerde richting het peloton uit bewegen. Vanavond zal er iemand anders in het geel de pers te woord staan en de bloemen tweemaal in ontvangst mogen nemen. Bovenop de klim heeft hij een heel kort moment van bezinning, waar het gisteren hondenweer was, de kou en de gladheid het peloton had lamgelegd, straalt de koperen ploert en hij is blij om weer in zijn Frankrijk rond te mogen rijden. Maar hierna volgt gelijk de messcherpe focus. Hij merkt dat hij onrustig begint te worden. De benen staan op spanning. Goeie spanning. Nog altijd doet de gele brigade het werk op kop, maar via de boordradio is duidelijk dat zijn jongens klaarstaan om de verantwoordelijkheid van de koers te dragen. Met nog 40 kilometer te gaan beginnen ze aan de klim van de Col d’Eze, 7.8km aan 6.1%. Deze klim zullen ze ongeveer 10 km voor het einde nog eenmaal tot de helft op fietsen en bij de Col de Quatre Chemins afslaan richting Nice. Nog 40 kilometer tot de meet… Het kriebelt. Hij was wel eens eerder aangegaan, zoals in 2018 in de Tour waarin hij de rit naar de Col de la Colombière wist te winnen. Hij voelt zijn energie verder oplopen en begint steeds nerveuzer te worden. Hou je rustig, Julian. Hou je rustig. Vertrouw op je team. Dit is de tour. Wachten is winnen.

Nog steeds leidt het geel van Jumbo de dans in de afdaling en in de aanloop naar de voet van de slotklim. Hij zit heerlijk van voren en hoort enkel op de achtergrond het gekletter van een fiets, wat later Daniel Martinez blijkt te zijn die een paar weken eerder nog de Dauphiné wist te winnen. Ongeacht zijn goeie positie binnen het peloton groeit zijn onrust en hij wordt even wat minder enthousiast wanneer hij zijn angstgegner van 2020 met volle focus in de gele trein naast hem ziet rijden. Zou hij dan toch mogen? Niet meer over nadenken. We zijn bijna bij de voet van de slotklim.

Nog dit bochtje door en JA! COME ON! Daar ging hij, Hij vond niets mooiers dan met zijn befaamde punch weg te springen uit een door de zwaartekracht tot stilstand gedwongen peloton. Staand, duwend, trekkend maar vooral dansend op de pedalen voelt hij de inspanning maar ook de mentale energie die dit gevoel hem geeft. Hij kijkt heel kort achterom en ziet een zwartwitgeklede knul van Sunweb die met hem mee is gesprongen, maar daarachter lijkt de gele trein dan eindelijk toch ontspoord. Van Aert mag vandaag dus toch niet. Hij weet als geen ander dat de eerste momenten van zo’n aanval beslissend zijn. Dat je afstand moet pakken tot de grotere groep daarachter. Dat je ze aan het twijfelen moet zetten. Die Sunweb-knul zat er nog steeds, met zijn tweetjes naar de finish? Hij had het eerder gedaan. Maar wat is dit? Daarnet was de weg achter hen nog leeg en nu zit daar ineens die ene Yates van Mitchelton in zijn wiel. Iedereen in het peloton, inclusief Yates zijn teamgenoten, waren al opgehouden met proberen deze jongens uit elkaar te houden en hoewel er dit jaar maar eentje meedeed waren ze altijd voor iedereen één pot nat. Esteban Chaves vertelde hem eens dat de ene een litteken op zijn kin heeft en de ander een wat breder voorhoofd, beide kenmerken waar je weinig aan hebt bij een sport waar het dragen van een hoofddeksel verplicht is. Naar het schijnt fietst de ene tegenwoordig met een bril met een zwart frame en de andere met een bril met een geel frame. Maar wie van de twee dan welk frame heeft… Gewoon Yates. Beiden klein, beiden venijnige klimmers, beiden met een puik palmares en beiden liever niet in je wiel op een beklimming in de Tour om ritwinst.

Een menage à trois dus, daar was hij niet per se op tegen maar het maakte de eindsprint wat complexer. Yates probeert niet geheel verrassend nog wat op de klim, en hij weet ook nog de 8 boni’s op de top te pakken. Maar hij slaat geen gat en gedrieën duiken ze de afdaling in op weg naar de eindstreep in Nice. “Vingt secondes!” “Vingt secondes!” hoort hij door z’n oortje en ziet hij staan op het krijtbord van de gele motard van de organisatie. Twintig seconden op het pak bloedhonden daarachter. Voluit was toch de enige stand die hij kende in een afdaling. Doordraaien, de samenwerking loopt soepel, de jonge Sunweb-jongen op de bovenbuis, die kan er ook wel wat van. Marge opbouwen en door blijven draaien. Daar is de flamme rouge, nog even de kop overnemen om de boel in gang te houden. Nog 700 meter, mmm van kop af de sprint aangaan lijkt me niet handig… Dus, even de beentjes stil en de schoentjes zogenaamd ‘vastzetten’, achterom kijken, nog geen achtervolgers en kijk, die ene Yates neemt de kop over. Wiel gevonden, missie geslaagd. Nog 400 meter, veel kijken, veel zwieren, hoe straf zou de sprint van die Sunweb-knul zijn? Nog 300 meter, en daar komt de achtervolgende groep op volle snelheid aan. “Vite, vite” schreeuwt hij die ene Yates toe die nog luistert ook en op de pedalen gaat staan om weer tempo te maken.

Tweehonderd meter, nog, Yates houdt iets in. NU is het MOMENT! Hij duikt weg uit het wiel van Yates naar de andere kant van de weg en werpt bij 150 meter een vliegensvlugge blik over zijn schouder en ziet dat hij een gat heeft tot de man in het zwartwit, een groot genoeg gat lijkt het, maar te klein om vroeg te juichen, nog 100, nog 50, nog 25, verzuring. Daar verschijnt een wiel naast hem, het zou toch niet, deze is voor hem toch? Hij geeft nog een laatste punch en weet het dan zeker! Victoire! Hand naar de mond en dan naar de hemel zijn blik achterna. Zijn eerste van het jaar, het geel, het hele land juicht en hij daarboven ook.. Tranen krijgen de vrije loop. Hij is trots, dat weet hij zeker.

Hierna: Etappe 3: Duveltje – Doosje


Schrijf je in op onze nieuwsbrief!



Of doneer! (*verantwoording)

Bedrag



Piet Driessen