Wielercultuur

De jarige Nico Emonds’ pogingen tot Werelduurrecord: van 51,8 tot 52,4 km

Het Vélodrome du Lac in Bordeaux is nagenoeg leeg. Zou een schroefje onder een van de stoelen op de tribune besluiten zich, na jarenlange corrosie, los te maken van de plastic kuipzitting, dan zou het vallen op de stenen ondergrond duidelijk hoorbaar zijn. Alleen op het middenterrein is enige activiteit te bespeuren.

Zware uren

Een team van begeleiders maakt het middelpunt van belangstelling klaar voor een van de zwaarste uren uit zijn leven. Ondertussen controleert een groepje anderen, enkele meters verderop, of hun apparatuur goed functioneert. Over een paar minuten klinkt een startschot en zal een renner, eenzaam en alleen, een eindeloos lijkende hoeveelheid rondjes over de wielerbaan fietsen. Gedurende zestig minuten gaat hij proberen een zo groot mogelijke afstand af te leggen. Niet minder dan 55 kilometers en 291 meters heeft hij nodig om het vooraf gestelde doel te halen. Het werelduurrecord. In precies een uur tijd verder en dus sneller fietsen dan ooit iemand gedaan heeft. Een monsterlijke opgave is het, die vooraf door weinigen als heel kansrijk wordt ingeschat. Het uurrecord is immers een aangelegenheid van specialisten. Van rouleurs. Tijdrijders. Beulen, die de kunst verstaan om zo lang mogelijk in een gelijkmatig, maar tegelijk verschroeiend tempo te fietsen. Renners van het kaliber Eddy Merckx, Francesco Moser, Miguel Induráin, Chris Boardman en Tony Rominger. Zij behoren tot de meest recente recordhouders, als op maandag 13 november 1995 een Belgische outsider zich in Bordeaux in gang trekt en begint aan zijn aanval op de afstand die Rominger twaalf maanden eerder liet noteren. Nico Emonds waagt een meer dan dappere poging.

 

Werelduurrecord

Menig wenkbrauw had onmiddellijk een fronsende vorm aangenomen toen de uit Hasselt afkomstige renner aankondigde in de Franse wijnstad het werelduurrecord te willen aanvallen. Emonds staat, in tegenstelling tot de genoemde specialisten in races tegen de klok, niet bepaald bekend om zijn uitmuntende tijdritkwaliteiten. De Belg is in het peloton alom gerespecteerd, maar dan met name omwille van knechtenwerk en enkele bescheiden uitschieters, zoals ritzeges in de Vuelta, de Ronde van het Baskenland en die van Romandië. Verder staat Emonds vooral bekend als eeuwige belofte. Als junior had hij het veelvuldig nipt moeten afleggen tegen zijn sterkere generatiegenoot Eric Vanderaerden. Zodra beiden de oversteek naar de profs maakten, was de kloof tussen hen alleen maar groter geworden. Emonds mist naar eigen zeggen de ‘punch’. Hij is een man van de lange adem. Niet van de macht of de explosiviteit. Bovendien zit zijn eigengereide karakter hem nog wel eens in de weg. Tijdens zijn Tourdebuut in 1983 komt de Belg in de clinch te liggen met Fred De Bruyne, zijn ploegleider bij Jacky Aernoudt. Koppig en boos verlaat Emonds subiet de ronde. Volgens de Vlaamse chroniqueur Jacques Sys, die de renner opneemt in zijn ‘Top 1000 van de Belgische wielrenners’, tekende een Franse journalist daags na Emonds’ vertrek uit de ronde op nog nooit iemand zo fris uit de Tour te hebben zien stappen. De bonje maakt dat de Belg na slechts een seizoen al vertrekt bij Jacky Aernoudt en aan een omzwerving door half Europa begint. Hij rijdt in Spanje (Teka), Frankrijk (Fagor), Nederland (Kwantum Hallen / SuperConfex) en Italië (Mercatone Uno). In de herfst van zijn loopbaan belandt Emonds als wegkapitein bij Mapei-CLAS. Daar maakt hij van dichtbij mee hoe ploeggenoot Rominger zich minutieus voorbereidt op zijn poging het werelduurrecord aan te vallen.

Nog een keer

Niet dat de renner dan onmiddellijk staat te popelen zelf de wielerbaan op te gaan. Als hij een jaar later voor een kleine Belgische sponsor uitkomt, laat hij zich echter alsnog verleiden. De Luikse bank Wathelet, het moederbedrijf van Espace Card, de merknaam die op Emonds’ koerstrui prijkt, heeft net een naamsverandering ondergaan en vindt een werelduurrecord voor een van haar renners een uitstekende publiciteitsstunt om het nieuwe Record Bank groots onder de aandacht te brengen. In een reconstructie, die de Vlaamse journalist Pieter Vanlommel in 2019 maakt voor Het Belang van Limburg, erkent Emonds dat een uur lang een moyenne van 54 a 55 kilometer fietsen wel iets voor hem was in die tijd. De bankiers uit Wallonië dachten er net zo over en dus valt de keuze op de routinier uit Hasselt. Net als oud-ploeggenoot Rominger gaat Emonds zich nauwgezet voorbereiden. 13 november 1995 wordt de datum. Het Vélodrome du Lac in Bordeaux plaats van handeling. Publiek is er nauwelijks op die herfstdag in de wijnstad. Niemand heeft er echt fiducie in dat de Belg zal slagen. Bovendien is zijn futuristisch ogende fiets slechts veertien dagen voor de poging, in nog geen achtenveertig uur tijd, in elkaar gezet. De renner heeft er nauwelijks op kunnen testen. Het helpt allemaal niet mee. Emonds strandt die dag op niet meer dan 51,801 kilometer. Drie weken later wil hij revanche. Zijn tweede poging, op 6 december, komt tot 52,466 kilometer. Opnieuw lang niet de prestatie die Rominger neerzette, maar wel verder dan Merckx ooit reed. Emonds mag zich daarom Belgisch recordhouder noemen. In Het Belang van Limburg vertelt de renner dat het die tweede dag in Bordeaux eigenlijk vijf graden warmer had moeten zijn. Hij was te dun gekleed en het lijf had lange tijd veel energie nodig om op temperatuur te komen. Tot overmaat van ramp betaalt zijn sponsor hem het zelf geïnvesteerde geld nooit terug. Om uit te vogelen of driemaal echt scheepsrecht is, zoals het gezegde luidt, doet de Belg in het najaar van 1996 een laatste poging. 52,301 kilometer, meten de officials van de internationale wielerbond dan. Het is een kenmerkend einde van de wielerloopbaan van Nico Emonds. Een waar lang niet alles dat er misschien in zat, ook daadwerkelijk uit is gekomen.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Nico Emonds’ pogingen tot Werelduurrecord: van 51,8 tot 52,4 km

Wielercultuur

De jarige Carmelo Barone’s en de spannendste Trofeo Baracchi ooit

Wielercultuur