Wielercultuur

De jarige Maarten Ducrot: De Waarheid Achter de Omstreden Bijnaam ‘King of Biafra

De bijnaam ‘King of Biafra’ voor Maarten Ducrot is een van de meest opvallende uit de wielergeschiedenis. Deze bijnaam, die teruggaat op de Biafra-oorlog en de humanitaire crisis uit de jaren ’60, werd in de jaren ’80 aan Ducrot gegeven vanwege zijn tengere postuur. In deze verjaardagskalender doet Vincent de Lijser het hele verhaal uit de doeken.

 

Om een van de meest opvallende bijnamen uit de wielerhistorie te begrijpen, is eerst een korte geschiedenisles nodig. In de tweede helft van de jaren ’60 van de vorige eeuw bestond voor niet meer dan enkele jaren het Afrikaanse land Biafra. De niet-erkende republiek, die in feite een onafhankelijke staat vormde in het oosten van Nigeria, aan de grens met Kameroen, was gedurende die periode vooral onderwerp van oorlog. Nadat de regio zich onafhankelijk had verklaard, werd Biafra door Nigeria gebombardeerd en afgesloten van de buitenwereld. Een humanitaire crisis was het directe gevolg, met name doordat voedselhulp de regio nauwelijks kon bereiken. De journaalbeelden uit die tijd, die het meest beklijfden, zijn de hartverscheurende reportages van ondervoede kinderen. Het lugubere begrip ‘biafrabuikje’ – door eiwittekort ontstaat bij uithongering vaak vochtophoping in de buikholte; door dit oedeem zwelt de buik op en ontstaat het door niet iedereen begrepen beeld van een dun kindje met een bol buikje – raakt in Nederland ingeburgerd en wordt door ouders gebruikt als hun kroost weigert zijn of haar bordje leeg te eten. Ook in het peloton wordt een renner met een dun postuur een aantal jaren later nog vergeleken met de slachtoffers van de die extreme hongersnood, een kleine twee decennia eerder. Medio jaren ’80 krijgt Maarten Ducrot daarom van zijn collega’s de opmerkelijke bijnaam ‘King Of Biafra’ toebedeeld. De Koning van Biafra. Het is een directe verwijzing naar het nogal tenger gebouwde, zeg maar gerust mager ogende, lijf van de Zeeuw. De bijnaam zou vandaag de dag vermoedelijk direct een storm van kritiek oogsten, maar daar is destijds in het geheel geen sprake van. Ducrot zal tot ver na zijn actieve loopbaan zijn ‘Biafraanse troon’ behouden. Al kennen na verloop van tijd steeds minder mensen de oorsprong van de bijnaam, die hij in de Tour van 1986 krijgt opgeplakt.

In een zelf geschreven krantenartikel in De Telegraaf doet Ducrot aan de vooravond van de Tour van een jaar later uit de doeken hoe hij ‘de Koning van Biafra’ werd in het peloton. De 73ste editie van de Franse ronde is er voor de renner uit de Kwantum Hallen-ploeg van Jan Raas een om snel te vergeten. Ducrot slaagt er door ziekte, halverwege de Tour, niet in om zijn verrassende debuut in 1985 een passend vervolg te geven. Ondanks dat hij enkele malen een verwoede poging doet. Tijdens zijn eerste ronde had de Zeeuw nog wel zo’n verpletterende indruk gemaakt. In de negende etappe, tussen Straatsburg en Épinal, was Ducrot op negen kilometer van de aankomst weggesprongen uit een kopgroep van vijf. Medevluchters René Bittinger, Yvon Madiot, Niki Rüttimann en Theo de Rooij slagen er niet in de Nederlander tijdig bij te halen. Dat komt mede doordat laatstgenoemde amper meehelpt met achtervolgen. Kort voor de beslissende demarrage hebben Ducrot en De Rooij een bondje gesloten. De landgenoten zullen, ondanks dat ze voor verschillende ploegen uitkomen – de een rijdt voor Raas, de ander nota bene voor het Panasonic van diens aartsrivaal Peter Post; iets dat met name in de Tour nog wel eens voor oorlog tussen beide kampen zou zorgen – niet achter elkaar aan rijden. De Rooij houdt zich keurig aan de afspraak, al rekent hij er heimelijk op dat zijn drie metgezellen Ducrot wel zullen bijhalen, waarop hij zelf een aanvalspoging kan wagen. Zo ver komt het niet. De achtervolgers bijten zich stuk en de Nederlandse Tourdebutant kan zijn ploeg in Épinal al haar derde ritzege van die ronde schenken. Ducrot zal in volgende etappes veelvuldig blijven aanvallen, zij het zonder succes, maar mag zich in Parijs wel de meest strijdlustige renner van de gehele Tour van 1985 noemen. Een jaar later weet hij zijn sterke debuut geen passend vervolg geven.

