Foto Ploegfoto Novemail histor laser 1993
De jarige Eddy Bouwmans (30 januari)! De vloek van “de nieuwe Joop”
‘We hebben er weer één, een nieuwe Joop!’ Met gesloten ogen en net iets te veel fantasie hoor je het Mart Smeets in een van zijn vele columns of commentaren in de microfoon van de NOS-televisie zo zeggen. Hoeveel Nederlandse renners zijn er in de achterliggende vier decennia niet, over het algemeen tegen wil en dank, door Smeets en zijn collega’s gebombardeerd tot de opvolger van Joop Zoetemelk?! Johan van der Velde, Peter Winnen, Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse, Erik Breukink, Michael Boogerd en in recentere jaren Robert Gesink, Steven Kruijswijk, Bauke Mollema en Tom Dumoulin. Stuk voor stuk beoogde troonpretendenten van de man die nog altijd Nederlands laatste winnaar van de Tour en de Vuelta is. Het is een mooi rijtje namen met een minstens even fraai gezamenlijk palmares, ondanks het ontbreken van de grote zeges die Zoetemelk wel behaalde in zijn lange carrière. Dankzij een veertiende plaats in de Tour van 1992 wordt ook Eddy Bouwmans door de vaderlandse pers ongewild dat elite-rijtje in geschreven. De renner uit de Panasonic-ploeg van Peter Post zet datzelfde Tourjaar terloops het jongerenklassement op zijn naam, al zal de Brabander vervolgens nog liefst een kwart eeuw (!) moeten wachten op de bijbehorende witte trui. Die reikt de Tourdirectie van 1989 tot en met 1999 namelijk niet uit. Pas in 2017 zal Bouwmans alsnog een officieel exemplaar van het kleinood mogen aannemen.
Dat het winnen van het jongerenklassement in de Tour misschien wel het sportieve hoogtepunt uit de carrière van de Nederlander is, staat nog lang niet vast als Bouwmans op de voorlaatste zondag van mei in 1993, samen met Thierry Claveyrolat, het tempo op de Col du Granier opvoert. Het duo is op weg om onderling uit te maken wie zich de derde winnaar mag noemen van een relatief nieuwe, maar prestigieuze Franse eendagskoers. In de winter van 1990 had directeur Jean-Marie Leblanc namens de Société du Tour de France de wereld voorgesteld aan de Classique des Alpes, ofwel in goed Nederlands, de Alpenklassieker. Een tweehonderd kilometer lange beproeving tussen Chambéry en Aix-les-Bains, met onderweg een flinke reeks cols die bedwongen dient te worden. Niet dat elk van de voorgeschotelde beklimmingen een getraind renner onmiddellijk het angstzweet doet uitbreken, maar met de Col du Cucheron, de Col du Granier en de Mont Revard zijn er voldoende scherprechters om coureurs met pezige klimmersbenen van de rest van het peloton te onderscheiden. Door het verdwijnen van Bordeaux-Parijs, de monsterlijke tocht van een slordige zeshonderd kilometer lengte, die in 1988 voor de 86ste en laatste keer georganiseerd werd, is er ruimte op de kalender ontstaan voor een nieuw initiatief. Een eigentijds hors-d’oeuvre, dat samen met voorgerecht Dauphiné Libéré de opmaat moet zijn naar de jaarlijkse hoofddis, de Tour.
Bouwmans en Claveyrolat zijn duidelijk de twee sterksten van het slechts honderdkoppige deelnemersveld. De Alpenklassieker staat immers gelijktijdig met de Giro op de kalender, waardoor veel toprenners ontbreken. Concurrenten die wel aanwezig zijn, zoals Robert Millar, Jean-Cyril Robin en Laurent Dufaux, hebben op de Granier moeten passen en zien op Mont Revard hun achterstand op het ontketende tweetal alleen maar verder oplopen. In de afzink van de laatste klim benut Claveyrolat zijn kennis van de streek om Bouwmans voorzichtig af te schudden. De Fransman durft iets meer risico te nemen en snijdt elke haarspeldbocht net iets scherper aan. Het levert hem telkens een fractie van een seconde tijdwinst op, hetgeen zich gaandeweg de afdaling begint te vertalen in een voorsprong van enkele tientallen meters. Heel langzaam glipt Claveyrolat weg bij Bouwmans, die op de minder bochtige stukken uit alle macht probeert het gat te verkleinen. Tevergeefs. Alleen het noodlot lijkt de Fransman van de winst in de derde editie van de Alpenklassieker te kunnen afhouden. Op vijf kilometer van de aankomstlijn in Aix-les-Bains slaat het genadeloos toe. Plotseling merkt Claveyrolat dat de lucht, via een minuscuul gaatje, heel langzaam uit de tube van zijn achterwiel sijpelt. Als twee prille geliefden die elkaar een eerste zoen willen geven, maar in eerste instantie nog niet zo goed durven, waardoor het even duurt alvorens hun lippen elkaar raken, komen velg en asfalt tot elkaar. De geringe achterstand van Bouwmans is in een mum van tijd goed gemaakt en als de twee een rotonde naderen kan Claveyrolat niet anders dan de Nederlander laten passeren.
Kort na de haakse bocht naar rechts, die op de rotonde dient te worden genomen, stuurt hij naar de kant van de weg. Gan-ploegleider Roger Legeay trapt vloekend het rempedaal van zijn volgauto in om zijn pupil zo snel als mogelijk weer op weg te helpen. Het aantal nog te rijden kilometers is echter te kort om de voorsprong die Bouwmans door de fietswissel cadeau heeft gekregen, nog te slechten. Moegestreden en teleurgesteld bolt Claveyrolat over de finish, die de Nederlander 48 seconden eerder, met beide handen hoog boven zijn hoofd, is gepasseerd. ‘Eindelijk! De nieuwe Joop!’, aldus de jubelende Nederlandse wielerpers. Diezelfde tekst wordt dertien dagen later nogmaals afgedrukt en dan zelfs in kapitalen, als Bouwmans de vierde etappe van de Dauphiné Libéré wint. In tegenstelling tot de twee vorige winnaars van de Alpenklassieker, Charly Mottet en Gilles Delion, weet de kopman uit Posts Novémail-Histor-ploeg – het verfmerk is Panasonic in 1993 opgevolgd als hoofdsponsor – het succes enkele weken later geen passend vervolg te geven in de Tour. Kleurloos en anoniem komt hij niet verder dan een teleurstellende 45ste plaats. Het journaille komt tot de conclusie dat ‘de nieuwe Joop’ nog wat langer op zich laat wachten. Alsof een minuscuul steentje zich in de carrière van Eddy Bouwmans heeft genesteld, loopt die als een lekke achtertube langzaam leeg.
Foto Ploegfoto Novemail histor laser 1993