De jarige Martin Schalkers’ enige Profzege in een vergenten koers
‘De wát?’ Telkens als Martin Schalkers vertelt dat hij gedurende vijf jaren van zijn leven beroepsrenner is geweest, krijgt de geboren Katwijker precies dezelfde vragen voorgelegd. Of hij de Tour heeft gereden, is standaard de eerste. Een volmondig ‘ja’ kan Schalkers antwoorden. In 1990 rijdt hij namens TVM zijn enige Franse ronde. Aan de zijde van kopmannen Phil Anderson en Jesper Skibby haalt de Nederlander Parijs als 128ste.
Onbekende overwinning
De volgende vraag luidt of Schalkers eigenlijk wel eens iets heeft gewonnen. Ook daarop kan hij bevestigend reageren. De naam van de koers die Schalkers noemt levert echter steevast dezelfde niet-begrijpende en vragende reacties op. Met gefronste wenkbrauwen wordt er dan met ‘de wát?’ gecounterd. Nou, de Grote Prijs Forbo dus. Een eendagskoers door de Zaanstreek, die niet meer dan drie edities zal kennen. Daarna verdwijnt de wedstrijd even snel als dat die op de mondiale kalender was opgedoken, om te worden vereeuwigd in een roemrucht rijtje van zogeheten ‘vergeten koersen’. Dat de wedstrijd na een teleurstellende première nog tweemaal verreden wordt is op zich al een mirakel. Een samenloop van slechte weersomstandigheden, een parcours dat ongeschikt blijkt voor een profpeloton en een onhandige plek op de kalender geven de Grote Prijs een valse start. Een half jaar eerder was de stemming bij drie mannen in even zoveel delig grijs nog zo euforisch geweest. Met een brede grijns zetten KNWU-voorzitter Piet van der Meer, koersorganisator Huub Engelen en directeur Willem Verzijl van Forbo Flooring hun handtekening onder een nieuw project. De fabrikant van vloerbedekkingen uit het Noord-Hollandse Assendelft en de wielerbond gaan een partnerschap aan. Voor een bedrag van één miljoen gulden zal Forbo voor drie jaar de belangrijkste Nederlandse wielerkoersen van financiële ondersteuning voorzien. Ook de vaderlandse WK-selectie zal voor meerdere jaren door Forbo worden gesponsord. Kers op de taart is een gloednieuwe profronde door de Zaanstreek, waar de weergoden en dan met name die verantwoordelijk zijn voor de factor ‘wind’, de grootste tegenstanders zijn van een ieder die zich per fiets voortbeweegt. Start en finish van Nederlands nieuwste koers liggen vanzelfsprekend pal voor de deur van de hoofdsponsor én naamgever: Grote Prijs Forbo.
Vertek Assendelft
Op dinsdag 27 juni 1989 staat een honderdtal renners aan het vertrek in een bewolkt Assendelft. Ondanks dat de meesten het NK van twee dagen eerder nog in de benen voelen en een aantal in gedachte al aan de Tour is begonnen, is nagenoeg de voltallige Nederlandse wielertop naar Noord-Holland afgereisd. ‘Zaanstreek beslist over laatste Tour-tickets’, luidt een veelbelovende krantenkop die ochtend. Een paar uur later blijkt dat niet veel meer dan een sterk stukje promotie vooraf door de koersorganisatie. Of een staaltje overmoed van een dagdromende journalist. De smalle Noord-Hollandse wegen lenen zich niet voor een honderdkoppig peloton en een paar flinke buien maken het asfalt spekglad. In het kale en winderige polderlandschap komt het regenwater bovendien van alle kanten. Terwijl de angst voor lekke banden, valpartijen of een sluimerende verkoudheid met elke kilometer groter wordt, neemt de wedstrijdmoraal in hetzelfde tempo af. Eén voor één knijpen de renners in de remmen. Nog voordat de Grote Prijs Forbo halverwege is, heeft de helft van de deelnemers het startnummer al afgespeld. De afgestapte renners doen massaal hun beklag over het parcours. ‘Levensgevaarlijk!’, laat Jacques Hanegraaf optekenen, terwijl Gerrit Solleveld moppert over het vele grind in de bochten. Slechts een enkeling probeert de koers tot leven te brengen. In de Zaanstreek wil Nico Verhoeven zijn gram halen. Hij zint op wraak. SuperConfex-ploegleider Jan Raas heeft zijn pupil twee dagen eerder een zeker lijkende nationale titel door de neus geboord. De renner had op zijn beurt contractverlenging afgeslagen, waarop een ziedende Raas zijn ploeg had laten achtervolgen toen hij op kop reed.
Vreemd is het dus niet dat Verhoeven in de kopgroep, die mede op zijn initiatief is ontstaan, veruit het meest werk verricht. Zijn drie medevluchters, Schalkers, landgenoot Marcel Arntz en de Belg Peter De Clercq, wachten geduldig af tot Verhoeven de meeste van zijn frustraties op de pedalen bot heeft gevierd en zo zijn eigen kracht in rap tempo op soupeert. ‘Eerst het bordje van een ander leeg eten…’, zei Hennie Kuiper ooit. In de slotkilometers van de Grote Prijs Forbo ligt er zelfs geen kruimel meer op het bord van Verhoeven. De renner van SuperConfex is leeggereden en kan geen passend antwoord bieden op de aanvallen van zijn medevluchters. Een demarrage van Schalkers doet de kopgroep ontploffen. Enkele minuten later boekt de knecht uit de TVM-ploeg de enige overwinning uit zijn profcarrière. Vóór De Clercq en Arntz. De moegestreden Verhoeven rest een teleurstellende vierde plaats. Terwijl Schalkers van zijn overwinning geniet, staat organisator Engelen de pers te woord. Op dreigende toon legt hij het journaille uit de passieve houding van veel renners niet te pikken en consequenties te verbinden aan hun massale afstappen. Engelen is in die tijd namelijk ook medeverantwoordelijk voor de startgelden in een aantal lucratieve na-Tourcriteriums. Desondanks verlopen de tweede en derde editie van de Grote Prijs Forbo de volgende jaren niet veel beter. In november 1991 wordt bekend dat de eendagskoers geen vervolg meer zal krijgen. Het Zaanse Forbo Flooring uit Assendelft blijft nog wel verbonden aan de wielersport, maar is niet langer de naamgever van een profkoers. De Grote Prijs Forbo raakt al snel in de vergetelheid. Iets dat Martin Schalkers nog regelmatig ondervindt, wanneer hij weer eens moet uitleggen welke koers hij als beroepsrenner ooit eens heeft weten te winnen.
