Foto Sirotti
Tirreno-Adriatico en Parijs-Nice: Lessen voor Sanremo, de Ardennen en de Giro
De grootste marge in Parijs-Nice sinds 1956, een nieuwe generatie die opduikt in Tirreno-Adriatico en een Amerikaan die zichzelf heruitvindt. Wat de twee maartkoersen onthullen over de Monumenten en de Grote Rondes. En waarom wij als Het is Koers niet kunnen wachten tot zaterdag: Milaan-Sanremo. Gaat Mathieu voor de hattrick?
Foto A.S.O./Billy Ceusters
Foto Sirotti
Etappe 5 van Parijs-Nice, in de richting van Colombier-le-Vieux. Jonas Vingegaard trekt door op een strook van 13%. Het peloton achter hem rafelt uiteen. Het is gewoon een versnelling die zo vanzelfsprekend oogt. Tegen de finish heeft de Deen 2 minuten en 20 seconden voorsprong op zijn eerste achtervolger, Valentin Paret-Peintre.
Het is het beeld dat de afgelopen week definieert. Op twee plekken in Europa, in twee voorbereidingskoersen, zien we twee verschillende verhalen. Maar één signaal is heel duidelijk: Vingegaard is klaar voor de zomer terwijl de winter nog om de hoek kwam kijken.
Marge vertekend
Vingegaard won Parijs-Nice met 4 minuten en 23 seconden voorsprong op nummer twee Dani Martínez (Red Bull – BORA – hansgrohe). Het is de grootste winstmarge in de Koers naar de Zon sinds 1956. Vier minuten, drieëntwintig seconden. In een koers van acht etappes. In maart. Het is misschien enigzins vertekend, omdat de tegenstand wat onthoofd werd door het uitvallen van Juan Ayuso, die in etappe 4 moest opgeven. Bij afwezigheid van Tadej Pogačar, Remco Evenepoel en Isaac del Toro was de kleine Deen ook de absolute topfavoriet. Maar dan nog. Hij pakte onderweg het geel, het groen én de bolletjestrui, een clean sweep die gelijkenissen vertoont met Pogacar in de Tour de France. De nummer drie in het klassement, Georg Steinhauser (EF Education – EasyPost), finishte op 6 minuten en 7 seconden. De top tien eindigde op bijna twaalf minuten.
Victor Campenaerts, ploegmaat bij Team Visma | Lease a Bike en op de slotklim nog de laatste man voor Vingegaard, vatte het bondig samen: ““Killer Jonas heeft iedereen verpletterd. Hij is al sinds het trainingskamp in december heel ontspannen en voelt zich er helemaal klaar voor. Het was duidelijk dat toen we naar Parijs-Nice kwamen, al van tevoren, het doel niet was om kilometers te maken of zo. Het was om hierheen te komen en er volop voor te gaan.”
De ‘gewone’ stervelingen
Wat Parijs-Nice ook onthulde, is de kloof naar de top. Dani Martínez reed een degelijke koers voor zijn tweede plaats, maar kwam niet in de buurt van de overwinning. Kévin Vauquelin (INEOS Grenadiers) toonde flitsen van kwaliteit, eindigde vierde, maar verloor kostbare seconden in de waaiers van etappe 4 door een foute positionering.
Lenny Martinez (Bahrain Victorious) bood wel tegengewicht: op de slotdag klopte hij Vingegaard in een sprint met z’n tweeën, een resultaat dat hem op het lijstje voor de Ardennenklassiekers plaatst. Voor nu staat enkel Waalse Pijl op zijn bevestigde programma, maar hij zou zo maar in Luik uit de voeten kunnen. Het feit dat een ritzege op Vingegaard al als doorbraak geldt, zegt wel genoeg over de verhoudingen.
De koers werd bovendien beïnvloed door extreme omstandigheden. Etappe 7 naar Auron werd ingekort tot amper 43 kilometer vanwege sneeuw en vriestemperaturen. Vingegaard kwam ten val in de laatste twee kilometer, maar viel onder de driekilometerregel. Dat soort verstoringen maakt het beoordelen van de bredere hiërarchie lastiger. De Deen zelf was er nuchter over, al suggereerde hij dat de organisatie de finish eerder had moeten leggen.
Tirreno is andere koek
Aan de andere kant van de Alpen leverde Tirreno-Adriatico een koers op die rommelig, veelzeggend en op punten rijker was. Isaac Del Toro (UAE Team Emirates – XRG) won het algemeen klassement na een klinische zege in de koninginnenrit naar Sassotetto, waar hij twee aanvallen van Giulio Pellizzari (Red Bull – BORA – hansgrohe) overleefde en in de laatste 200 meter terugkwam om weg te rijden.
“Ik wist niet zeker of ik hem wel terug zou kunnen halen, want het was ontzettend zwaar,” zei Del Toro na afloop. “Ik heb gewoon geprobeerd hem terug te halen, maar het was ontzettend zwaar.”
