Foto Sirotti

Wielercultuur

De Argentijn Maximiliano Richeze is jarig: we duiken in een stukje onbekende Argentijnse wielergeschiedenis!

Historisch gezien stelt het Argentijnse wielrennen veel meer voor dan het lijkt. Wie in het hedendaagse peloton een renner probeert te ontdekken uit het in oppervlakte op een na grootste land van het Zuid-Amerikaanse continent, moet over het algemeen zoeken naar een speld in een hooiberg.

Terugkijkend op de laatste vijfentwintig jaar zijn Eduardo Sepúlveda, Juan José Haedo en Maximiliano Richeze de meest aansprekende namen. Eerstgenoemde is een typische vrijbuiter, die dankzij zijn aanvalslust hier en daar een bescheiden etappezege mee pikt. De andere twee moeten het vooral hebben van hun spurtersbenen. Al ontdekken beiden snel dat ze het afleggen tegen de sterkste turbodijen in het peloton. Ze kiezen eieren voor hun geld. In de rol van lead-out is voor de Argentijnen een veel grotere rol weggelegd dan wanneer ze zich voor eigen kansen in een massasprint storten. Vanzelfsprekend levert de functiewijziging een hoger salaris op. Met name Richeze groeit uit tot een van de beste sprintvoorbereiders van de jaren ’10 en gidst met zijn inzicht en gevoel voor positionering menig kopman naar een overwinning. Bovendien deinst de Argentijn er niet voor terug in volle finale een kwak of kopstoot uit te delen aan een renner die het waagt hemzelf of de ploeggenoot in zijn wiel weg te drukken. Fernando Gaviria, Alexander Kristoff, Fabio Jakobsen; ze danken meerdere ritzeges in etappekoersen en grote ronden aan de inspanningen en durf van Richeze. Zijn eigen erelijst is vele malen bescheidener.

Alleen twee Giro-etappes, beide in 2007, springen in het oog. De Argentijn krijgt ze pas later cadeau, met terugwerkende kracht. Eigenlijk vist hij in zowel Riese Pio X als Milaan achter het net en moet in Alessandro Petacchi tweemaal zijn meerdere erkennen. De Italiaan blijkt echter uit de dopingpot te hebben gesnoept en wordt uit de uitslag geschrapt. Zo komen de ritzeges bij Richeze terecht. Veel impact op de historie van het wielrennen in het algemeen en de Argentijnse in het bijzonder heeft het niet. Voor de wegbereider uit het Zuid-Amerikaanse land moeten we diep de archieven in. Naar het einde van de negentiende eeuw, als ene Luciano Mazan in Argentijnse wedstrijden, zowel op de weg als de baan, de stenen uit de straat rijdt. Alsof de duivel hem op de hielen zit, snelt de kleine renner voort en wint de ene koers na de andere.

Het is 1899 als de dan pas 16-jarige Luciano zijn eerste racefiets krijgt. Niet van zijn ouders. Nee, vader Mazan vindt het maar niets dat zoonlief geïnteresseerd is in de koers. Als de tiener dan ook nog een fiets tot zijn beschikking zou hebben, is de boot aan. Maar Luciano wint er een. De hoofdprijs in een plaatselijke loterij. Letterlijk. De jonge Mazan was al gek van de sport, met een fiets onder zijn achterste is hij niet meer te stoppen. Tot grote ergernis van pa, die veel liever zou zien dat zijn zoon een ‘normaal’ bestaan gaat leiden. Diens verbod blijkt aan dovemans oren gericht. Bovendien benut Mazan junior zijn sport om een groter sociaal netwerk op te bouwen. Hij wordt vrijwel direct lid van een wielerclub in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires en schrijft zich in voor lokale en nationale wedstrijden op de weg en de baan. Of die nou over 25, 50, 75 of zelfs honderd kilometer gaan, een ding staat bij de start al vast. Mazan wint. In 1902 kroont hij zich zelfs tot Argentijns nationaal kampioen. Onder een pseudoniem. Alsof hij een acteur of zanger is, die een ‘catchy’ artiestennaam draagt om wat meer op te vallen, gebruikt Luciano een alias. Zijn vader mag namelijk niet weten dat hij stiekem koerst. Vandaar dat hij zich niet Mazan noemt, maar een achternaam kiest die verwijst naar zijn geboorteplaats. Die ligt in Frankrijk. In Bretagne, om precies te zijn. De kleine Luciano is op 18 oktober 1882 als Lucien ter wereld gekomen in het plaatsje Plessé. Op zijn achtste is hij met zijn ouders naar Argentinië geëmigreerd, maar nu hij een schuilnaam nodig heeft komt zijn afkomst als geroepen. Lucien Breton, besluit hij zich te noemen en dat is dan ook de naam die op de erelijst van de Argentijnse baankampioenschappen van 1902 prijkt. Ook op de weg toont de jonge renner zich veelvuldig de beste. Iets eerder al heeft hij, nog onder zijn geboortenaam, een wedstrijd tussen Luján en Buenos Aires gewonnen. 75 kilometers lang buffelen over smalle, slecht begaanbare landweggetjes vol gaten en kuilen. Die ervaring en gewenning zullen hem later in zijn loopbaan nog goed van pas komen.

