Foto BONTEMPS
Verjaardagskalender 3 april: Bjarne Riis (1964)
Er is een tijd dat de Adelaar van Herning nog niet over de machtige vleugels beschikt, die hem in 1996 ogenschijnlijk moeiteloos over de Alpen en Pyreneeën brengen en naar de Tourzege leiden. Vooruit, achteraf zou Bjarne Riis toegeven dat niet bepaald op een paar plakken smörrebröd met roomkaas en vis te hebben gedaan, maar desondanks is hij officieel nog altijd Tourwinnaar. Acht jaar eerder is hij nog lang geen adelaar. Riis doet dan eerder denken aan een veel bescheidener vogel. De grauwe klauwier, bijvoorbeeld.
De Deen is een tamelijk onopvallende verschijning in het peloton. Geen kopman, geen knecht. Een beetje er tussenin. Net zoals de grauwe klauwier net geen roofvogel is, maar ook geen zangvogel. Het gevederde stukje fauna hoort weliswaar tot die laatste categorie, maar zingen kan het niet eens en in gedrag probeert het de roofvogels te imiteren. Na drie anonieme jaren in het profpeloton dreigt de carrière van Bjarne Riis al snel te stranden. De Deen, die door zijn vroeg terugtrekkende haargrens eerder voor een boekhouder of een onderwijzer wordt aangezien dan voor een wielrenner, kan zijn Franse werkgever Toshiba geen noemenswaardig resultaat overleggen. Als gevolg wordt zijn contract eind 1988 niet verlengd. Andere teams staan bepaald niet in de rij voor de derdejaars prof en dus lonkt een maatschappelijke loopbaan in Denemarken. Op het laatste moment wordt een reddingsboei geworpen, die Riis op de fiets houdt. Zonder zou hij vermoedelijk nooit in de positie zijn beland om later de Tour te winnen.
Als Bjarne Riis in januari 1989 thuis in Denemarken de kranten uitpluist, op zoek naar vacatures om een ‘gewone’ baan te bemachtigen, gaat plotseling de telefoon. Cyril Guimard doet de toekomstige Adelaar een aanbod zijn Système U-ploeg te komen versterken. Helemaal onverwacht komt het belletje niet. Net als landgenoot Kim Eriksen, die bij 7-Eleven ook geen nieuw contract kreeg, had Riis zich in een van de laatste koersen van 1988, de Ronde van de EEG, flink ingespannen om Guimards kopman Laurent Fignon aan de eindoverwinning te helpen. Met hun intensieve hand- en spandiensten hoopte het tweetal, dat in de etappekoers uitkomt voor een gelegenheidsploeg die Deense en Luxemburgse renners samenvoegt, zich in de kijker van Guimard en Fignon te rijden.
‘I love it when a plan comes together’, zou het door acteur George Peppard gespeelde karakter John ‘Hannibal’ Smith in de televisieserie The A-Team voor de zoveelste keer hebben gezegd, terwijl hij trots een dikke sigaar in zijn mondhoek duwde. Het vooropgestelde plan van Riis komt namelijk precies uit. Fignon is gecharmeerd van de Deen en als er nog een extra knecht gezocht wordt om de Système U-ploeg te versterken met het oog op de Giro en de Tour, denken de tweevoudig winnaar van die laatste ronde en ploegleider Guimard inderdaad aan Riis. Het beulswerk waarmee de Deen Fignon aan de eindzege in de Europese rond hielp, bezorgt hem inderdaad de gehoopte verlenging van zijn carrière als beroepsrenner. In 1989 rijdt hij in het peloton aan de zijde van ‘Le Professeur’, zoals brildrager Fignon liefkozend genoemd wordt.
In het Deense televisieprogramma Tour de Déja-Vu, op zender TV2, blikt Bjarne Riis jaren later uitgebreid terug op die periode in dienst van zijn Franse kopman. Er ontstaat een warme band tussen kopman en knecht, die niet alleen uitgroeit tot een vriendschap. Fignon ontpopt zich als leermeester, die zijn pupil de fijne kneepjes van het vak bijbrengt. De twee trainen veel samen en de Deen slurpt alle kennis en informatie die Fignon met hem deelt op als een glas ijskoude cola, dat je tot op de laatste druppel wilt leegdrinken. Bovendien schenkt de Fransman zijn helper de kans zijn eerste profzege te boeken. Loyaliteit staat bij Fignon hoog in het vaandel. Ben je trouw aan hem, dan krijg je dat als knecht op een bepaald moment vanzelf uitbetaald.
Dat moment komt voor Bjarne Riis in de negende Giro-etappe van 1989, als de twee nog geen half jaar samenwerken. Fignon zal de Italiaanse ronde dat jaar weten te winnen, maar terwijl de strijd om het roze eigenlijk nog moet ontbranden, wil de Fransman zijn helper alvast belonen voor diens trouwe knechtenwerk. Met nog iets meer dan twintig kilometer te gaan ziet hij dat zijn secondant over goede benen beschikt en geeft hem een vrijgeleide die dag voor zijn eigen kansen te rijden. Riis schrikt in eerste instantie van het voorstel van zijn kopman. Hij is immers puur als knecht naar Italië gekomen en heeft geen seconde aan de mogelijkheid van eigen succes gedacht.
Maar als Fignon nogmaals goedkeurend knikt, glipt Riis toch snel mee met een ontsnapping van een klein groepje. Het door Fignon in hem gestelde vertrouwen wordt door de Deen niet beschaamd. In de eindsprint verschalkt hij landgenoot Rolf Sørensen, die later nog zal worden gediskwalificeerd, en Dmitri Konysjev. Nog twee en een half jaar lang zal Riis aan de zijde van Fignon koersen. Daarna scheiden hun wegen. Terwijl voor de Fransman de nadagen van zijn carrière aanbreken, begint de grauwe klauwier langzaam te transformeren in een alles dominerende adelaar.