Lachend en met een bescheiden gevoel van gepaste trots legt Jacques Carbonnel de telefoonhoorn terug op het toestel. Reacties van kijkers op de live-uitzendingen van de Tour de France zijn leuk om te krijgen, de negatieve als vanzelfsprekend uitgezonderd, maar dankzij de beller die zojuist via het hoofdkantoor van Carbonnels werkgever Antenne 2 werd doorverbonden met de mobiele studio op de Champs-Élyséés, waar het Tourpeloton intussen aan de apotheose van de ronde van 1987 bezig is, is het hoofd productie van de Franse televisiezender een ervaring rijker. Diezelfde avond, als de televisieploeg onder het genot van een goed glas wijn gezamenlijk terugblikt op de jongste ronde, zal Carbonnel het bijzondere telefoongesprek met een agrariër uit Toulon nog meermaals ter tafel brengen en de conversatie op smakelijke wijze reconstrueren. Carbonnels collega’s Patrick Chêne en Jean-Paul Ollivier schieten schuldbewust in de lach als de productiechef kond doet van zijn belevenis. Zij zijn immers de aanstichters van het belletje uit Toulon met een voorstel voor een bijzondere ruil. De boer wil namelijk niets liever dan één van zijn tractoren inwisselen voor een gloednieuwe Peugeot 205 van tweevoudig Touretappewinnaar Régis Clère.

Als het bijna compacte peloton de aankomstlijn op de Champs-Élysées passeert en de tweede van zes plaatselijke omlopen door het hart van Parijs inzet, rijdt één renner enkele honderden meters voor de meute uit. Régis Clère is vrijwel direct nadat de 135 overgebleven renners in de 74ste editie van de Tour de France de beroemdste straat van Frankrijk zijn opgedraaid, gedemarreerd, in een poging het traditionele sprintersbal te saboteren. De Fransman, in dienst van het Spaanse Teka, is een van de smaakmakers van de Tour geweest en heeft al twee etappezeges op zak. Terwijl Clère onzeker achteromkijkt om, met nog veertig kilometer voor de wielen, zijn voorsprong op het steeds sneller rijdende peloton te monsteren, schakelt Patrick Chêne in het commentaarhokje van Antenne 2 met zijn collega Jean-Paul Ollivier, die verslag doet vanaf de motor pal achter de vluchter. In de korte ‘crosstalk’ die volgt worden de Franse televisiekijkers niet alleen geïnformeerd over de langzaam slinkende voorsprong van Clère ten opzichte van het peloton, Chêne diept nog maar eens wat achtergrondinformatie op over de boerenzoon uit Langres, die op de Champs-Élysées tracht iedereen te slim af te zijn. Over zijn afkomst, zijn twee eerdere ritzeges in de Tour van 1987 en natuurlijk het feit dat Clère daar op dat moment eigenlijk helemaal niet behoort te rijden. Tenminste, niet als de officiële koersreglementen waren gevolgd. Dan had de Fransman nu thuis moeten zitten. Uit koers moeten worden gehaald. En dat nota bene al vóór zijn tweevoudige ritwinst.

Weergoden

Elf dagen eerder, in de vijftiende etappe tussen Tarbes en Blagnac, was het peloton na twee derde van de te verrijden 164 kilometer overvallen door een zeldzaam hevige uitbarsting van de weergoden. Een gitzwart wolkendek pakte zich in rap tempo samen boven de Zuid-Franse regio Occitanië, waarna het hemelwater door Moeder Natuur met liters tegelijk over de weerloze rennershoofden werd gekieperd. Bijna als vanzelfsprekend vergezeld door donder en bliksem. De straatkolken wisten zich geen raad met zo’n overdadige watertoevoer dat het peloton zich op sommige plaatsen een weg moest zien te banen door een laag water van meer dan twintig centimeter. Voor even leek het of het peloton plotseling in Spel Zonder Grenzen terecht was gekomen, in plaats van in de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld. Onder de donderwolken werd in die vijftiende Touretappe van 1987 op meerdere fronten volop strijd geleverd.

