De jarige Huub Zilverberg en zijn enige Touretappe zege
Het tafereel dat een handvol journalisten op de laatste junidag van 1962 in het west-Franse kustplaatsje Saint-Nazaire op de gevoelige plaat vastlegt, is even kolderiek als ongemakkelijk. Alsof er net na het finishen van de zevende Touretappe een scène uit een klucht met acteur en komiek Louis de Funès in de hoofdrol wordt opgenomen. Meermaals is er sprake van dezelfde verwarring en herhaalt zich dezelfde korte reeks gebeurtenissen. Het middelpunt van belangstelling, dat de fotografen met hun toestellen doet klikken, begrijpt niets van de aanwijzingen die hij krijgt. In met een Brabantse tongval doorspekt Nederlands spreekt hij meermaals zijn onbegrip uit. ‘Wat willen ze toch? Ik versta die gasten niet!’, klinkt het. Ab Geldermans slaat de situatie met een glimlach op zijn gezicht gade. Als de aaneenschakeling van gebeurtenissen zich voor de zoveelste keer dreigt te gaan herhalen, besluit de gele truidrager in te grijpen. Op fluisterende toon geeft hij zijn landgenoot, die het Frans en andere vreemde talen niet machtig is, mee dat hij niet de rondemiss moet kussen, maar zij hem. Ineens valt het kwartje bij Huub Zilverberg. Dus dat wilden de fotografen hem duidelijk maken. Wist hij veel. De derdejaarsprof uit het Brabantse Goirle is nog zo groen als gras in het Tourpeloton en winnen is hem al helemaal niet gewoon. Vandaar dat hij minutenlang in de veronderstelling verkeerde de rondemiss, die hem eerst een ferme bos bloemen in zijn handen had gedrukt, een flinke pakkerd op haar wang te moeten geven. Toen de fotografen hem probeerden duidelijk te maken dat die rolverdeling juist precies moest worden omgekeerd en de bevallige dame haar rood gestifte lippen op de zijkant van zijn gezicht diende te drukken, had de onervaren Zilverberg niets van de goed bedoelde aanwijzingen begrepen en gedacht dat het tafereel nog maar weer eens een keer opnieuw moest. Misschien waren de foto’s mislukt?! Een straf had de renner van Flandria-Faema het niet gevonden. Met een stevige armbeweging greep hij de licht protesterende rondemiss nog maar eens om haar middel om een volgende zoen te geven.

Foto Fotograaf Onbekend / Anefo, Nationaal Archief, CC0Niet meer dan zes Nederlanders zijn een kleine week eerder in Nancy aan de 49ste Tour de France begonnen. Ondanks de geringe afvaardiging, die naast Geldermans en Zilverberg slechts bestaat uit Mies Stolker, Dick Enthoven, Bas Maliepaard en Piet van Est, verloopt de eerste week van de ronde verrassend goed voor de renners ‘van Duytschen bloet’. Veel hebben ze niet aan elkaar, want de Tour wordt dan al in merkenploegen gereden en dus is de Nederlandse delegatie versnipperd over meerdere teams. Net als Van Est behartigt Zilverberg de belangen van het Belgische Flandria-Faema, waar Rik Van Looy en Jef Planckaert de kopmannen zijn. De ploeg is aanzienlijk bescheidener dan het Saint-Raphaël, waarvoor Geldermans en Stolker uitkomen. Zij mogen titelverdediger – en dat zal hij met succes doen – Jacques Anquetil ‘ploeggenoot’ noemen en datzelfde geldt voor onder anderen Rudi Altig en Jean Stablinski. Die luxe is er mede de oorzaak van dat Geldermans een dag voordat het peloton Saint-Nazaire, een slordige zestig kilometer ten westen van Nantes, zal aandoen, het geel heeft overgenomen van zijn Duitse ploeggenoot. Ook bij Flandria-Faema is er dan al champagne gedronken, want Zilverberg en zijn collega’s zijn op de tweede dag de beste in een 23 kilometer lange ploegentijdrit rond Herentals, de Belgische woonplaats van kopman Van Looy. Met de moraal zit het dus wel goed. Anderhalve maand voor de Tourstart had Zilverberg ook al de Giro gereden. Na drie weken koersen door Italië had hij niet alleen zijn naam op een knappe vijftiende plek in de eindrangschikking teruggevonden, de Brabander had er ook een ritzege – zijn allereerste overwinning in een profkoers – weten te boeken.
Het zijn prestaties die ervoor zorgen dat Zilverberg niet uitsluitend zijn krachten hoeft aan te spreken om zijn kopmannen zo goed mogelijk richting Parijs te begeleiden. Hij krijgt voldoende kansen voor eigen succes te rijden. Precies dat is wat de Nederlander mag doen in de zevende Touretappe tussen Brest en Saint-Nazaire. Als op vijftig kilometer van de aankomst ploeggenoot Van Est de knuppel in het hoenderhok gooit en in dienst van Van Looy een voorsprong opbouwt om als springplank voor zijn kopman te fungeren, profiteert Zilverberg handig van het feit dat de Belg geen ruimte krijgt van zijn rivalen. Anquetil roept Van Looy hoogstpersoonlijk tot de orde. Een groepje bescheidenere namen krijgt even later wel de gelegenheid naar Van Est toe te rijden en Zilverberg is, evenals de voor Gitane uitkomende Maliepaard, een van hen. Als die laatste in de slotfase versnelt, zit Zilverberg onmiddellijk als kauwgum op het achterwiel van zijn landgenoot geplakt. In de slotmeters in Saint-Nazaire is Maliepaard geen partij. Met een voorsprong van meerdere meters en met zijn rechterarm fier in de lucht komt de ritwinnaar over de meet. Het resultaat is een buitengewoon succesvolle dag voor het Nederlandse wielrennen in de Tour. Achter Zilverberg en Maliepaard tikt Van Est als vijfde aan en Geldermans mag na afloop van de etappe een nieuwe gele trui afhalen. Dat er zo nog een tweede Nederlander in de buurt van het podium rond loopt, komt Zilverberg goed uit. In tegenstelling tot de ritwinnaar begrijpt de klassementsleider wel waarom de aanwezige fotografen voortdurend ontevreden klanken uitslaan en driftig gebaren. Na het even kolderieke als ongemakkelijke tafereel een paar minuten van een afstand te hebben bekeken, besluit Geldermans in te grijpen en zijn collega te hulp te schieten. Snel fluistert de gele truidrager iets in diens oor. Zodra Huub Zilverberg begrijpt wat de bedoeling is, ontstaat er als vanzelf een gulle lach op zijn gelaat. Onmiddellijk slaat de rondemiss toe en zoent de etappewinnaar op zijn wang, in plaats van dat hij die van haar voor de zoveelste keer kust. De fotografen hebben eindelijk waar ze al minuten om vragen. Snel drukken ze af en schieten hun beste plaatjes in die hele Tour van 1962.