Wielrennen in Turkije is simpel… ruim honderdvijftig renners koersen uren langs de majestueuze zuidkust en uiteindelijk wint Philipsen.

Mark Cavendish is niet blij. Ergens tussen Alanya en Antalya geeft hij de bestuurder van de persauto waarin ik zit het boze oog – hoe toepasselijk in Turkije. Hoe haalt die chauffeur het in zijn hoofd om al toeterend het op een lint getrokken peloton naar de andere kant van de weg te sturen? Om elk vermoeden van medeplichtigheid weg te nemen kijk ik snel de andere kant op.

Het voorval levert de bestuurder – oud-renner Ömer Tanrıverdi – een berisping op. Tijdens onze onnodige en gevaarlijke gang door het peloton hebben we namelijk ook de UCI-jurywagen ingehaald. Voor de uren en etappes die nog volgen in de Cumhurbaşkanlığı Türkiye Bisiklet Turude Presidentiële Ronde van Turkije – krijgen we een contactverbod met het peloton. We mogen er ver voor rijden of op gepaste afstand erachter – precies zoals het hoort.

Het verpest het humeur van de Turkse chauffeur niet. Ömer – forse, hippe zonnebril en keurig getrimd baardje – is iets te ver gegaan om het zijn gasten naar de zin te maken, maar dat kan ook op andere manieren. We nemen een voorsprong op het peloton en zoeken bij een stoffig en rommelig wegrestaurantje de schaduw op van een paar olijfbomen. Om de oude baas die het tentje runt te ontlasten duikt Ömer direct de keuken in om verse çay (thee) te zetten. Met het Taurus gebergte in de rug en de azuurblauwe Middellandse Zee vlak voor ons is onze sanctie geen straf. Met rechts van ons een theedrinkende groep motorrijders die even ontsnapt is aan de meedogenloze zon – het is 32 graden – voelt het geheel aan als een filmscene uit vervlogen tijden. Opgeschrikt door de helikopters die de komst van de groep vluchters, het peloton én de jurywagen aankondigen duiken we de auto weer in. Om alles en iedereen ver genoeg voor te blijven drukt Ömer het gaspedaal diep in.

In de kopgroep van zeven zit ook een Nederlander ontdekken we even later op het telefoonscherm met de live beelden. Bram Dissel, normaliter koersend voor BEAT Cycling, rijdt deze week in Team Netherlands dat ook een deel van de nationale baanselectie herbergt met onder meer Matthijs Büchli en Yoeri Havik. Die ochtend bij het vertrek voor de eerste etappe sprak ik de laatste terwijl hij nog snel een kop koffie wegwerkte. De nieuwbakken wereldkampioen op de koppelkoers en zijn ploeggenoten waren blij met de startgelegenheid in Turkije tot ze begrepen dat er die week wel erg veel beklimmingen in het parcours waren gestopt. Was de Ronde van Turkije altijd vooral een sprintersparadijs geweest, in de acht etappes van deze 58ste editie zitten ruim zestienduizend hoogtemeters. ‘Paar keer bergop is prima,’ zei Havik terwijl hij Ramon Sinkeldam van Alpecin begroette, ‘maar behalve vandaag is het elke dag feest. Ik was vorig week nog ziek dus ik ben bang voor die bergen.’ Sinkeldam deelde zijn angst, ‘maar niet omdat ik ziek ben geweest.’ De belangrijkste lead-out man voor Alpecin-sprinter Jasper Philipsen baalt ervan dat tegenwoordig in vrijwel elke koers een paar klimmen worden gepropt. ‘Waarom? Wat is er mis met een mooie massasprint?’

Zonder een auto, motor of renner voor ons zoeven we over het rimpelloze asfalt van de D400 met aan weerszijden velden vol katoen, olijfbomen, sinaasappels, mandarijnen en de uit Iran overgewaaide granaatappels. In lange rijen hoge kassen – bogen afgedekt met wit doek – groeien bananen. Dichterbij Antalya zijn de broeikassen waarin tomaten, aubergines en pepers verbouwd worden een stuk lager. In krakkemikkige kraampjes langs de weg zijn enorme watermeloenen te koop. Bij zo’n stalletje zwaait een kromgegroeide man met een Turkse vlag naar de eerste vertegenwoordigers van de koers die voorbijkomen. Op de onverharde weg zoeken boeren op tractoren, een versierde kameel en ander verkeer hun weg naar akkers en het dichtstbijzijnde dorp. De hoofdweg is voorlopig volledig afgesloten. Bij elke oprit langs het parcours – zelfs bij zandpaadjes waarover alleen met grote voorzichtigheid een auto of motor zou kunnen rijden – is een politieagent of een soldaat geposteerd. Langs het 135 kilometer lange traject van vandaag moeten het er honderden, misschien wel duizenden zijn.  Bij het naderen van de eerste auto van de karavaan rennen de soldaten en agenten die verkoeling hebben gezocht in de lommer terug naar hun aangewezen plek. Ömer toetert, zoals hij naar alles en iedereen toetert, voortdurend met een brede lach. Zijn Engels rammelt maar met de vertaalapp komen we toch een eind. In de jeugdcategorieën won Ömer meermaals het Turks kampioenschap op de weg en in de tijdrit. Maar hij en zijn oudere broer, die nog met Peter Sagan koerste, gaven er de brui aan toen het management van het wielerteam waarin ze reden een leven als topsporter verlangde maar hen vergat salaris te betalen en de jongens onverzekerd liet rondrijden. Ömer werd chauffeur op een ambulance en tegenwoordig houdt hij zich bezig met toerisme en vastgoed in het noorden van het land. Maar zodra de Ronde van Turkije wordt verreden laat hij alles uit zijn handen vallen. Een paar uurtjes achter het stuur, slapen in de beste hotels en ’s avonds lekker eten en drinken en er nog voor betaald worden ook. De organisatie kan altijd op Ömer rekenen.

