Wielercultuur

Roland Liboton: Van 9-Jarige Merckx-Fan tot Negenvoudig Belgisch Kampioen Veldrijden

De start van de carrière van Roland Liboton lijkt rechtstreeks te zijn overgenomen uit een jongensboek. Zo een dat eigenlijk met net iets te veel fantasie is geschreven om helemaal geloofwaardig te kunnen zijn. Soms overtreft de werkelijkheid nu eenmaal elke vorm van fictie.

Negen jaar is hij nog maar en ‘zot’ van de koers, net als zijn familie, als de jonge Roland regelmatig op de stoep voor zijn ouderlijk huis in het Brabantse Aarschot te vinden is. Niet omdat hij zich verveelt of na een koppige bui door pa en ma de straat op is gestuurd, maar omdat zijn idool misschien wel binnen enkele momenten de straathoek om kan komen fietsen. Het gezin Liboton heeft ontdekt toevallig te wonen langs het vaste trainingsrondje van de renner, die dan nog maar net prof is, zijn eerste Milaan-Sanremo al gewonnen heeft en weldra zal uitgroeien tot de beste. Niemand minder dan Eddy Merckx rijdt met enige regelmaat door de straat, wanneer hij geen wedstrijd op het programma heeft staan en plichtsgetrouw zijn kilometers in zijn thuisomgeving – ‘De Kannibaal’ woont op dat moment in Sint-Pieters-Woluwe; hemelsbreed nog geen dertig kilometer verderop – afwerkt.

Merckx grootste fan

Merckx kan niet stoppen voor elke groetende fan, maar voor de nog maar 9-jarige knul die hem immer enthousiast begroet, maakt Merckx  een uitzondering. Dan last hij een korte pauze in om even een paar woorden met Roland te wisselen. Natuurlijk wil die later zelf ook renner worden en, als er dan toch groot gedroomd mag worden, het liefste net zo goed als zijn grote idool. Die raadt hem enkele jaren later aan zich eens te melden bij de dan net opgerichte wielerschool in Merckx’ geboorteplaats Meensel-Kiezegem. Met de goedkeuring van zijn ouders schrijft Roland zich in en loopt al snel het volgende idool tegen het lijf. Frans Verbeeck, dan zelf nog prof, rijdt wel eens mee met de jonge talenten. Als de voormalige winnaar van de Ronde van Vlaanderen tijdens een tocht door de Belgische bossen pardoes uit het wiel wordt gereden door de steeds grotere en sterkere Liboton, is zijn oordeel duidelijk. Roland moet gaan crossen. Verbeeck geeft precies het laatste zetje in de juiste richting. Het advies zal Liboton vele zeges en titels opleveren.

Stoppen met school

In zijn tienerjaren krijgt de latere kampioen zelfs de permissie van zijn ouders vroegtijdig een punt achter school te zetten. Liboton mag zich van pa en ma volledig storten op een carrière als veldrijder. Een risico natuurlijk, maar de keuze betaalt zich al snel uit. De Belg rijgt de zeges aaneen. Eerst bij de junioren, vervolgens als amateurrenner en wanneer Liboton aan het einde van de jaren ’70 een profcontract vergaart bij de Marc Zeepcentrale-ploeg, zet hij die lijn onmiddellijk voort. De quizvraag ‘noem alle Belgische nationale veldritkampioenen van de jaren ‘80’ is dan ook een instinker. Het is er maar een. Liboton. Van 1980 tot en met 1989 is hij steevast ieder jaar de beste in de strijd om de zwart-geel-rode driekleur. Concurrenten als Robert Vermeire, Johan Ghyllebert en wat verderop in het decennium Paul De Brauwer en Ivan Messelis worden er moedeloos van. Zonder de aanwezigheid van Liboton zouden zij meerdere kampioenstruien hebben kunnen verdelen, maar de harde realiteit is dat ze immer genoegen moeten nemen met een van de lagere treetjes op het erepodium. Ook in mondiaal opzicht is Liboton veelvuldig de sterkste van en in het veld. Driemaal wint hij het in die dagen meest prestigieuze regelmatigheidsklassement, de Super Prestige. Vier keer (in 1980, 1982, 1983 en 1984) sluit hij een wereldtitelstrijd af met de regenboogtrui, terwijl het Belgische volkslied wordt gespeeld. Alleen in 1981 vangt hij bot. In het Spaanse Tolosa moet Liboton genoegen nemen met zilver, achter de ontketende Hennie Stamsnijder. Volgens de Nederlander is die tweede plaats de reden dat Liboton een klein half jaar later plotseling opduikt bij de start van de Tour de France. En dan niet als toeschouwer, maar als renner.

