De jarige Hampsten’s Legendarische L’Alpe d’Huez-overwinning en de Nederlandse sleutel tot succes
Als je maar lang genoeg zoekt door een chauvinistisch vergrootglas, is aan elke overwinning wel een Nederlands tintje te koppelen. Is de renner zelf niet ‘van Duitschen bloed’ of komt diens ploeg niet uit op een door de KNWU verstrekte licentie, dan is er achter de schermen misschien wel een Nederlandse ploegleider of verzorger bij de zege betrokken geweest. Of, als er nog wat dieper gegraven moet worden, er blijkt een landgenoot verantwoordelijk te zijn geweest voor het fietsontwerp, het voedingspatroon of desnoods het meten van de bandenspanning. Wie goed zoekt, vindt altijd wel een connectie.
Aan de etappezege die Andrew Hampsten in de Tour van 1992 boekt op L’Alpe d’Huez zit een overduidelijk Nederlands tintje. Het verkleinwoord kan zelfs met een gerust hart achterwege gelaten worden. Zonder de inbreng van zijn ploegleider, afkomstig uit Twente, zou de Amerikaan die knappe overwinning vermoedelijk nooit hebben geboekt. Iets meer dan een half jaar voordat Hampsten begint aan de slotkilometer van wat ‘de Nederlandse berg’ wordt genoemd, had Hennie Kuiper een telefoontje gekregen van Jim Ochowicz. De teammanager van Motorola wilde de Tukker graag toevoegen aan de staf van zijn ploeg. Het belletje had voor Kuiper niet op een beter moment kunnen komen. Nadat hij eind 1988, na een lange profcarrière, zijn fiets aan de wilgen had gehangen, was hij een jaar erop achter het stuur van de ploegleidersauto gekropen. Kuiper had de bescheiden Duitse ploeg Team Stuttgart mede opgezet, maar toen na twee seizoenen Telekom als hoofdsponsor instapte, was de Nederlander al snel ten prooi gevallen aan allerlei interne machtsspelletjes en intriges. Exit Kuiper dus. Niet dat de oud-renner er heel rouwig om was. De vrije tijd gaf hem de mogelijkheid een van zijn dromen na te jagen. Het opzetten van een Nederlandse ploeg vol talentrijke neoprofs. Het uitblijven van een geldschieter parkeerde die ambitie echter in de koelkast en dus kwam het aanbod van Ochowicz precies op het juiste moment voor Kuiper. De in blauwrood gehulde bonte brigade – Motorola herbergt in 1992 renners van maar liefst twaalf verschillende nationaliteiten – deelgenoot maken van zijn kennis en inzichten lijkt hem een mooie uitdaging.
Kuiper komt er al snel achter dat de Motorola-renners in twee kampen zijn te verdelen. De vrijgevochten types als Steve Bauer en Phil Anderson, die overal kunnen aarden en zonder heimwee met gemak maanden van huis zijn, en de meer gevoelige types, die op een andere manier behandeld moeten worden. Zij zijn de meer breekbare renners, die wegkwijnen als ze te lang van huis zijn. Hampsten valt duidelijk in die laatste categorie. De Amerikaanse klimmer had in 1986 al een jaar in Europese dienst gereden. Namens het Franse La Vie Claire had hij Greg Lemond bijgestaan tijdens diens interne oorlogsvoering tegen ploeggenoot Bernard Hinault. Mede dankzij Hampstens inspanningen had zijn landgenoot de Fransman op de knieën gekregen en, na een van de meest spraakmakende duels uit de wielergeschiedenis, de Tourzege voor zijn neus weggekaapt. Hampsten zelf was de ronde als vierde geëindigd en had de witte trui van het jongerenklassement gewonnen. Ondanks dat Lemond hem graag wilde behouden als ploeggenoot, besloot Hampsten na dat Franse jaar snel weer terug te keren naar de Verenigde Staten. In dienst van 7-Eleven kon hij net wat vaker op Amerikaanse wegen koersen. Minder lang en minder vaak van huis dus. Wanneer Hampsten wel in Europa rijdt, boekt hij onmiddellijk resultaat. In 1987 wint hij de Ronde van Zwitserland en een jaar later de Giro. Daarna lijkt de klad wat in de carrière van de Amerikaan te komen en dus is er werk aan de winkel voor Kuiper, als die zich meldt bij de renners van Motorola. De elektronicagigant heeft eerder de rol van 7-Eleven als naamgever van de ploeg overgenomen.
Ondanks dat Ochowicz de Nederlander op het hart drukt Hampsten gewoon zijn eigen weg te laten volgen, gaat de toch niet als al te spraakzaam te boek staande Kuiper wel degelijk het gesprek aan met zijn nieuwe pupil. In de optiek van de ploegleider rijdt de Amerikaanse klimmer vaak te afwachtend. Hij blijft zitten waar hij aan moet vallen en verzuimt zijn zwakkere metgezellen te tergen als de weg omhoog loopt. Hampsten moet weer eens een koers winnen. Goed voor de moraal en zijn status in het peloton, motiveert de Nederlander hem. Kuiper wijst zijn renner op de Ronde van Romandië. In de Zwitserse Alpen blijkt de ploegleider de juiste snaar te raken. In de koninginnenrit naar Ovronnaz klautert Hampsten weer omhoog zoals hij enkele jaren eerder zo vaak deed. Met strijdlust en bravoure. De Amerikaan wint de etappe en het eindklassement. Het blijkt de perfecte opmaat naar de Tour. Motorola laat niets aan het toeval over en doet al het nodige om de soms door heimwee overvallen renners zich zo goed mogelijk thuis te laten voelen, gedurende de drieweekse Franse expeditie. Er maakt zelfs een vrachtwagen vol meubels deel uit van de entourage van de ploeg, zodat in elke verblijfplaats een geïmproviseerde woonkamer kan worden gecreëerd, waar de renners in een huiselijk aandoende sfeer even kunnen relaxen. Of dat de sleutel naar succes is, of de peptalks van Kuiper, of beide; feit is dat de herboren Hampsten in de Alpen zijn slag slaat. Op weg naar L’Alpe d’Huez rijdt hij tussen de Col du Galibier en de Col de la Croix-de-Fer in gezelschap van Jon Unzaga, Jan Nevens, Éric Boyer en Jesús Montoya weg, om zijn metgezellen op de slotklim een voor een af te schudden als rijpe appels uit een boom. Eindelijk wint Andrew Hampsten weer een hoofdprijs. Een met een dikke Nederlandse tint.
