Foto a.s.o./oman cycling association/aurélien vialatte
Vanuit de Service Course: zo veranderen innovaties het profpeloton
Het is 3 oktober 2021 als de kasseien van Noord-Frankrijk glimmen onder een laag modder en regen. Sonny Colbrelli, 31-jarige Italiaan van Bahrain-Victorious, stampt als eerste over de wielerbaan van Roubaix. Onder zijn fiets draaien tubeless-banden, een Continental GP5000S TR, opgebouwd met latex-sealant in plaats van de lijm waarmee generaties profs hun tubulars aan het velgbed plakten. De keuze van zijn mechanieker levert een meetbaar voordeel op. Volgens rolweerstandstests van Lennard Zinn voor Velo verbrandt nummer drie van de koers, Mathieu van der Poel, toen nog op klassieke tubulars, naar schatting 19 watt méér alleen al aan bandenrolweerstand. In de cross werkt het als een trein, maar in de koers zijn de kansen gekeerd. Overigens had dit verhaal een totaal andere wending gekregen als niet Colbrelli, maar Gianni Moscon zijn voorsprong had omgezet in winst. Dan hadden we het wel over zijn setup gehad, maar dan in andere termen. Nu was het vooral de tubeless vs tubular, Colbrelli vs Van Der Poel.
We staan weer aan de vooravond van de voorjaarsklassiekers. Hét moment waarop het materiaal echt getest gaat worden en soms ook het moment dat nieuwe foefjes hun intrede doen in het profpeloton. In 2026 hebben we nog geen specifieke materiaal keuzes gezien die daaronder vallen, maar wie weet? We hebben overigens wel de ondergang van het GRAVAA systeem meegemaakt. Dat had geen technische reden, maar vooral een financiële achtergrond.
In dit artikel kijken we nog even naar een paar grote materiaalveranderingen in het afgelopen decennium.
Tubular aan een draadje
De tubular was meer dan een eeuw de standaard in het profwielrennen. De band die eind 19e eeuw werd geïntroduceerd kon leeg doorgereden worden zonder van de velg te schieten. Exact de veiligheidsmarge die geen clincher of tubeless-systeem kon evenaren. Dat bleek op een gegeven moment meer een mentale voorsprong dan eentje die door testen ondersteund wordt. Tubular geeft meer rolweerstand en als je lek rijdt, dan ben je sowieso aangewezen op nieuwe tubes. Josh Poertner, de huidige CEO van Silca, liet al eens doorschemeren in een interview wat de reden was van de tragere tubular setups: ‘het is de hysteresis in de lijm. In een werelduurrecord met Wiggins hebben we eens epoxy gebruikt om de tubes vast te maken, dat ging als een trein. Enige nadeel: je kon de wielen daarna weggooien want je kreeg de banden er nooit vanaf’.
Na Roubaix 2021 verschoof de focus nog harder richting tubeless. Beide winnaars, Colbrelli bij de mannen en Lizzie Deignan bij de vrouwen, reden tubeless. Mechanieker Valentin Omont van Liv Jayco AlUla verklaarde achteraf dat moderne inserts dezelfde ‘run-flat’-capaciteit bieden als de tubular ooit deed. Meetgegevens over rolweerstand en lekbestendigheid vielen in het voordeel van tubeless uit.
In 2024 was Cofidis de laatste WorldTour-ploeg die tubulars meebracht naar de Tour de France. Een jaar later, in 2025, was de transitie compleet. Geen enkele ploeg plakte nog een tubular voor de grootste ronde ter wereld. Of dat uiteindelijk gedreven wordt door betere testdata of misschien ook wel door de behoefte van wielfabrikanten om andere type wielen en setups te verkopen (waar de tubeless band het goed op doet), dat blijft altijd in het midden.
Tubeless kwam nog wel even onder druk te staan vanwege de hookless wielen die zorgden voor plotselinge aflopers. Dat had meer met hooked vs hookless te maken.
Schijfremmen: eentje voor de liefhebbers
De invoering van schijfremmen duurde wat dat betreft langer en zorgde voor meer discussie. Schijfremmen waren in de off-road disciplines al eerder gemeengoed, hoewel we bijvoorbeeld in cyclocross op het WK 2015 nog een Vlaamse renner met cantilever remmen zagen rondrijden. In MTB waren schijven vanwege remkracht en controle al lang de standaard. Op de weg begon de UCI in 2015 met beperkte testperiodes. UCI-voorzitter Brian Cookson benadrukte dat de introductie de sport aantrekkelijker moest maken zonder de veiligheid te compromitteren.
Na het voorseizoen van 2016 kwam het plan tijdelijk tot stilstand. Tijdens Parijs-Roubaix 2016 liep Fran Ventoso van Movistar een snijwond op die aanvankelijk werd toegeschreven aan een schijfremrotor. De trials werden stilgelegd. Een peiling uit 2017 toonde aan dat 40% van de profrenners volledig tegen schijfremmen was, nog eens 40% wilde eerst betere beschermingsmaatregelen. Het hele #savetherimbrake kwam ergens vandaan.