Lang kan de kersverse titelhouder niet van zijn status als Argentijns kampioen genieten. Tenminste, niet in zijn Zuid-Amerikaanse thuisland. Lucien bezit immers nog altijd een Frans paspoort en nu hij volwassen is, roept de dienstplicht. Mazan, of Breton, zal terug naar Europa moeten. Met zijn fiets, vanzelfsprekend. Ook aan deze kant van de Atlantische Oceaan neemt hij aan talloze koersen deel. Inmiddels heeft hij zijn achternaam dan nog iets moeten aanpassen. Er blijkt namelijk nog een andere Lucien Breton rond te fietsen. Om verwarring te voorkomen plaatst de renner die door zijn Europese collega’s inmiddels L’Argentin wordt genoemd, het woordje ‘petit’ voor zijn achternaam. Lucien Petit-Breton dus. Onder die naam doet de Franse Argentijn in 1905 voor het eerst mee aan de Tour de France. De wegen waarop die verreden wordt zijn vele malen beter dan wat hij in Zuid-Amerika gewend is. Petit-Breton wordt knap vijfde en laat zich een maand later ook op de baan opnieuw gelden door het werelduurrecord te verbeteren. Het hoogtepunt uit zijn loopbaan moet dan nog komen. Als eerste renner ooit wint hij in 1907 én 1908 tweemaal op rij de Tour. Inmiddels lijkt Petit-Breton zich te schamen voor de Argentijnse wortels, waardoor zijn successen zich hebben gevoed. Hij doet er in het openbaar alles aan zich als echte Fransman te afficheren. De Eerste Wereldoorlog zet uiteindelijk een voortijdig einde achter de carrière van Petit-Breton. Opnieuw roept de militaire plicht en de renner vecht zelfs mee aan het front. Uiteindelijk komt hij in december 1917, op slechts 35-jarige leeftijd, om het leven als hij tijdens het uitvoeren van zijn legerdienst betrokken raakt bij een noodlottig verkeersongeval. Ondanks dat zijn Tourzeges aan Frankrijk worden toegeschreven en hij zijn Zuid-Amerikaanse achtergrond zelf liever achterwege liet, speelde Argentinië en de tien jaren die Lucien ‘Petit-Breton’ Mazan er verbleef uiteraard een voorname rol. Het maakt de voetdruk die het land in de wielerhistorie heeft geplaatst veel groter dan je op basis van de prestaties van hedendaagse vaandeldragers als Eduardo Sepúlveda, Juan José Haedo en Maximiliano Richeze zou denken.

Foto Sirotti
Foto Sirotti

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De Argentijn Maximiliano Richeze is jarig: we duiken in een stukje onbekende Argentijnse wielergeschiedenis!

Wielercultuur

De jarige Sergej Ivanov en de Amstel van 2009

Hoe hij de Nederlanders andermaal in de luren legde

Wielercultuur