Wielercultuur

De jarige Edgar Corredor en hoe de Colombianen in 1983 de Tour de France veranderden

Hoofdschuddend bekijkt Luis Ocaña het parcours, dat de Tourorganisatie in 1983 voor het peloton in petto heeft. De voormalige winnaar van het grootste wielerevenement ter wereld snapt helemaal niets van de keuzes van directeuren Félix Lévitan en Jacques Goddet. Wat het tweetal heeft besloten doet de Spanjaard, die een jaar na zijn eigen eindzege in de ronde een wijngaard kocht, denken aan het uitnodigen van een geheelonthouder om die vervolgens doodleuk mede te delen dat er verplicht wijn gedronken moet worden.

Mini Roubaix

Zo staat er op de derde dag van de aanstaande Tour een ploegentijdrit van liefst honderd kilometer op het programma. De volgende dag rijden de renners een soort mini-uitvoering van Parijs-Roubaix, met onderweg meerdere loodzware kasseistroken. Aan het einde van de eerste Tourweek wacht dan ook nog eens een individuele race tegen de klok van 58 kilometer. Ocaña kan er met zijn hoofd niet bij. Alles goed en wel, maar waarom hebben Lévitan en Goddet eerst de grootste moeite gedaan een Colombiaanse ploeg aan het vertrek te krijgen, om die vervolgens, nog voordat de eerste bergen in zicht komen, kansloos te maken voor een hoge eindklassering door ze aan allerlei proeven te onderwerpen die ze niet beheersen?! De Spaanse Tourwinnaar van 1973 begrijpt er niets van en zucht eens diep. Hij laat zich echter niet zomaar uit het veld slaan.

Verblijf in Colombia

Wekenlang heeft hij in Colombia gebivakkeerd om er de wielerronde door het Zuid-Amerikaanse land van dichtbij te volgen en talentvolle renners te scouten. Die zijn in overvloede aanwezig, heeft Ocaña geconstateerd. Sterker, hij is door zijn werkbezoek alleen maar enthousiaster geraakt. Over veel tactisch inzicht beschikken de Colombianen niet, maar in hun ongebreidelde aanvalslust, temperament en het rijden op gevoel heeft hij onmiddellijk veel van zichzelf herkend; uit zijn beginjaren als prof. Vandaar dat Ocaña vol vertrouwen naar Frankrijk afreist, ondanks de beroerde invulling van de eerste Tourweek. Tien jaar na zijn eigen eindzege wacht hem de taak een ploeg te begeleiden, die Lévitan en Goddet per se aan de start wilden hebben. Een tiental Colombiaanse amateurrenners, gesponsord door een Duitse batterijenfabrikant, debuteert met de hulp van de Spanjaard in de Franse ronde. Internationaler kan het haast niet. De Tour maakt dat jaar voor het eerst kennis met Zuid-Amerikaanse klimgeiten als Alfonso Flóres, José Patrocinio Jiménez en Edgar Corredor.