Adam Hansen, de excentrieke Australiër van Lotto-Soudal en stem van de rennersvakbond CPA, verwoordde de vrees scherp: “If that happened to me, I would not be riding disc brakes.”
Toch draaide het tij. Tom Boonen boekte de eerste profzege op schijfremmen bij de Vuelta San Juan in 2017. Datzelfde jaar won Marcel Kittel een Tour de France-etappe op discs, de eerste ooit in een grote ronde. Na de finish noemde de Duitser het “a good step forward in technology development, especially with the rain today.” Wat hij niet vermeldde: zijn wielwissel eerder in de etappe, na een lekke band op de tweede rit, duurde merkbaar langer dan bij een conventioneel velgremwiel. Dat was lange tijd de grote klacht. Wielen met velgrem kon je in enkele seconden wisselen. Een schijfrem vergt toch al snel 10-15 seconden, als het niet meer is.
Op 1 juli 2018 autoriseerde de UCI schijfremmen definitief voor alle wegkoersen. De Service Course-test was gehaald, zij het met een kanttekening rond serviceability die pas later, met betere doorsteekassen en gestandaardiseerde rotoren, verdween.
Nog één keer: de voorderailleur die mogelijk verdwijnt
Het 1x-aandrijfsysteem kende een opvallend grillig adoptietraject. In 2018 reed Aqua Blue Sport als eerste profploeg exclusief op 1x-fietsen, de 3T Strada. Het experiment leverde weinig sportief succes op. Ploegeigenaar Rick Delaney gaf op sociale media toe: “This lab rat thing is costing us results.” De ploeg verdween aan het einde van het seizoen, maar of dat per se met de 1x setup te maken had, das een tweede.
Vijf jaar later zette Jonas Vingegaard, 26-jarige Deen van Team Visma | Lease a Bike, zijn Cervélo S5 aan de start van de Tour de France 2023, met één kettingblad. Het verwijderen van het voorblad en de derailleur bespaarde circa 250 gram en verbeterde de luchtstroom rond de trapas, net genoeg om de aerodynamische fiets op de UCI-limiet van 6,8 kilogram te krijgen. Ploeggenoot Wout van Aert deed hetzelfde.
Het verschil met 2018: bredere cassettes, een ketting die beter blijft liggen en een profploeg die de technologie inzette als tactisch instrument in plaats van als alles-of-niets-filosofie. Bij Lidl-Trek bevestigden renners Mads Pedersen en Alex Kirsch in 2025 dat ze “nooit meer terug willen naar 2x” voor de klassiekers, waar ze de SRAM XPLR-groepset gebruikten.
Met de introductie van het Classified systeem, waarbij de 2x schakelfunctie eigenlijk in de achternaaf wordt verwerkt, is de 1x setup wellicht helemaal verleden tijd. In het profpeloton lijkt dat steeds sterker het geval, maar voor de amateur is de classified setup nog een station of twee te ver, al is het alleen maar vanwege kosten.
Wireless revolution
De overstap naar draadloze schakelsystemen verliep opvallend geruisloos vergeleken met de andere discussies over materiaal. SRAM introduceerde de volledig draadloze Red eTap in 2015, gevolgd door het 12-speed AXS-platform in 2019. Profmechaniekers, aanvankelijk sceptisch over batterijduur en signaalstoring, ontdekten een onverwacht voordeel: geen kabels meer door geïntegreerde cockpits hoeven routeren. Dat maakte fietsen met interne bekabeling, jarenlang een nachtmerrie in de Service Course, plotseling eenvoudig te onderhouden. Toch zijn er nog wel wat op- en aanmerkingen op draadloos/elektrisch schakelen. Want hoewel in een groter geheel minimaal zien we toch wel eens een batterij wissel in de wedstrijd en komen ons verhalen toe van batterijdrama in (off-road)races. Zeker in het geval van een Shimano setup kan een kapotte batterij einde race betekenen. Bij SRAM kun je dan nog even switchen.
De lancering van Rival eTap AXS in 2021 bracht dezelfde schakellogica naar een lager prijssegment. Zwaarder door aluminium in plaats van carbon, maar met identieke betrouwbaarheid. Voor het eerst was de kloof tussen de Service Course-vrachtwagen en de clubgarage meetbaar klein.
De meetlat voor materiaal
Materiaalverandering is niet voor iedereen weggelegd. Veelal gebruiken renners wat ze fijn vinden rijden. Als het op kleding aankomt, zweren renners soms bij een bepaalde zeem. Als het op zadels aankomt, zie je ook voorkeuren. Zadel maak koning Piet Van Der Velde van Ere Research kan daar een avond aan verhalen mee vullen. Maar vaak is het de winnaar die gelijk heeft en die zorgt voor een verschuiving. In het geval van de schrijfrem deed Egan Bernal ooit nog wel een gooi om dat adagium te doorbreken. Zijn afdaalskills in de regen met VELGremmen, zorgden voor een revival. Maar rap daarna was het gedaan.
We wachten met smart op de volgende innovatie. Zij het in voeding, in kleding (iemand nog een aerohelm?) of andere dingen op de fiets. Wat dat betreft is de aerofiets van FACTOR een mooie om te zien of die door gaat sijpelen naar anderen.