Kampioen op een lekke band: de jarige Abraham Olano in 1995
Het WK van 1995 lijkt op voorhand een cadeau dat Miguel Induráin alleen nog maar even hoeft uit te pakken. De UCI is de Spaanse vijfvoudig Tourwinnaar duidelijk gunstig gezind als de mondiale titelstrijd aan het Colombiaanse Duitama wordt toegewezen. Het loodzware parcours – het peloton wordt vijftien keer over El Cogollo gestuurd, ruim 2800 meter boven zeeniveau – lijkt hem op het lijf geschreven. Was Induráin in 1991 in Stuttgart nog derde achter de sneller sprintende Gianni Bugno en Steven Rooks, en twee jaar later in Oslo zelfs tweede, toen hij de spurt om wie kampioen Lance Armstrong mochten vergezellen op het podium won van Olaf Ludwig en Johan Museeuw, op de Colombiaanse omloop zullen alleen renners met inhoud overblijven. Die zou Induráin, mocht hij er niet al in eerder stadium in slagen hen af te schudden, op de meet moeten kunnen kloppen. Waar de Spanjaard in aanloop naar het WK geen rekening mee houdt is dat de grootste bedreiging voor zijn zo vurig gewenste regenboogtrui uit eigen land komt. Een renner in precies hetzelfde witte shirt met daarop de rood-geel-rode ‘La Rojigualda’, de Spaanse vlag. Zijn landgenoot neemt Induráin genadeloos in de tang door in de voorlaatste ronde weg te springen uit een tien man sterke voorste groep. Achtervolgers Marco Pantani, Mauro Gianetti en Pascal Richard zijn niet bij machte het gat dicht te rijden, hoeveel schietgebedjes Induráin ook prevelt, terwijl hij zich in hun kielzog laat meevoeren. Zelf kan hij het uiteraard niet maken mee te rijden. De titelkansen van een landgenoot torpederen is op een WK vanzelfsprekend ‘not done’ en zou een nationale rel ontketenen. En dus heeft zijn landgenoot Induráin in een lastig parket gebracht door weg te rijden. De haast zeker gewaande regenboogtrui wordt voor zijn neus weggekaapt door Abraham Olano, die met zijn aanval, bij het ingaan van de slotronde, een dikke streep zet door de winstkansen van de meest succesvolle Spaanse renner van de jaren ’90. Zelfs een lekke band kan daar in de ultieme slotfase niets meer aan veranderen.
Veel renners die naar Colombia afreizen om het WK te rijden, zullen bij thuiskomst aangeven het gevoel te hebben gehad een week lang in een slechte B-film te zijn beland. Het Zuid-Amerikaanse land is namelijk verre van veilig. Twee jaar eerder is drugsbaron Pablo Escobar vermoord, leden van het beruchte Cali-kartel zijn net gearresteerd en guerrillagroeperingen ontvoeren om de haverklap mensen met een royale bankrekening, om losgeld te kunnen eisen. De situatie zorgt ervoor dat renners die het uitputtende parcours in Duitama willen verkennen worden vergezeld door een militair met een mitrailleur, die op een crossmotor mee rijdt als lijfwacht. Dat gegeven, maar ook de zwaarte van het parcours, zorgt dat er niet meer dan 98 renners aan het vertrek staan op zondag 8 oktober 1995. Slechts twintig van hen zullen 265 kilometer later verder de finish bereiken. De Nederlandse en Belgische deelnemers zitten al lang fris gedoucht in de coulissen als Olano de beslissing forceert. De renner die in Spanje als gedoodverfde troonopvolger van Induráin wordt beschouwd, verkeert in topvorm. Twee weken voor het WK is hij tweede geworden in de Vuelta, achter Laurent Jalabert, en heeft in de ronde van zijn thuisland alle drie de tijdritten weten te winnen. Toch zijn juist die prestaties de reden dat maar weinig mensen iets van Olano verwachten in Colombia. Door het rijden van de Vuelta heeft hij pas tien dagen voor de wegwedstrijd van Madrid naar Bogota kunnen vliegen. Bijna alle WK-deelnemers, Induráin incluis, zitten dan al meerdere weken in Zuid-Amerika om er te kunnen wennen aan de hoogte, het klimaat en het tijdverschil met Europa. Olano toont bij de eerste gelegenheid direct aan dat een dergelijke nauwgezette voorbereiding geen must is. Niet voor hem, althans. Misschien is hij de uitzondering die de regel bevestigt, maar op het tijdritkampioenschap, de woensdag voor de wegkoers, rijdt hij naar een knappe zilveren medaille. Het zal niemand verrassen dat het goud die dag naar Induráin gaat.