De eindklassering, met Matteo Jorgenson (Visma | Lease a Bike) op 40 seconden en Pellizzari op 42 , laat zien dat de marge hier meters bedroeg waar Vingegaard in kilometers rekende. Primož Roglič eindigde vijfde, op 1 minuut en 21 seconden, een resultaat dat je op vele manier kan uitleggen. Het zegt ook iets over zijn rol binnen het Red Bull-blok, een soort luxe knecht annex kopman die naar gelang de koers zich ontwikkelt als beide kan fungeren.
Een ding is ook zeker: de Tirreno was een ander format. Meer heuvelachtig, meer kansen voor de sprint en renners als Van Der Poel. In tegenstelling tot Parijs-Nice, wat meer getekend was voor de echte klimmer. Daardoor was er ook minder kans voor een renner als Del Toro om op een lange klim het verschil te maken.
Sterke Jorgenson
De opvallendste transformatie was van Amerikaanse makelij. Jorgenson, de winnaar van Parijs-Nice 2025 en tot voor kort vooral een sterke puncheur met ergens klimcapaciteiten, heeft zijn voorjaar anders ingericht. Zijn doel is nu Luik-Bastenaken-Luik en de Ardense klassiekers.
“Ik heb dit voorjaar andere doelen,” zei hij. “Ik richt me op Luik-Bastenaken-Luik en de Ardennen, en daarom heb ik een veel rustigere winter gehad dan ik gewend ben. Ik ben niet naar de hoogte getrokken, ik ben thuis gebleven.”
Hij leest naar eigen zeggen Ovidius’ Metamorphosen, het Romeinse epos over verandering. Of dat bijdraagt aan zijn resultaten? We zullen het over iets meer dan een maand weten, maar de huidige cijfers ondersteunen de ambitie: een podiumplaats in Tirreno ondanks een val op de sterrato van etappe 2 bewijst dat Jorgenson als klimmer kan meedraaien op het niveau dat in de Ardennen nodig is. Hij past niet meer in één hokje en dat maakt hem gevaarlijk. In de teambus van UAE zal zijn foto nu uitvergroot hangen. Zouden ze bij RedBull een rood lapje voor hem gebruiken? Who knows.
Sanremo, Ardennen en verder
Voor de aankomende Monumenten leveren beide koersen wel wat info op. Del Toro wordt inmiddels gezien als een belangrijke pion voor Milaan-Sanremo, naast namen als Filippo Ganna en Tom Pidcock, een treetje onder de topfavorieten Mathieu van der Poel en Tadej Pogačar. UAE zou in Sanremo met Del Toro en Pogačar een dubbele aanval kunnen lanceren, een scenario dat Van der Poel isoleert. Maar ‘Matje’ liet zien dat hij in z’n eentje een peloton op een lint kan trekken, zo bleek zondag. En MSR is een koers die maar moeilijk van te voren in de plooi is te leggen. Met zijn twee etappe overwinningen én winst in Omloop is hij torenhoog favoriet. Of Pogi nu in Roubaix heeft getraind of niet.
Het scheelde ook wel dat het dit jaar minder hondenweer was in Tirreno. Het was zodoende een bijna perfecte trainingsweek voor de renners in deze voorbereidingskoers.
Voor de Vlaamse koersen en de Ardennen is het wel even zoeken. Simpel gezegd: als VDP zijn vorm vast kan houden, dan staat hij voor Vlaanderen ook op pole position. Dan zal hij wel vrij moeten blijven van valpartijen, wat hem in de laatste editie wel parten speelde. In het Visma kamp is Jorgensons met zijn behendigheid op kasseien plus het feit dat hij kan klimmen, een renner die op papier zowel de Ronde van Vlaanderen als Luik kleur kan geven. Iets waar ploeggenoot Wout van Aert maar wat graag van zou profiteren. Die komt er steeds beter in, maar hij mist nog net die absolute scherpte die we kennen van Van Aert in topvorm.
Wat Vingegaard’s maart vertelt over mei
Johan Bruyneel formuleerde het zo: “Gezien het niveau dat Jonas Vingegaard momenteel laat zien, is er niemand behalve Pogačar die hem kan evenaren. Ayuso, Pellizzari, Roglič, Del Toro… Jonas steekt nog steeds met kop en schouders boven die jongens uit.”
Historisch gezien hebben renners die in maart domineerden vaker hun vorm doorgetrokken naar de Grote Rondes. Maar een marge als deze, die je moet terugrekenen tot 1956 om een precedent te vinden, maakt vergelijking lastig. De Giro-Tour dubbel die Vingegaard nastreeft is een onderneming die zelfs Pogačar enkel in 2024 volbracht. De vraag is niet of de benen er zijn. De vraag is of iemand, waar dan ook in het peloton, een antwoord heeft.
En zo zijn we er maar druk mee. Maart roert zijn staart, ook in het wielerpeloton. Wat de echte implicaties zijn, dat zie je altijd pas in de koers. En met nog zoveel wedstrijden tot aan de Girostart in Bulgarije, is letterlijk niks zeker. Valpartijen, ziekte, andere blessures. Een slechte dag, bedorven kip, you name it. It’s all in the game.
Een ding weten we wel zeker. Zaterdag. Milaan-Sanremo. Pogi vs VDP. Wij zitten er klaar voor. Jij ook?