De Hel van het Noorden – een dagje op de stroken van Roubaix
Parijs-Roubaix. Een van de monumenten. Een koers die ik als jong jochie met bewondering en soms afgrijzen bekeek. Renners die compleet van de wereld over kasseien stuiterden. Volledig in de modder, onder de drek. Afzien kreeg in deze koers een nieuw gezicht. Bij de koplopers nog de illusie op winst, bij de achterblijvers een wanhoop die zijn weerga niet kent.

Ooit was er die ene prachtige documentaire van Holland Sport, met Wilfried de Jong. Waarin er super-slow-mo beelden van Roubaix werden vertoond. Je kon zien hoe de banden vervormden op de kasseien, hoe de ketting haast van de tandwielen stuiterden. Dat was nog eens TV.
Museeuw – Knaven – Tchmill
Ik herinner me nog de dominantie van Mapei (met Museeuw), ik herinner Andrei Tchmil, Servais Knaven. De verwrongen gezichten van toprenners die niet wisten hoe snel ze thuis moesten komen. De overwinningsgebaren. De uitputting. De race zelf heb ik nog nooit van dichtbij gezien. De kasseien al wel, tijdens verschillende tour etappes (2014, 2018). Dat laatste jaar stond ik op Mons-en-Pévèle, een van de zwaarste stroken. Tot op de dag van gisteren had ik enkel nog langs de kasseien gestaan, maar nooit erop gefietst.
Als we vandaag onze auto in Orchies parkeren en de spullen uitpakken, kijkt men ons vreemd aan. ‘Ils sont foules’, hoor je ze denken. De omstandigheden in januari vragen niet om een ritje in de Hel van het Noorden. Maar de stroken roepen, harder dan ik hebben kan.
Het hoofddoel van de dag is de ‘Trouee d’Arenberg’, in het Bos van Wallers. Misschien wel de meest mythische kasseienstrook van de koers. Officieel heet deze ‘straat’ La Drève des Boules d’Hérin. Op 100km van de aankomst van de koers is dit de strook van de ‘vorentscheidung’. Menig carrière is er gebroken, menig hart en menig been.

Als je aankomt bij het bos, rijd je eerst door het naastgelegen mijnstadje Wallers-Arenberg. De straten geven een beeld van een vervlogen tijd, toen er nog bedrijvigheid was en je de mijnwerkers hier van en naar de schacht kon zien gaan. Wat nu rest is de infrastructuur, maar die activiteit is verdwenen. De mijn is nog te bezoeken, maar de kolen blijven onder de grond. Het decor is enigzins treurig. Zonder de geschiedenis van de koers zou het een vergeten deel van Frankrijk zijn.

De beroemde kasseienstrook van Arenberg lijkt meer op een verzameling stenen die willekeurig in de grond is gegooid. Ongeschikt als route voor de koers. Voeg daarbij het hoogteverschil en je begrijpt de angst die deze strook inboezemt. Op een gravelfiets met 42mm banden is die angst minder voelbaar dan op een standaard racefiets met 25/28/30mm bandjes. Hoe laag je de druk ook legt: Het stuitert, het hobbelt, je lijf wordt geschud. Aan het eind van de 2,3km denk je enkel nog aan de kortste weg naar huis. Maar dan begint het pas.
Foto Sander Kolsloot
Op onze route pikken we ook het visueel aantrekkelijke Ponts Gibus mee. Ooit hernoemd naar Duclos-Lasalle. In vergelijking met Arenberg is dit een geasfalteerde strook. Ideaal voor foto’s of voor een extra demarrage. We nemen dat als een cadeautje in ontvangst. Daarachter aan nog de stroken van ‘Warlaing a Brillon’ en de ‘John Degenkolb secteur’ tussen Hornaing en Wandignies. Ook Tilloy-lez-Marchiennes mag niet ontbreken.

Na 66kilometer stuiteren afgewisseld met aardig Frans wegdek volgt een weerzien in Orchies. De burgemeester geeft ons helaas geen lintje, hoewel we zelf vinden dat verdiend te hebben. Gelukkig hebben we de foto’s.
Foto Sander Kolsloot



Foto Sander Kolsloot
Foto Thomas Bogaard