“Op de avond van 1 oktober 1910 maakte ik een van mijn mooiste vluchten. Ik vloog voor de eerste keer alleen, in een tamelijk sterke wind met venijnige vlagen.” (Uit: ‘The intoxication of flight’, door Marie Marvingt. In: Collier’s Magazine, 30 september 1911).

Felix Constant Marvingt is al 48 jaar als zijn vrouw Elisabeth bevalt van een dochter. Felix en Elisabeth noemen haar Marie, en Felix, ambtenaar en sportfanaat, laat zijn dochter zo snel mogelijk kennismaken met de niet te overtreffen genoegens van de lichaamsbeweging. Als Marie vijf is, zwemt ze zo’n vier kilometer per dag, en tien jaar later kanoot ze van Nancy naar Koblenz. Solo, zo’n vierhonderd kilometer.

De familie Marvingt woont in Aurillac, maar verhuist al snel naar Metz, dat dan deel uitmaakt van het Duitse Keizerrijk. In Metz sterft Elisabeth Marvingt. Vanaf dat moment heeft Marie, veertien pas, de leiding van het huishouden dat naast haar en haar vader ook nog bestaat uit een jonger broertje. In de schaarse vrije tijd die haar nog overschiet, sport ze en leest ze als een bezetene: met name boeken van ontdekkingsreizigers en wetenschappers hebben haar interesse.

In Nancy, waar de familie na Elisabeths dood naartoe verhuist, groeit Marie Marvingt uit tot een sportlegende. In 1905 zwemt ze de hele lengte van de Seine af, inclusief het deel dwars door Parijs – de kranten noemen haar ‘De Rode Amfibie’. Twee jaar later wint ze een internationale schietcompetitie en verder doet ze ook nog aan waterpolo, paardrijden, atletiek, boksen, vechtsporten, schieten, tennis, golf, hockey, voetbal, skiën, schermen, kleiduivenschieten, bobsleeën en bergbeklimmen (ze is op talloze Alpentoppen de eerste vrouw ooit die die top ziet); alles in min of meerdere mate succesvol. Voor al die prestaties ontvangt ze op 15 maart 1910 een gouden medaille van de Académie des Sports. Ze is de enige persoon ooit die die onderscheiding ontving vanwege successen in meer dan één sport.

Als ze niet sport, verdiept Marie zich in circuskunst, hypnose en taxidermie.

Kortom, Marie Marvingt is een homo universalis sportivus.

In de zomer van 1908 meldt Marie zich bij de organisatie van de Tour de France. Ze heeft de berichtgeving rond de vorige Tours met toenemende opwinding gevolgd en nu is de tijd gekomen om zelf deel te nemen.

Waarom?

Marie Marvingt zal antwoorden: omdat het kan.

Marie heeft geen ploeg, maar dat hoeft niet uit te maken: individuelen zijn dan nog van harte welkom in de Tour. Vrouwen echter niet.

Maries aanvraag wordt afgewezen, maar Marie Marvingt houdt niet van afwijzingen: zij komt eenvoudigweg aan de start, al is het dan niet de start van de mannenwedstrijd, maar achter de mannen aan. Iedere dag fietst ze in eenzaamheid het exacte parkoers van de etappe, komt vaak ’s nachts pas aan in de verlaten etappeplaatsen en kan nimmer profiteren van de zuigende werking van een peloton. En het ongelofelijke gebeurt: Marie maakt de wedstrijd, haar eigen wedstrijd vol, iets wat maar 36 van de 114 starters van de echte koers haar kan nazeggen.
De koers bekoort haar, maar Marie Marvingt heeft niet snel genoeg: het moet sneller, harder, gevaarlijker, beter. Ruim een jaar na haar Eenzame Tour zit ze naast de bekende vliegenier Roger Sommer voor het eerst in de cockpit van een vliegtuig. En ze weet onmiddellijk: dit is het, dit is mooier dan al het voorgaande.

Het is trouwens niet haar eerste keer in het luchtruim. Marvingt is al sinds het begin van de eeuwwisseling een veelbekroond ballonvaarder. Een jaar voor haar Touravontuur piloteert ze in haar eentje haar ballon L’Etoile Filante (de Komeet) over Het Kanaal.

