Foto Sirotti
Ecuador’s Olympische Dilemma: Waarom de jarige Narváez gekozen werd boven titelverdediger Carapaz
Onder het slaken van een luide zucht neemt Santiago Rosero het communiqué tot zich, dat enkele minuten eerder door de UCI en het IOC de wereld in gestuurd is. Niet dat het bericht daadwerkelijk nieuws bevat voor de voorzitter van de Federación Ecuatoriana de Ciclismo, de Ecuadoriaanse wielerbond. Het is niet meer dan de bevestiging van iets dat Rosero al even wist. Maar nu staat het zwart op wit. Het verdict zou hem de volgende maanden zomaar een hoop gedoe en de bijbehorende grijze haren kunnen opleveren. De voorzitter realiseert het zich dondersgoed.
Hetgeen de beide sportbonden hebben laten weten is namelijk kraakhelder. Op basis van de puntenranking per land, hebben de UCI en het IOC samen het aantal startplekken voor de aanstaande Olympische Spelen in Parijs verdeeld. Slechts de vijf sterkste wielerlanden hebben het voorrecht om vier deelnemers af te vaardigen naar de wegwedstrijd om goud, zilver en brons. De overige landenteams zullen uit minder renners bestaan; drie, twee of, als het de zwakkere broeders betreft, slechts eentje. Rosero had de bui al zien hangen. Ecuador spreekt sinds enkele jaren een aardig woordje mee in de mondiale wielerwereld, maar dat is vooral te danken aan slechts een bescheiden handje vol renners. In de breedte stelt het allemaal niet veel voor. Het is de vanzelfsprekende verklaring voor het feit dat Ecuador geen hoge positie inneemt op de wereldranglijst voor landen en dat is dan weer de reden dat er slechts één renner naar Parijs mag worden gestuurd, om daar in de zomer van 2024 het Zuid-Amerikaanse land te vertegenwoordigen.
Op papier
Op papier is Richard Carapaz, nota bene de regerend Olympisch kampioen, de meest logische keuze, maar er is nog een andere gegadigde. Dat is de renner die meer dan de helft van het aantal punten dat Ecuador bezit op de landenranglijst bij elkaar heeft gefietst. Ook hij zou een startplaats verdienen. Het plaatst Rosero en zijn keuzeheren voor een duivels dilemma, dat uiteindelijk uitvalt in het nadeel van Carapaz. De verstandhouding tussen hem en de renner die voorkomt dat hij zijn titel kan verdedigen, komt er flink door op scherp te staan. In plaats van trots te kunnen zijn op zijn aanstaande Olympische deelname verandert Jhonatan Narváez tegen wil en dank in de antagonist die zijn landgenoot afhoudt van diens kans het goud te prolongeren.
Spagaat van een sportbond
Als sportbond kun je het in aanloop naar een groot toernooi bijna nooit goed doen. Kritiek van duizenden, zo niet miljoenen, zelfbenoemde bondscoaches is van alle tijden, maar in aanloop naar een Olympische Spelen wordt de bemoeizucht van de buitenwereld nog eens met een veelvoud vergroot. Of je nou direct atleten aanwijst of een heus OKT organiseert, ophef over de uiteindelijke afgevaardigden is er toch wel. Zo ook in Ecuador, als de nationale wielerbond een kleine tien weken voor de wegwedstrijd in Parijs bekend maakt wie het Zuid-Amerikaanse land zal vertegenwoordigen. Dat is dus niet titelverdediger Carapaz, maar de renner die in zijn schaduw is opgeklommen tot de ‘nummer twee’ uit het land van de Galapagoseilanden en het Andesgebergte. De winnaar van het goud in Tokyo, drie jaar eerder – vanwege Covid-19 werden de Spelen van 2020 een jaar uitgesteld – kan thuisblijven.
Carapaz woedend
Vanzelfsprekend ontsteekt Carapaz in woede als hij verneemt dat de beslissing van de nationale Ecuadoriaanse wielerbond in het voordeel van Narváez is uitgevallen. De voormalig Girowinnaar richt zijn woede niet eens zozeer op zijn collega-renner, maar vooral op de bondsheren in het algemeen en Rosero in het bijzonder. Al wordt Narváez wel degelijk geraakt als Carapaz in niet mis te verstane woorden zijn ongenoegen uitspreekt. Het zorgt dat de verstandhouding tussen de renners temperaturen bereikt die de opwarming van de Aarde onmiddellijk teniet zouden doen. Rosero krijgt dus precies voor zijn kiezen wat hij enkele maanden eerder, toen de UCI en het IOC bekend maakten dat Ecuador niet meer dan een renner zou mogen afvaardigen, al had gevreesd. Hij stapt zelfs nog op het vliegtuig naar Europa om David Lappartient, de voorzitter van de internationale wielerbond, te ontmoeten en een ultieme poging te wagen hem te overtuigen Ecuador een tweede startplek toe te kennen.
Regerend kampioen
Op zich geen gekke gedachte, gezien het feit dat het land op dat moment over de regerend Olympisch kampioen beschikt. De Fransman hoort Rosero aan, geeft hetzelfde antwoord dat een deejay op een drive-in show in het oor van een feestganger die een plaatje komt aanvragen, brult – ‘ik zal kijken wat ik voor je kan doen’ – en stelt tenslotte dat het uiteindelijke besluit door het IOC genomen moet worden. De Olympische bond houdt voet bij stuk. Hetzelfde geldt voor de Ecuadoriaanse bobo’s. Zij zijn niet ontvankelijk voor de argumenten van Carapaz en blijven trouw aan hun keuze voor Narváez. Het parcours in Parijs, waar de met kasseien geplaveide heuvel in de wijk Montmartre meermaals moet worden opgereden, zou hem beter passen dan zijn landgenoot, beargumenteren ze hun keuze.
Sterke indruk
Steekhoudender is dat Narváez in de eerste seizoenshelft een sterkere indruk heeft gemaakt. Begin februari klopt hij Carapaz in een rechtstreeks duel om de nationale titel en na de openingsetappe van de Giro, drie maanden later, mag de renner van UAE Team Emirates zelfs als ritwinnaar én klassementsleider het podium op. Later in diezelfde ronde, die hij vooral rijdt als helper van Tadej Pogačar, finisht hij nog driemaal bij de eerste tien in een etappe. Carapaz kan weliswaar een ritzege in de Ronde van Romandië aandragen, maar als de Olympisch kampioen van 2021 in de Tour in vorm raakt – hij draagt een dag het geel, wint een rit, het bergklassement en de strijdlustprijs – is het besluit om Narváez naar de Spelen te sturen al lang onherroepelijk. Zouden Rosero en de andere keuzeheren spijt van hun keuze hebben gekregen? We zullen het nooit weten. Jhonatan Narváez rijdt een roemloze Olympische wegwedstrijd in Parijs en wordt maar 43ste. In Huize Carapaz vliegt een luide zucht door de kamer bij het zien van die uitslag.

Foto A.S.O./Billy Ceusters
Foto Sirotti