Baskenland Tour de France start

Liefst vier van de vijf beste renners in Tolosa staan die zomer in Nice aan het vertrek van de 68ste editie van de Franse ronde. Behalve Stamsnijder en Liboton zijn ook Albert Zweifel en Klaus-Peter Thaler naar de Côte d’Azur afgereisd. Het verleidt de Nederlandse wereldkampioen in het veld tot de uitspraak, je zou het vandaag de dag bijna een complottheorie kunnen noemen, dat de veldrijders zijn gaan geloven dat de Tour de beste manier is om je voor te bereiden op het cross-seizoen. Stamsnijder was een jaar eerder immers ook al in de belangrijkste van de drie grote ronden gestart, om vervolgens een van zijn sterkste veldritseizoenen af te leveren. Vandaar dat met name Liboton en Zweifel, die slechts incidenteel in een wegkoers te bewonderen zijn, overstag zijn gegaan en naar Zuid-Frankrijk zijn gekomen.

In werkelijkheid ligt het allemaal net iets anders. Aanvankelijk is Liboton helemaal niet van plan in de Tour aan te treden. De Belg zal na zijn actieve carrière erkennen spijt te hebben niet vaker wegwedstrijden te hebben gereden. Met name Parijs-Roubaix had hem moeten liggen, is zijn inschatting.

De Franse ronde is daarentegen niet bepaald de meest voor de hand liggende koers. Nood breekt echter wet. In 1981 staat de derdejaarsprof onder contract bij Vermeer-Thijs. Het bescheiden Belgische team rond kopman Fons De Wolf krijgt kort voor de Tourstart met een afmelding te maken. Aangezien ploegleider Roger Swerts geen bijster grote selectie heeft, wordt Liboton hals over kop opgetrommeld. Totaal onvoorbereid gaat de veldrijder in Nice van start. Voor het jongensboek, dat zijn carrière en de aanloop daar naartoe dan al zijn, was het prachtig geweest als hij vervolgens het hele peloton te kijk had gezet en op z’n minst een etappe had gewonnen. Het klinkt hoogst ongeloofwaardig en gebeurt dan ook niet. Liboton doet zijn werk voor De Wolf en behaalt met een dertiende plek in etappe tien zijn beste dagklassering. Zijn mooiste moment moet dan nog komen.

In de twaalfde etappe doet het peloton Aarschot aan. Van klassementsleider Bernard Hinault krijgt de veldrijder groen licht om kilometerslang voor het peloton uit te rijden, zodat vrienden en familie hem uitgebreid kunnen verwelkomen. Drie dagen later stapt hij af. Niet dat Liboton moe is. Integendeel. De Tour valt hem zelfs mee. Desondanks wil de Belg zich niet overmatig inspannen met het oog op het veldritseizoen. Bovendien vindt hij ruim twee weken van huis weg zijn eigenlijk wel lang genoeg. Een half jaar later wordt hij in het Franse Lanarvily opnieuw wereldkampioen cyclocross. Ruim voor Zweifel en Stamsnijder. De Tour zal hij nooit meer rijden, maar het jongensboek, waarin Eddy Merckx en Frans Verbeeck in de eerste hoofdstukken voorname rollen spelen, is dan voor Roland Liboton nog lang niet ten einde.

Bekijk ook van HetisKoers!

Strade Bianche Women Elite 2026: wat een startveld!

Vollering, Vos, Pieterse, Kopecky, PFP, Longo Borghini vormen de sterrenline-up

Koersverhalen

Roland Liboton: Van 9-Jarige Merckx-Fan tot Negenvoudig Belgisch Kampioen Veldrijden

Wielercultuur