Foto Ron Kroon / Anefo (via Commons-Wiki)

Wielercultuur

Parijs-Luxemburg: de vergeten rittenkoers van Jean Bobet

Als Parijs-Luxemburg geen wielerwedstrijd was geweest, maar een boek, film of televisieprogramma, dan had ergens aan het begin de tekst ‘naar een idee van Jean Bobet’ gestaan. Jean Bobet. Inderdaad, ‘het broertje van…’. Zoals Peter Sagan jarenlang Juraj aan zijn zijde had en Nairo Quintana kon rekenen op de trouwe assistentie van Dayer, zo had drievoudig Tourwinnaar Louison Bobet in de jaren ‘50 van de vorige eeuw de hulp van zijn vijf jaar jongere broer. Diezelfde Jean is een klein decennium na de laatste Tourzege van broerlief de initiatiefnemer van een korte meerdaagse rittenkoers tussen Parijs en Luxemburg. Zowel de start- als de finishplaats zijn geen toevallige keuzes. Beide zijn direct terug te voeren op de carrière die Jean opbouwt na afloop van zijn actieve wielerloopbaan. Als de bakkerszoon in 1959 zijn fiets aan de wilgen hangt, gaat hij namelijk eerst als verslaggever aan het werk voor de Franse sportkrant L’Équipe. Drie jaar later maakt Bobet de overstap naar Radio Luxembourg, waar hij chef sport wordt. Jeans loopbaan beweegt zich dus letterlijk van Parijs naar Luxemburg, net als de etappekoers die hij enkele jaren later zal bedenken.

Huub HaringsFoto Ron Kroon / Anefo (via Commons-Wiki)

Bij het uitzetten van het parcours heeft de kersverse koersdirecteur duidelijk rekening gehouden met de wensen van zijn oud-collega’s. De bonkige kasseien in Noord-Frankrijk worden bijvoorbeeld met opzet gemeden. Met de Tour nog vers in de benen en het WK voor de boeg wil Bobet het peloton niet aan een al te zware beproeving onderwerpen. Laat staan dat hij het op zijn geweten wil hebben dat een onbenullige valpartij deelname aan de mondiale titelstrijd in de weg staat. In plaats daarvan kiest hij voornamelijk vlakke wegen uit. Alleen op de slotdag staan een paar korte, venijnige Luxemburgse klimmetjes op het programma. Een lang leven is de etappekoers niet beschoren. Ondanks dat Parijs-Luxemburg in haar achtjarige bestaan uitgroeit van een tweeluik naar een volwaardige meerdaagse, verdeeld over vijf etappes, gaat al snel de stekker weer uit het initiatief van de jongste van de fietsende broers Bobet. Slechts één van de acht, vrij naar het programma dat Mies Bouwman niet veel later jarenlang op televisie zal presenteren, edities wordt gewonnen door een Nederlander. Jan Janssen is in 1967 de beste. Een jaar eerder meldt zich echter al een andere landgenoot op het erepodium. Achter de Fransman Anatole Novak eist Huub Harings de tweede plaats op in de eindstand van wat achteraf de meest besproken editie van Parijs-Luxemburg zal blijken. Niet meer dan tien tellen, bonificatieseconden nota bene, houden de uit het Limburgse buurtschap Heerstraat, onder de rook van Valkenburg, afkomstige renner van de winst af.

Na afloop van de eerste rit, er moet 205 kilometer worden gefietst om vanuit de Franse hoofdstad in Troyes aan te meren, worden liefst vijf renners uit koers gehaald. Het zijn niet zomaar de eersten, de besten. Rudi Altig, Jacques Anquetil, Raymond Poulidor, Gianni Motta en Jean Stablinski kunnen hun biezen pakken. Parijs-Luxemburg is op dat moment iets verschoven op de wielerkalender en wordt kort na het wereldkampioenschap gereden. Op dat WK heeft Altig vijf dagen eerder voor eigen publiek de regenboogtrui veroverd. Anquetil en Poulidor flankeren hem op het podium. Motta, Stablinski en Italo Zilioli, die niet in Parijs-Luxemburg aan de start staat, vervolmaken de top zes. Allemaal moeten ze na afloop een plas inleveren bij de UCI, maar geen van allen doen ze dat ook daadwerkelijk. De dopingcontroles zijn datzelfde jaar door de wielerbond ingevoerd, onder luide protesten vanuit het peloton. Twee maanden eerder is er in de Tour zelfs gestaakt door nagenoeg het voltallige rennersveld en sindsdien weigert een aantal principieel aan de controles mee te werken. Een schorsing van twee maanden is de sanctie. Dankzij een advocaat en een beroepszaak mogen de weigeraars in eerste instantie gewoon starten in Parijs-Luxemburg, in afwachting van een definitief oordeel van de UCI. Als de bondsheren pal na de eerste etappe echter in het nadeel van de renners blijken te hebben besloten, worden de vijf zonder pardon naar huis gestuurd. Motta kan dus maar kort genieten van het winnen van de sprint van een dertien man sterke kopgroep in die eerste etappe naar Troyes. Zijn leiderstrui hoeft hij de volgende dag niet aan te trekken. In plaats daarvan kan de Italiaan naar huis, net als de vier andere ‘plas-weigeraars’.

De uitsluiting van de dwarsliggers zorgt dat de andere leden van de kopgroep, die met een ruime voorsprong Troyes had bereikt, vanzelfsprekend doorschuiven in het klassement. Novak en Harings belanden zo plotseling in pole-position. Beiden staan in precies dezelfde tijd geklasseerd en trekken, nadat de tweede etappe een prooi is geworden voor Gerben Karstens maar geen noemenswaardige tijdverschillen heeft opgeleverd, op de slotdag opnieuw ten strijde. Ditmaal met een aantal anderen, die door hun in de openingsrit opgelopen achterstand al geen rol van betekenis meer spelen in de strijd om de eindzege. De Duitser Winfried Bölke mag in Luxemburg een dagsucces boeken, maar zes seconden achter hem spant het erom. Novak en Harings dienen te sprinten om de tweede plek en de bijbehorende tien bonustellen, die zullen uitmaken wie zich eindwinnaar mag noemen. Dat wordt de Fransman. Nipt. Harings, op dat moment ook regerend nationaal kampioen veldrijden, schiet maar net te kort om een primeur te beleven en als eerste Nederlander Parijs-Luxemburg te winnen. In plaats daarvan moet hij genoegen nemen met de tweede plek, al is ook dat de eerste keer voor een landgenoot. Een jaar later zal Janssen alsnog met de primeur aan de haal gaan en de eindzege opstrijken. Hij zal voor altijd de enige Nederlander zijn op de erelijst van Parijs-Luxemburg. De UCI beslist in 1968 dat etappekoersen, met uitzondering van de drie grote ronden en meerdaagse wedstrijden die langer dan tien jaar bestaan, voortaan maximaal maar vijf dagen mogen duren. Bovendien begint de Luxemburgse overheid te morren over de bereikbaarheid van het groothertogdom aan het einde van de zomervakantie. Langzaamaan begint de eindtune te lopen voor Parijs-Luxemburg en in 1970 wordt de laatste editie verreden van de koers, die met Jan Janssen en Huub Harings slechts twee Nederlanders op het erepodium mocht begroeten.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Parijs-Luxemburg: de vergeten rittenkoers van Jean Bobet

De jarige Huub Harings werd tweede in deze rittenkoers

Wielercultuur

De jarige Eddy Bouwmans (30 januari)! De vloek van “de nieuwe Joop”

Wielercultuur