Behalve de soldaten en agenten als bewakers van de opritten staan er op het grootste deel van het parcours amper toeschouwers langs de weg. Automobilisten die zijn tegengehouden wachten naast hun wagens op wat komen gaat. Soms komt een vrouw met jonge kinderen een kijkje nemen langs het parcours. Iets verder op kijken arbeiders en boeren die het werk even stil hebben gelegd de weg af. En voor de vele resorts die dit gedeelte van Turkije telt staan af en toe wat verbaasde vakantiegangers in zwembroek of bikini. Zo te zien betekent all-inclusive hier vooral all-you-can-eat-and-drink. (Disclaimer: de sensitivity reader van Het is Koers is op vakantie). In de dorpen en steden die we doorkruisen staat wel veel volk langs de route. Veelal schoolkinderen die al dan niet vrijwillig hard wapperen met de rode vlaggetjes met de witte krimpende maan en ster erop. In Manavgat is het extra druk bij de streep van de tussensprint. Jongens van de Futbol Akademi zien voor hun neus Bram Dissel de punten pakken. In aankomstplaats Antalya krijgt de semi-prof uit Utrecht later die dag de witte trui omgehangen, als eerste leider van The Treasures of Türkiye Sprint Primes Classification.

Op het podium staat Dissel naast Jasper Philipsen, de winnaar van de etappe. De Belg heeft zijn zestiende zege van het seizoen voor een groot deel te danken aan zijn ploeggenoten Sinkeldam en Oscar Riesenbeek. Die laatste reed kilometerslang op kop van het peloton om de vluchters op tijd in te rekenen, Sinkeldam ramde er in de straten van Antalya zo’n harde lead-out uit dat er maar een man kon winnen. Cavendish houdt zich in zijn eerste koers na zijn val vooral bezig met bidons halen voor ploeggenoten, alle andere sprinters kunnen niet eens in het wiel komen van Philipsen. De optredens van Riesenbeek en Sinkeldam waren extra lovenswaardig wetende dat de twee – samen met de schrijver van dit stuk – de dag ervoor met veel vertraging en laat aankwamen in startplaats Alanya. Sinkeldam en Riesenbeek hebben vandaag hun zware benen volledig genegeerd.

Bij het diner ’s avonds in de oude haven van Antalya denk ik nog even aan de twee Nederlanders en de andere renners. Waarschijnlijk laat een foodapp hen calorieën tellen en precies de juiste hoeveelheid pasta afwegen. Op hetzelfde moment staar ik naar een tafel die doorzakt van de lekkernijen. Allerlei soorten humus, baba ganoush (gepureerde aubergine), cacık (een yoghurt-komkommer spread), kalamar tava (gefrituurde inktvisringen), zwarte olijven-feta spread en pittige muhammara (een tomatendip met ui en chili). En dat zijn alleen nog maar de meze, de Turkse tapas. Er volgt nog een enorme lavrek (zeebaars), een verzameling vleesgerechten – ik herken köfte (gehakt), lamskebab en tavuk (kip) – en een dessert met ijs, baklava, künefe en de mierzoete tulumba tatlısı (gefrituurde, ongezuurde deegballen in suikersiroop). Het is moeilijk maat houden.

Het eten en het wisselen van lege borden voor volle wordt van dichtbij gade geslagen door Karamel, een zwerfkat die ooit is aan komen lopen en nooit meer is weggegaan. Het roodbruine beest heeft het wel erg getroffen bij de stoere mannen van het vis- en steakrestaurant die een zwak voor het dier hebben, maar ook voor de andere honderden straatkatten in kaleiçi, de oude stad, wordt goed gezorgd. De beesten worden geaaid en ze krijgen op gezette tijden gezond kattenvoer. In de nauwe straatjes en rond de betoverende Yivli Minaret-moskee is geen muis of rat te bekennen.