Als het aan de beide Franse Tourdirecteuren had gelegen hadden er meer ploegen zonder proflicentie aan de start gestaan. Een mengeling van vernieuwingsdrang, het vergaren van een grotere wereldwijde belangstelling voor de ronde en een jubileumjaar – in 1983 is het precies tachtig jaar geleden dat de Tour haar primeur beleefde en het is, doordat beide wereldoorlogen de ronde opgeteld tienmaal stil legden, de zeventigste editie – had Lévitan en Goddet ertoe verleid er een zogenaamde ‘open’ wedstrijd van te maken. Niet alleen profploegen, maar ook amateurs mogen meedoen. Met die opmerkelijke zet wil het tweetal een sterker deelnemersveld naar Frankrijk trekken. Zuid-Amerikaanse renners bijvoorbeeld, maar ook die uit Oost-Europa. In landen achter het IJzeren Gordijn is het immers niet toegestaan beroepsmatig te sporten, waardoor talloze topatleten uit onder meer de Sovjet-Unie en de DDR zich nooit kunnen meten met de profs. Het ambitieuze plan van het Franse duo valt echter al snel in duigen. De overheden en sportbonden in de Oostbloklanden vinden de ‘kapitalistische combines’ met de profsport maar niets en haken een voor een af. Geen Sovjet-Russen of Oost-Duitsers dus in de Tour van 1983. Ook Portugal, waar veel renners op amateurbasis aan nationale koersen deelnemen, laat verstek gaan. Het land kan naar eigen zeggen onvoldoende talent op de been brengen voor een serieuze krachtmeting. De deelname van de Colombianen komt eveneens aan een zijden draadje te hangen. De nationale wielerbond beschikt over onvoldoende middelen om tien renners met entourage en materiaal naar Frankrijk te sturen. Hulp komt er uit onverwachte hoek. De Duitse batterijfabrikant Varta, die een Colombiaanse vestiging heeft in Manizales, springt in de bres en doneert een bedrag van omgerekend 1,4 miljoen gulden. Het stelt de ploeg in staat zich ruimschoots op tijd voor te bereiden op haar Tourdebuut. Door de financiële injectie en het maandsalaris dat de renners daar aan onttrekken, zijn de tien Colombianen die op 1 juli 1983 in Fontenay-sous-Bois aan de zeventigste ronde beginnen, zelfs nauwelijks nog amateurs te noemen.

Zoals voorspeld

Precies zoals gelegenheidsploegleider Ocaña vooraf had voorspeld is de voltallige Varta-ploeg na de eerste Tourweek al kansloos voor een topklassering. De Colombianen worden laatste in de ploegentijdrit en hebben ook op weg naar Roubaix en in de individuele chronorace de grootst mogelijke moeite. Kopman Flóres houdt de schade nog het meest binnen de perken, maar staat voordat de eerste Pyreneeëncols opdoemen slechts 61ste in het klassement. Zijn achterstand op leider Kim Andersen bedraagt dik tien minuten. Corredor staat zeven plaatsen lager en moet twee minuten meer goedmaken. Jiménez al bijna een kwartier en de andere Colombianen voeren een achterhoedegevecht. Zodra de beklimmingen van eerste of ‘hors’ categorie zich aandienen, blijkt echter onmiddellijk dat Ocaña niets te veel had gezegd toen hij aangaf meerdere talenten te hebben zien rondrijden in Zuid-Amerika. Op de Col d’Aubisque, de eerste scherprechter in de tiende etappe tussen Pau en Bagnères-de-Luchon, nemen de renners van Varta direct het voortouw. Flóres zal zijn forse inspanning bekopen met een inzinking en de finish die dag niet halen, maar Jiménez en Corredor strijden tot diep in de finale mee om de dagzege. Alleen Robert Millar, Pedro Delgado en Pascal Simon zijn sterker. Terwijl laatstgenoemde het geel krijgt omgehangen, mag Jiménez de bolletjestrui aantrekken. Evenals Corredor stijgt hij met stip richting de twintigste plek in het algemeen klassement. Van de eerste Colombiaanse ritoverwinning zal het die Tour nog niet komen, maar laatstgenoemde is meermaals akelig dichtbij. Met een zesde plek in de klimtijdrit naar de Puy de Dôme en twee derde plaatsen op rij – op L’Alpe d’Huez na Peter Winnen en Jean-René Bernaudeau en de volgende etappe naar Morzine achter Jacques Michaud en Ángel Arroyo – toont Corredor het grote gelijk van Lévitan en Goddet aan. De Colombiaanse klimmers blijken absolute smaakmakers te zijn, ondanks dat Jiménez de bolletjestrui aan Lucien Van Impe moet laten. Hij wordt zeventiende in het eindklassement. Een plekje hoger staat Edgar Corredor, die uiteindelijk de beste is van het tiental door Varta gesponsorde debutanten. Vanaf dat moment zijn de Colombianen niet meer weg te denken uit de Tour.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Edgar Corredor en hoe de Colombianen in 1983 de Tour de France veranderden

Wielercultuur

Wilfried Nelissen en de val in Kuurne 1994: het begin van het einde voor ploeg Post

Een putdeksel, een sleutelbeen en het einde van een wielerimperium

Koersverhalen Wielercultuur