‘Die lange uit Pamplona’, zoals Mart Smeets hem jarenlang aanduidt in de commentaarmicrofoon van de NOS, is dan ook de uitgesproken kopman van de Spaanse bondscoach Pepe Grande. Voor Olano is in principe slechts een knechtenrol weggelegd, net als voor erkende klimmers als Fernando Escartín en José María Jiménez. Zij maken deel uit van de legertje soldaten dat hun generaal naar de eerste regenboogtrui voor een Spanjaard bij de profs moet leiden. De praktijk loopt anders dan de vooraf door Grande uitgedachte theorie. Aan het einde van de voorlaatste ronde is het niet Induráin, maar Olano die weet weg te rijden. De kopman waagt aanvankelijk zelf een poging als hij, onmiddellijk nadat hij na een lekke band de aansluiting met de voorste groep heeft hervonden, doortrekt. Induráin komt echter niet weg en vervolgens ziet Olano zijn kans schoon. Hoe zeer met name Pantani, Gianetti en Richard ook hun best doen, ze komen geen seconde dichterbij de ontketende vluchter. Aan het drietal achtervolgers klinkt Induráin zich vast als een magneet op een koelkastdeur. De Spaanse titelfavoriet houdt zijn kansen op de overwinning op die manier, voor zover dat nog kan, open, maar is volledig afhankelijk van zijn rivalen. Zelf kan hij onmogelijk de forcing voeren en de rap naderende titel van een landgenoot saboteren.
De enige die nog een poging doet Olano van zijn regenboogtrui te beroven is het noodlot. In de slotkilometer voelt de Spanjaard zijn achterband plots leeglopen. Onmiddellijk breekt er een gevoel van paniek uit in zijn lijf, maar Olano realiseert zich meteen dat hij door moet rijden. Tijd om van fiets te wisselen is er simpelweg niet. Dan verdampt zijn voorsprong en verspeelt hij zijn nu haast zekere titel. Wat volgt is twee minuten billen knijpen. Voor Olano. Voor het publiek. Voor iedereen. De Spaanse koploper fietst zijn longen uit zijn lijf, werpt meermaals een angstige blik over zijn schouder om te zien of het snelheidsverlies, dat de afloper veroorzaakt, niet te veel aan zijn voorsprong knaagt en hoopt ondertussen vurig dat de tube niet van de velg schiet of onverhoopt een valpartij zal veroorzaken. De slotkilometer lijkt een eindeloos lange, maar Olano haalt het. Op een lekke achterband wordt hij wereldkampioen. Een halve minuut na hem sprint Induráin, die zichtbaar kracht over heeft, met speels gemak naar de tweede plaats, voor Pantani en Gianetti. Hij komt zelfs juichend over de finish, wat voor de immer koel en afstandelijk ogende renner een unicum is. Induráin geeft onmiddellijk te kennen dolblij te zijn met de overwinning van zijn landgenoot. De eerste Spaanse wereldtitel in de wegwedstrijd op het hoogste niveau blijkt hem meer waard dan dat hij zelf per se degene zou moeten zijn die die eer ten deel valt. Het cadeau, dat het WK van 1995 op voorhand leek en alleen maar door Induráin hoefde te worden uitgepakt, geeft hij zo met een royaal gebaar door aan Abraham Olano.
