Foto Sirotti
De jarige Diego Rosa en de winst in Milaan-Turijn 2015
Er zijn maar weinig koersen met een erelijst die zo schizofreen is als die van Milaan-Turijn. Natuurlijk, kampioenschappen, of ze nou nationaal, continentaal of mondiaal zijn, worden de ene keer meer op klimmers toegespitst en dan weer eens op sprinters of punchers, maar nagenoeg alle klassiekers houden traditiegetrouw vast aan hetzelfde stramien. Zowel renners als kijkers weten wat ze kunnen verwachten. Parijs-Roubaix; kasseien. Luik-Bastenaken-Luik; slopende Waalse beklimmingen. Milaan-Sanremo; driehonderd eindeloos lijkende kilometers, Cipressa, Poggio. Maar Milaan-Turijn is net even anders.
Niet alleen de plaats op de mondiale kalender varieert nog wel eens, ook het parcours van de klassieker is veelvuldig aan verandering onderhevig. De ene keer loopt de route tussen de beide Noord-Italiaanse steden over geaccidenteerd terrein en scheiden vele venijnige klimmetjes het kaf in het peloton van het koren. Een volgende editie wordt iedere vorm van reliëf vakkundig vermeden en is het parcours zo vlak als een biljartlaken. Het verklaart waarom de lijst met recente winnaars uiteen loopt van typische klimmers als Alberto Contador en Miguel Ángel López, via aanvallers en punchers als Diego Ulissi en dit voorjaar nog Tom Pidcock, tot pure spurters, onder wie Mark Cavendish en Arnaud Démare. Op die manier blijven het koersverloop en de uitkomst van de oudste wielerwedstrijd ter wereld, die nog altijd wordt verreden, – de eerste editie van Milaan-Turijn vond al plaats in 1876 en werd gewonnen door de Italiaan Paolo Magretti – telkens wisselend. De specialismen van de winnaars, die zich na de bijna tweehonderd kilometer lange wedstrijd op het podium mochten melden, lopen zodoende nogal uiteen. Naast de genoemde grote namen zit er niet zelden een ‘dark horse’ tussen, die vooraf op geen enkel favorietenlijstje stond. Diego Rosa is er in 2015 zo een.
Van voorjaar naar najaar
Milaan-Turijn is dat jaar een najaarskoers en dus niet besteed aan sprinters, wanneer een sterk peloton zich op de eerste oktoberdag in Noord-Italië meldt. De vlakbij Turijn gelegen Colle di Superga doet, net als in veel van de voorgaande edities, weer eens dienst als aankomstplaats. Het betekent dat een loodzware apotheose op de renners wacht. In de slotkilometers loopt de weg omhoog met een gemiddeld stijgingspercentage van 8% en uitschieters die de 14% benaderen. Voor degenen die na een lang seizoen nog niet vermoeid zijn geraakt en hun zinnen hebben gezet op de laatste monumentale klassieker, de Ronde van Lombardije, die enkele dagen later op het programma staat, is Milaan-Turijn de ideale opwarmer. De beide koersen maken samen met de Gran Piemonte deel uit van de Trittico d’Autunno. Het officieuze regelmatigheidsklassement is in 1987 in het leven geroepen, toen Milaan-Turijn, na ruim een eeuw in het voorjaar te zijn verreden, verhuisde naar de herfst. In plaats van de vaste voorbereiding te zijn op Milaan-Sanremo wordt de koers het aperitief voor de Ronde van Lombardije. Het is een vurige wens van de koersorganisatie, die vond dat het peloton in maart te vaak werd getrakteerd op erbarmelijke weersomstandigheden. De verplaatsing op de kalender maakt van de Noord-Italiaanse klassiekers bovendien een prestigieus drieluik, met name doordat ze binnen een tijdsbestek van slechts enkele dagen na elkaar geprogrammeerd staan. In 2005, 2006 en 2007 verhuist Milaan-Turijn echter voor drie edities weer terug naar de lente. Daarna wordt de koers enkele jaren niet verreden, om vanaf 2012 haar rentree te maken in de laatste week van september. Sinds 2022 staat de klassieker, net als oorspronkelijk het geval was, opnieuw in maart op de kalender. Het maakt een abrupt einde aan de Trittico d’Autunno. Die sowieso natuurlijk al een bijzaak, die in feite uitsluitend kon rekenen op de interesse van verstokte statistici met een vurige voorliefde voor fictieve klassementjes.
Zeven seizoenen voor die verhuizing boekt Rosa op de Colle di Superga niet alleen zijn eerste profzege, maar ook wat nog altijd zijn meest aansprekende is. In dienst van Astana rondt de Italiaan het teamwork voortreffelijk af. Nadat een groep vroege vluchters onschadelijk is gemaakt, dunt ploeggenoot Paolo Tiralongo het voorste peloton in de eerste kilometers van de slotklim uit, zoals je een boom snoeit. Links en rechts vallen de vermoeide renners als dorre takken af. Alleen de sterksten blijven over. In de vorm van Fabio Aru, een drietal weken eerder nog eindwinnaar in de Vuelta, heeft Astana niet alleen een van de grote favorieten voor de overwinning in huis, de kopman blijkt ook uitstekend als bliksemafleider te kunnen fungeren. Als Rosa op drie kilometer van de finish zijn aanval plaatst, kijken de favorieten elkaar het wit uit de ogen. Niemand wil met Aru in zijn wiel omhoog rijden, om vervolgens in de slotmeters dankbaar door de Italiaan verschalkt te worden. De patstelling biedt Rosa een vrijgeleide voor eigen kans te gaan. Alleen Rafal Majka slaagt er nog in om een tegenaanval op touw te zetten, maar de Poolse klimmer schiet zichtbaar te kort. Hoe zeer hij zich ook inspant, hij komt nauwelijks dichterbij de koploper. Die weet zich al ruim voor de finish zeker van de overwinning. Achter Majka snelt Aru naar de derde plek, waarmee de uitgekiende ploegentactiek van Astana nog maar eens extra wordt onderstreept. Met een brede grijns valt de kopman zijn knecht in de armen en feliciteert hem als eerste met diens overwinning. Diego Rosa plaatst zich met zijn zege in Milaan-Turijn in 2015 op een van de meest schizofrene erelijsten uit het mondiale wielrennen.
Foto Sirotti