In de voorhoede rekende Rolf Gölz af met medevluchters Roland Leclerc en Martin Earley en eiste de dagzege voor zich op. Bijna twaalf minuten achter het trio bracht een selecte groep klassementsrenners met daarbij Pedro Delgado, geletruidrager Charly Mottet en Laurent Fignon enkele directe concurrenten, onder wie Stephen Roche, Jean-François Bernard en Robert Millar een gevoelige klap toe door ruim een minuut tijdwinst te boeken. In de achterhoede werd gestreden tegen nog een ander element dan alleen het weer: de tijd. Voor vier renners een strijd met onfortuinlijke afloop. De Colombiaan Argemiro Bohórquez en de Fransen Patrice Esnault, Yvon Madiot en Régis Clère tikten pas ruim na het verstrijken van de tijdslimiet aan in Blagnac. Einde Tour voor het kwartet. Tenminste, volgens het wedstrijdreglement. Maar in tegenstelling tot de dondergod Wodan was de Tourjury het kwartet een heel stuk gunstiger gezind. Vanwege de uitzonderlijke weersomstandigheden besloten de juryleden met de hand over het hart te strijken en de vier de volgende dag hun Tour te laten vervolgen. Een staaltje coulance dat niet in het gehele peloton op goedkeuring kon rekenen. Meerdere renners lieten zich in de pers negatief uit over het besluit van de jury.

Klassenjustitie

Opmerkingen dat velen van hen zich bovenmatig hadden moeten inspannen om de regen te trotseren en op tijd de finish te bereiken waren niet van de lucht. Dag-Otto Lauritzen merkte cynisch op als Noor niet aan temperaturen van tegen de veertig graden te zijn gewend, maar op een snikhete dag nooit van zijn leven eenzelfde vorm van clementie zou krijgen. Kritische journalisten konden het vermoeden van klassenjustitie, drie van de vier laatkomers waren immers Fransen, niet onderdrukken. Als verweer tegen de storm van kritiek bracht de jury in dat Bohórquez, Esnault, Madiot en Clère onderweg gehinderd waren door de tegemoetkomende volgerskaravaan van de Tour de France Féminin. De vrouwenversie van de Tour wordt in 1987 gelijktijdig met die voor de mannen verreden en doet iedere dag dezelfde aankomstplaatsen aan. Enige verschil is dat de dames kortere etappes afleggen en dat hun Tour een week later is begonnen en dus korter duurt. Bohórquez, Esnault, Madiot en Clère hebben zelfs even stil moeten staan om veiligheidsredenen. Dat is de reden dat de jury een oogje toekneep bij haar verdict, nadat de vier de tijdslimiet hadden overschreden.

Terecht of niet, als het peloton de volgende ochtend aan het vertrek staat voor een 216 kilometer lange etappe tussen Blagnac en Millau bevinden de vier laatkomers zich gewoon weer te midden van hun collega’s. Al duurt dat in geval van Régis Clère niet lang. Na amper een half uur koers besluit de Fransman met zijn benen te bewijzen dat het jurybesluit hem in koers te houden een juiste was en maakt zich los uit het peloton. De Bijbelspreuk ‘maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eerste’ zal in de uren die de monsterontsnapping duurt menigmaal door het hoofd van de boerenzoon uit Langres dreunen. In de 190 kilometer die op zijn demarrage volgen bouwt Régis Clère een maximale voorsprong op van liefst vierentwintig minuten. Op de aankomstlijn is daar meer dan de helft van over. Precies een etmaal nadat hij als allerlaatste finishte, buiten tijd, wordt Clère als etappewinnaar gehuldigd. Menig renner én volger spreekt schande van de ‘illegale’ ritzege.