De volgende ochtend bij het vertrek vanuit badplaats Kemer is er wat commotie onder Nederlandse vakantiegangers. Klopt het dat Van der Poel ook meedoet? Dat klopt inderdaad, maar als ze horen dat het om broer David gaat verlaten ze het plein waar de ploegen worden voorgesteld en duiken de oude bazaar in op zoek naar verkoeling en spullen die ze niet nodig hebben. Bij hun fietsende landgenoten is er wel wat zorg voor de twee komende etappes. Die middag gaat het op en af met 2674 hoogtemeters, de volgende dag zijn het er bijna duizend meter meer door onder meer de beklimming van de beestachtige Babadağ – van het Ölüdeniz strand in ruim 18 kilometer naar 1928 meter hoogte! [Xandro Meurisse (Alpecin) die er als negende zou bovenkomen vertelt na afloop dat de Babadağ het zwaarste was wat hij ooit had gedaan. De Belg reed ook tegen serieuze bergen in de Tour en de Vuelta op, maar hij klom nog nooit zó lang tegen zulke steile percentages.]

Het doel van de Nederlandse baanselectie is om de achtdaagse etappekoers helemaal uit te rijden. Dan maken ze met het oog op de Spelen van volgend jaar een grote stap in conditie en het pure vermogen. Tegen een weeklang die grote ploegen moeten volgen kan geen enkele baantraining op. ‘Maar dan moeten we wel elke dag op tijd binnenkomen,’ zegt Havik ietwat zorgelijk. Hij rijdt zijn benen los voor de Huzur Cami moskee.

Ömer is in vorm. Hij heeft er zin in vandaag. Al bij het vertrek stuurt hij in de stad steeds de andere kant op dan waarheen de seingevers hem dirigeren. Als de mannen dan hevig gebarend met de gele driehoeken boven hun hoofden zijn route proberen te blokkeren toetert Ömer en stuurt de auto grijnzend in de juiste richting. Ook de seingevers lachen: ah, geintje van Ömer. Iedereen in Turkije lijkt hem te kennen. Als we later op de dag vlakbij een dorpje worden staande gehouden door de politie borrelt het vermoeden op dat Ömer weer een verkeersovertreding heeft begaan of een rits boetes  nog niet heeft betaald. Maar de agent vraagt of we al gegeten hebben. Hij maakt met alle liefde wat voor ons klaar.

Voor een uitgebreide lunch is geen tijd. Het peloton heeft de sokken erin vandaag. Tenminste, een groot deel ervan. Op het eerste klimmetje na dertig kilometer zijn er al wat mannen achterop geraakt, bij de beklimming van tweede categorie – twaalf kilometer tegen ruim vijf procent – moet een serieus pak renners lossen. Zich onbespied wanend grijpt de ene na de andere het portier of de spiegel van de volgauto voor het laatste stuk naar de top. Een Roemeen en zijn ploegleider doen er een minuut over om een bidon van eigenaar te laten wisselen. Ze trekken zich niets aan van de fotograferende journalisten. Cavendish wel. Als hij de camera’s in de smiezen krijgt laat hij meteen de auto los. Hij zal in gezelschap van Büchli en Dissel op ruim elf minuten van de winnaar finishen.

Vanuit de bergen dalen we weer af naar de Turkse Rivièra, naar het gebied van de ligbedjes, de cocktails en de jetski’s. Vitamine D in oktober. Het is overigens uitzonderlijk dat de Ronde van Turkije in het najaar wordt gehouden – meestal staat de etappekoers in april of mei op de koerskalender – maar in het voorjaar hadden de Turken na de verwoestende aardbeving van februari wel wat anders aan hun hoofd.

Ömer blijft onderweg van alles aanwijzen en vertellen met behulp van de vertaalapp. Dat gaat ook wel eens mis. Als hij wil zeggen dat het gezellig is in de auto met mij en Christian, een Roemeense verslaggever, en dat het leuk zou zijn als we elkaar ooit weer terugzien – tenminste dat vermoed ik – zegt de app: ‘I love you so much, please come.’ Het is al even geleden dat ik dat heb gehoord.

Het is een pittige koers geweest en ook de laatste driehonderd meter naar de finish in Kalkan lopen nog eens vuil omhoog, maar Philipsen is momenteel niet kapot te krijgen. Zo ruim als de eerste etappe is het niet – lang lijkt Cees Bol de sprint te gaan winnen – maar de versnelling van Jasper The Master is ongeëvenaard. De brute berg Babadağ is de volgende dag uiteraard te machtig voor hem, maar in de vierde etappe doet De Vlam van Ham weer wat het spreekwoord zegt: Wielrennen in Turkije is simpel. Ruim honderdvijftig renners koersen uren langs de majestueuze zuidkust en uiteindelijk wint Philipsen.

Met dank aan: #touroftürkiye #touroftürkiye2023 www.tourofturkiye.org.tr

 

 

 

 

 

 

Wiep Idzenga
Laatste berichten van Wiep Idzenga (alles zien)