Foto Sirotti
Oorlog raakt het peloton: Nederlandse profploegen tanken in België
Oorlog. Je wil het er niet over hebben. Sterker nog, de wereld zou zonder oorlog zo veel mooier kunnen zijn. Op dit moment woedt er een oorlog in Iran. Bedacht door een paar gekke narcisten en psychopaten met toegang tot wapens, geld en een schare schapen die blijven klappen als een Noord-Koreaanse regeringsvergadering. De koers houdt voor niemand stil, maar toch heeft de oorlog ook invloed. En waar raakt deze oorlog de koers het hardst? Juist ja: benzine kosten. Nederlandse ploegen, tanken over de grens.
Terwijl het voorjaar door Vlaanderen trekt, sturen Nederlandse wielerploegen hun chauffeurs de grens over voor een volle tank. Het verschil: tot een euro per liter. Nederlandse profploegen hebben hun chauffeurs geïnstrueerd om bij voorkeur in Belgie te tanken, meldde De Telegraaf op 2 april. De reden is even simpel: een liter brandstof kost in Nederland soms een euro meer dan bij de zuiderburen.
Uiteraard zijn er ploegen die al helemaal over zijn op een elektrische vloot, maar veel zijn er toch nog afhankelijk van de benzinepomp. Volgwagens, bussen, mechanicienswagens, transfers tussen hotel, start en finish: een professionele wielerploeg is in wezen een logistiek bedrijf. Wanneer het prijsverschil per liter structureel oploopt, tikt dat door in het budget van de ploeg. En reken maar dat ploegen veel kilomters maken.
Hoe groot het verschil is
De cijfers lopen uiteen per datum en pompsoort, maar wijzen consequent dezelfde kant op. VAB, de Belgische automobilistenorganisatie, noteerde op 17 februari 2026 een indicatieve prijs van 2,019 euro per liter E10 in Nederland, tegen 1,556 euro in Belgie, een verschil van ruim 46 cent. Voor diesel was het gat kleiner maar nog altijd merkbaar: 1,810 euro tegenover 1,670 euro.
In de weken daarna werd het verschil alleen maar groter. Begin maart meldde NU.nl dat benzine langs de Nederlandse snelweg 2,341 euro per liter kostte, terwijl het Belgische gemiddelde op 1,605 euro lag, een kloof van meer dan 73 cent. VRT NWS schreef op 18 maart dat Nederlandse automobilisten tot 60 cent meer per liter betaalden en massaal de grens overstaken.
Voor een ploeg die in het Vlaamse voorjaar sowieso dagelijks door Belgie rijdt, is de omweg naar een Belgische pomp geen omweg.
Waarom Belgie structureel goedkoper is
Het prijsverschil is geen toeval van marktschommelingen. Belgie hanteert een systeem van maximumprijzen voor petroleumproducten. De overheid berekent dagelijks een plafond op basis van de ruwe olieprijs op de Rotterdamse beurs. Een zogenoemd correctiemechanisme, de k-factor, dempt plotselinge pieken.
Brafco-directeur Johan Mattart zei tegen VRT NWS: In Belgie worden de prijzen voor benzine en diesel op dit moment kunstmatig laag gehouden. Belgie en Luxemburg zijn de enige landen in Europa waar maximumprijzen gelden voor petroleumproducten. Een pomphouder mag daar niet boven gaan.
In Nederland ontbreekt zo’n prijsplafond. De combinatie van hogere accijnzen en het vrije marktmodel maakt tanken er duurder, zeker langs de snelweg. Dat verschil is niet nieuw, maar het is in het voorjaar van 2026 groot genoeg geworden om operationeel gedrag te veranderen.
Logica
De instructie van Nederlandse ploegen past in een breder patroon. NOS meldde eind maart dat de druk op het kabinet toenam vanwege hoge brandstofprijzen en dat de overheid btw-inkomsten misloopt doordat steeds meer Nederlanders over de grens tanken. Gewone automobilisten, transportbedrijven en nu dus ook wielerploegen doen hetzelfde rekensommetje. Het zou natuurlijk ook de ideale situatie kunnen zijn waarin we anders gaan nadenken over het inrichten van een koers. Maar ja, dat doet het natuurlijk minder lekker in een telegraaf artikel :).
Welke teams precies betrokken zijn en hoeveel voertuigen het betreft, blijft nog wat onduidelijkheid. Maar het principe is helder: in een sport waar marginal gains alles bepalen, worden die gains in april 2026 ook gezocht bij de afrit naar een goedkoper (Belgisch) tankstation.
Profwielrennen is altijd al een sport geweest van zuinigheid achter de schermen, van soigneurs die improviseren tot ploegleiders die kostenposten afwegen (en af en toe gewoon de goedkoopste oplossing kiezen. Of gaan voor gratis). Die afweging geldt nu ook voor de prijs op het bord van een grenspomp. De koers wordt niet alleen beslist op de Oude Kwaremont, maar soms al bij de eerste halte na de grensovergang.