Comeback

De dagzege in Millau is een fraaie comeback voor de dertigjarige Fransman in Spaanse dienst. Ruim zes jaar eerder was Régis Clère veelbelovend begonnen aan zijn profcarrière. In het wit-roze tricot van Miko-Mercier had de kersverse neo in het voorjaar van 1981 meteen de proloog van de, overigens dat jaar niet bijster sterk bezette, Vuelta op zijn naam geschreven. Na eerst ruim een week in de leiderstrui over de Spaanse wegen te hebben gekoerst had Clère in de slotweek nog een tijdrit gewonnen en was op de negende plaats in het eindklassement terecht gekomen. Het volgende seizoen had hem opnieuw succes gebracht met onder meer de Franse nationale titel en de prijs voor meest strijdlustige renner in de Tour. Weer een jaar later had Clère in Fleurance een Touretappe op zijn naam gezet, maar niet lang daarna was de klad in zijn carrière gekomen. Fraaie resultaten werden gaandeweg net zo spaarzaam als regendagen in de woestijn, waardoor de Fransman zonder ploeg kwam te zitten. Voor niet veel meer dan een appel en een ei wordt hij door het Spaanse Teka in genade aangenomen. Tegen wil en dank, maar elke Franse ploeg die Clère benadert wijst hem vriendelijk doch resoluut af. Terug naar de Haute-Marne om in het boerenfamiliebedrijf te werken wil Clère liefst uitstellen en dus heeft hij geen andere keuze dan dankbaar toe te happen als Teka hem een summier Spaans worstje voorhoudt. Clère heeft snel vrede met de situatie. Als jonge boerenzoon had hij al vroeg van zijn vader geleerd dat het slagen van de oogst vele malen belangrijker is dan de waarde van de grond. Precies zo beschouwt hij zijn dienstverband bij Teka. Prijzen rijden is van veel grotere waarde dan het maandelijkse salariszakje. ‘De slechtst betaalde renner in het Tourpeloton’, roept Patrick Chêne in de microfoon van Antenne 2, als hij ziet dat Régis Clère ten aanval trekt in de Tour van 1987.

De boerenzoon wacht daar niet mee tot de dag na zijn overschrijding van de tijdslimiet. In de zevende etappe, van Épinal naar Troyes, rijdt hij ook al solo voor het peloton uit. Deze ontsnapping is snel gedoemd te mislukken, omdat Clère nooit meer dan acht minuten voorsprong vergaart, waarvan op meer dan zeventig kilometer voor de finish meer dan de helft is verdampt onder de Franse zon. Wel strijkt Clère de Souvenir Charles De Gaulle op. Hij passeert als eerste Colombey-les-Deux-Églises, de vroegere woonplaats van de Franse generaal, en incasseert zo een bedrag van, omgerekend, 3500 gulden. Het is een welkome aanvulling op de prijzenpot van de bescheiden Teka-ploeg, die in de Tour vooral mikt op kopmannen Raimund Dietzen en Eduardo Chozas. De Duitser valt, na zijn tweede plaats in de Vuelta eerder dat jaar, in Frankrijk echter vies tegen. Zijn Spaanse ploeggenoot rijdt ook geen behoorlijk klassement, maar zal wel de 22ste etappe op zijn naam schrijven. Het is na de ‘illegale’ ritzege van Régis Clère in Millau een week eerder het tweede dagsucces voor Teka.

Hazenpad

Daar komt een etmaal later nog een derde etappezege bij. Uitgerekend in Dijon, op nog geen tachtig kilometer van zijn geboorteplaats Langres, slaat Régis Clère opnieuw toe. In een kopgroep van acht profiteert hij handig van een vete tussen Gerrie Knetemann en Henk Lubberding. De twee Nederlanders zijn drukker elkaar te doen verliezen dan dat ze voor de dagzege strijden. Sinds ‘De Kneet’ in 1983 met ruzie vertrok bij de ploeg van Peter Post, waarvoor dan ook, en in 1987 nog steeds, Lubberding uitkomt, probeert hij zijn voormalige ploegleider en diens pupillen geregeld een spreekwoordelijke stok in de wielen te steken. Dat hij daardoor zelf ook riskeert met lege handen achter te blijven is voor Knetemann niet veel meer dan bijkomende schade. Het conflict tussen de Nederlanders is koren op de molen van Régis Clère, die in de straten van Dijon het hazenpad kiest. Kort nadat de acht koplopers de rode driehoek ten teken van het ingaan van de slotkilometer zijn gepasseerd, versnelt de Fransman vanuit laatste positie en dendert zijn zeven metgezellen voorbij. De timing is perfect, want er moet direct een haakse bocht naar rechts worden genomen, gevolgd door een wijde linkerbocht. Clère verdwijnt voor een aantal seconden uit het zicht van zijn achtervolgers en bouwt in die korte tijdspanne voldoende voorsprong op.