Het hele jaar 1910 studeert ze voor piloot in een heus vliegtuig bij Hubert Latham. Marie wil de eerste vrouw worden die solo een vliegtuig bestuurt. Natuurlijk lukt dat. Desondanks zal ze de Femina Cup, de belangrijkste wedstrijd voor vrouwelijke piloten, nooit winnen: daarin moet zij het jaar na jaar afleggen tegen vrouwen als Helene Dutrieu en Raymonde De la Roche.

In 1914 houdt de Femina Cup op te bestaan: vanaf dat moment is louter voor het plezier vliegen er even niet meer bij.

Zodra de Eerste Wereldoorlog ontbrandt, wil Marie meestrijden. Om dat te mogen doen, verkleedt ze zich als man en dient aan de frontlinie als soldaat Tweede Klasse in het 42e Bataljon. Haar bedrog wordt ontdekt – natuurlijk wordt haar bedrog ontdekt – en soldaat Marvingt wordt stante pede naar huis gestuurd.

Ze wordt echter al snel teruggeroepen naar het front, door niemand minder dan Ferdinand Foch, een van de grote bazen in het Franse leger. In de Dolomieten neemt ze deel aan militaire operaties van de zogenaamde Alpinetroepen, maar al snel verhuist ze naar de luchtmacht: begin 1915 wordt Marie Marvingt de eerste vrouw die als vliegenier aan de oorlog deelneemt, wanneer zij met een bommenwerper over Duits grondgebied vliegt. (Na de oorlog zal Marie een Oorlogskruis ontvangen voor haar bijdrage aan het bombardement van een militaire basis in Metz.)

Wanneer de oorlog achter de rug is, is Marie Marvingt in de veertig. Te oud om te sporten. Ze besluit de rest van haar leven te wijden aan haar eigen uitvinding: de luchtambulance.

Al een decennium eerder is ze op het lumineuze idee gekomen om kleine vliegtuigjes als vliegende ziekenwagens te gebruiken. Ze ontwierp destijds zelfs een testmodel, met hulp van monsieur Becherau, de belangrijkste ontwerper van de Deperdussin-vliegtuigfabrieken. De test destijds was een succes, maar bij de ontwikkeling was alles misgegaan wat mis kon gaan: fabriekseigenaar Armand Deperdussin verdween met het ingezamelde luchtambulancegeld en liet het familiebedrijf doelbewust failliet gaan. Het zou vijf jaar duren voor Deperdussin schuldig bevonden werd. Weer later, in 1924, toen de schaamte Armand Deperdussin van binnenuit had leeggegeten, pleegde de vliegtuigbouwer zelfmoord.

Marie Marvingt wijdt een groot deel van de tweede helft van haar leven daadwerkelijk aan de verdere ontwikkeling van wat inmiddels aeromedische evacuatie was gaan heten. Ze spreekt op meer dan 3.000 conferenties en seminars, organiseert het eerste Internationale Congres over Medische Vliegerij en wordt in 1935 flight nurse.

De eerste ter wereld, vanzelfsprekend.

Marie maakt twee documentaires over de ontwikkeling en het gebruik van luchtambulances: ‘Reddende vleugels en ‘Gered door de Duif’.

Naast al die werkzaamheden schrijft ze – onder het aan Victor Hugo’s Les Miserables ontleende pseudoniem Myriel – proza en prijswinnende poëzie.

Omdat het kan.

Marie Marvingt sterft in 1963, op 88-jarige leeftijd. Twee jaar eerder is ze nog van Nancy naar Parijs gefietst. Omdat het… precies.

Het beeld van haar dat ook nu nog af en toe opduikt, is een schets van Emile Friant uit 1914. Op die tekening zit Marie Marvingt samen met een anonieme dokter gehurkt naast een anoniem oorlogsslachtoffer. Achter hen, ietwat vaag, als de droom die het lang was, een vliegtuig met rode kruisen op de vleugels geschilderd.


Schrijf je in op onze nieuwsbrief!



Of doneer! (*verantwoording)

Bedrag