De ronde van 1986 is amper halverwege als Ducrot zich steeds beroerder begint te voelen. Het moordende tempo, dat het peloton in de eerste week aanhield, heeft de Tour, nog voordat de Pyreneeën worden bereikt, tot een ware uitputtingsslag gemaakt. Bovendien kampt de vermoeide Zeeuw met maagklachten. Eten en zelfs water worden onmiddellijk teruggekaatst. Ducrot wil echter niet van opgeven weten en sleept zich op karakter de Tourmalet, Aspin, Peyresourde en Superbagnères op, om niet meer dan drie minuten voor het verstrijken van de tijdslimiet uitgemergeld binnen te komen. Pas twee dagen later houdt zijn maag een droge cracker eindelijk binnen. Die opsteker verleidt hem ertoe om een etmaal later mee te springen als Jean-François Bernard, Julian Gorospe en Bernard Vallet in een lastige overgangsetappe naar Gap het hazenpad kiezen. Het zal een tamelijk naïeve en ondoordachte daad blijken van de nog herstellende Zeeuw. Op de Col d’Espreaux staat de man met de hamer klaar. In De Telegraaf zal Ducrot een klein jaar later opschrijven dat het hem letterlijk zwart voor ogen werd. Alsof iemand een lichtschakelaar had gevonden, ergens in een klein stroomkastje op de flanken van de berg, en met een simpele ‘klik’ een lampje had uitgeschakeld. Ducrot worstelt zich omhoog, verliest liefst tien minuten in de laatste veertig kilometer en komt als drie na laatste aan in Gap. Wie denkt dat de renner daar met gevoelens van empathie wordt opgevangen door zijn ploegleider, vergist zich. Raas is des duivels. Iemand die de voorgaande dagen niet of nauwelijks kon eten moet niet mee gaan met een kopgroep, luidt de niet mis te verstane preek van Ducrots ploegleider en provinciegenoot. De van nature toch al tenger gebouwde renner valt in die dagen liefst vier kilo af. Het inspireert zijn collega’s tot het bedenken van een bijnaam. Vanaf dat moment is Maarten Ducrot in het peloton ‘de Koning van Biafra’. Niet veel later zal hij een tweede bijnaam krijgen. Door zijn wat studentikoze voorkomen en het feit dat hij een universitaire opleiding sociale psychologie volgde, noemt SuperConfex-ploeggenoot Edwig Van Hooydonck hem vaak ‘Martijn’ in plaats van Maarten. Volgens de Belg past die naam beter. Als Ducrot na zijn actieve loopbaan naast Mart Smeets plaatsneemt in de commentaarcabine van de NOS, zal zijn collega hem nog regelmatig met Martijn aanspreken. Voor de lol. Al zal menig kijker denken dat Smeets, die sowieso nog wel eens de mist in gaat met de juiste uitspraak van rennersnamen, niet eens weet hoe de man naast hem precies heet. Niet dus. Het is opzet. Maar zonder de geschiedenis te kennen niet te begrijpen.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Maarten Ducrot: De Waarheid Achter de Omstreden Bijnaam ‘King of Biafra

Wielercultuur

De jarige Hampsten’s Legendarische L’Alpe d’Huez-overwinning en de Nederlandse sleutel tot succes

Wielercultuur