De Fransman kijkt niet op of om en rijdt volle bak naar de finishlijn. Pas in de laatste honderd meter werpt hij een paar schichtige blikken over zijn linkerschouder om gerustgesteld te constateren dat de bemachtigde voorsprong voldoende is. Het is de tweede ‘illegale’ ritzege van de Fransman en ook een tamelijk anonieme. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ is de vaste oneliner die Dit Was Het Nieuws-presentator Harm Edens in iedere aflevering van de satirische quiz uitspreekt bij een al dan niet memorabel nieuwsfeit, maar die vlieger gaat in de 23ste Touretappe van 1987 niet op. Officiële foto’s van de overwinning van Clère in Dijon, of van de weg daarnaartoe, zijn er niet. De Tourfotografen staken die dag namelijk collectief, uit onvrede over het immer groeiende aantal gastenwagens in de ronde. Die belemmeren de fotografen menigmaal hun werk te kunnen doen en zijn in hun ogen een gevaar op de weg.

Geluksengeltje

Het kan haast niet anders of er reist een onzichtbaar geluksengeltje mee op de schouder van Régis Clère tijdens de 74ste editie van de Tour de France. Als de Fransman zich in de slotetappe op de Champs-Élysées weer eens losmaakt uit het peloton schotelt Patrick Chêne de kijkers van Antenne 2 de prestaties van de renner van Teka nog maar eens voor: Souvenir Charles De Gaulle, ondanks overschrijding tijdslimiet nog steeds in koers, twee ritzeges. ‘Als er nog een derde bij komt zal hij een van de Peugeots vast liever ruilen voor een tractor’, zegt de commentator als hij zijn collega Jean-Paul Ollivier vanaf de motor achter de koploper in de uitzending haalt. De twee verslaggevers verwijzen naar het feit dat autosponsor Peugeot niet alleen het wagenpark levert aan de organisatie van de Franse ronde, maar ook aan elke ritwinnaar een gloednieuwe Peugeot 205 cadeau doet. Twee keer winnen is twee auto’s en die zijn door een medewerker van de Tourorganisatie daags na zijn ritzeges al op naam van Régis Clère gezet. Chêne en Ollivier zijn als ingewijden in het peloton natuurlijk op de hoogte van de financiële situatie van de boerenzoon uit Langres. In hun commentaar halen ze het magere contract bij Teka aan, evenals het trieste feit dat Régis na het overlijden van zijn vader en zijn broer samen met zijn moeder verantwoordelijk is voor het boerenbedrijf in Langres. Naast zijn wielercarrière. In het bedrijf is elke financiële injectie even welkom als een vaccin ten tijde van een pandemie, weten Chêne en Ollivier.

Terwijl Régis Clère zich moegestreden realiseert dat hij geen schijn van kans maakt op de Champs-Élysées tegen een op hol geslagen peloton en zich in laat lopen, belt een boer in Toulon de Franse nummerinformatiedienst – het is per slot van rekening 1987 – om het telefoonnummer van Antenne 2 te achterhalen. Enkele minuten later wordt hij door een receptioniste doorverbonden met productiechef Jacques Carbonnel. Of die misschien kan doorgeven dat hij maar wat graag bereid is om een van zijn nieuwe tractoren te ruilen tegen een van de twee Peugeots die Régis Clère met zijn etappezeges heeft weten te bemachtigen. Carbonnel zegt niets te kunnen garanderen, maar belooft zijn best te doen het bericht door te geven. Met een lach om zijn mond en een gevoel van trots dat het televisieverslag van de Tour dit soort bijzondere reacties losmaakt, noteert hij het Toulonse telefoonnummer. Als Jean-Paul Ollivier het verhaal diezelfde avond aanhoort, onder het genot van een welverdiend glas wijn, zegt hij meteen toe Régis Clère en de boer met elkaar in contact te zullen brengen.

Een paar weken later staat er een gloednieuwe Peugeot 205 op een boerenerf in Toulon en rijdt er over de akkers in Langres een zo vurig gewenste tractor. De tweede Peugeot zal Clère onmiddellijk na de Tour verkopen om ook de opbrengst van die auto in het boerenfamiliebedrijf te kunnen steken. Wat hij verder overhoudt aan de Tour van 1987 zijn z’n naam in de rituitslagen en, tot aan zijn plotselinge dood in 2012 – Régis Clère overlijdt op 55-jarige leeftijd aan een hartstilstand na een chirurgische ingreep –, de herinneringen aan zijn twee dagsuccessen. Het was precies zoals zijn vader hem al op jonge leeftijd aan zijn boerenverstand bracht; aan een geslaagde oogst heb je meer dan aan de waarde van de grond.

 

Bron: Jean-Paul Ollivier – Le Tour de France: un beau roman, une belle histoire (Robert Laffont, 2018)