Foto Sirotti
De jarige Paolo Bettini en zijn tranen van verdriet
Krekels huilen niet. De rechtvleugelige insecten beschikken immers niet over traanbuizen en bovendien is de kans uitermate klein dat de diertjes emotie kennen. Op zaterdag 14 oktober 2006 huilt er wel degelijk een krekel. Dikke tranen lopen uit zijn ooghoeken, om via beide wangen na een vlucht van enkele seconden op het asfalt van de Lungolago in Como te landen. De krekel kan zijn emoties niet de baas. De kleine, tengere Italiaanse renner, die omwille van zijn postuur al jaren ‘Il Grillo’ genoemd wordt in het peloton, ‘de krekel’ dus, boekt zijn tweede opeenvolgende overwinning in de Ronde van Lombardije.
Alles bij elkaar
Niet die klassieke zege op zich, maar alles dat zich in de periode voordien heeft afgespeeld in het leven van Paolo Bettini vormt de directe aanleiding voor de hevige stortvloed aan emoties. De Italiaan belandt in een ware achtbaan en valt in iets meer dan zeven dagen tijd van de hoogste berg in het diepste dal. Het najaar van 2006 was zo goed begonnen voor de kleine krekel. In het Oostenrijkse Salzburg had Bettini een fraaie kroon op een meer dan uitstekend seizoen gezet. Een tweede plaats in Luik-Bastenaken-Luik, ritzeges in zowel de Giro als de Vuelta en een flinke schep aan overwinningen in iets kleinere koersen, kregen het best denkbare vervolg. Op de laatste septemberzondag van het jaar had de renner van QuickStep de regenboogtrui gegrepen. Na in de voorlaatste ronde een ontsnappingspoging, in gezelschap van de Duitser Fabian Wegmann, te hebben zien stranden, glipte de Italiaan in de slotfase alsnog weg. Samen met Alejandro Valverde, Samuel Sánchez en Erik Zabel maakte hij zich los van een omvangrijke groep. Waar nagenoeg iedereen aan de finish zonder na te denken inzette op een wereldtitel van de Duitse topspurter, toonde Bettini haarscherp aan dat er een wezenlijk verschil zit tussen sprinten met een klein kopgroepje of een volwaardig peloton. Bovendien hadden de renners dik 260 kilometer in de door een slopend lang seizoen vermoeide kuiten. Bettini klopte Zabel en mocht zich in de regenboogtrui hijsen. Het jaar leek voor de Italiaan niet stuk te kunnen.
Drama
Een week later is alles anders. Ineens wordt de betrekkelijkheid van topsport genadeloos blootgelegd. Een inktzwarte wolk pakt zich samen boven de kersverse wereldkampioen, als hij op maandag 2 oktober te horen krijgt dat zijn broer is verongelukt. Sauro Bettini, tien jaar ouder dan Paolo, had de macht over zijn Subaru verloren en was op enkele honderden meters van zijn woning in La California, een piepklein Toscaans dorpje op steenworp afstand van Paolo’s woonplaats Cecina, om het leven gekomen. Vanzelfsprekend is zijn jongere broer zwaar aangeslagen. Ineens doet de wereldtitel er niet meer toe. Sauro was behalve familie ook de beste vriend van Paolo. Een voorbeeld, ook. Een rots in de branding, die er zijn hele leven was geweest en nu ineens met een woeste ruk werd weggehaald. De oudere Bettini voorzag zijn fietsende broertje veelvuldig van adviezen, begeleidde hem op weg naar koersen en was sinds enige tijd zelfs de voorzitter van zijn fanclub. Een week eerder hadden ze samen nog uitbundig de wereldtitel gevierd in een Oostenrijks restaurant. En nu is het prille koersgeluk plotsklaps honderdtachtig graden gedraaid en in een absolute nachtmerrie veranderd. Het verdriet verscheurt Paolo. De hele wereld heeft er vanzelfsprekend begrip voor als het hoofd van de kersverse wereldkampioen voorlopig even niet naar koersen staat. Bettini wil er echter niets van weten. Slechts enkele dagen na het afgrijselijke nieuws kondigt de Italiaan aan de najaarsklassiekers in zijn thuisland gewoon te rijden. Eerst de Ronde van Emilia en de GP Beghelli, om een week later aan te treden in de laatste monumentale klassieker van het seizoen. De koers waar Bettini titelverdediger is. De Ronde van Lombardije. ‘Voor mijn familie. Voor Sauro. En uit respect voor de trui die ik mag dragen’, licht de renner zelf toe.
Como als decor
De hele familie Bettini is naar aankomstplaats Como afgereisd. Ter nagedachtenis aan Sauro en om Paolo een hart onder de riem te steken. Vader en moeder Giuliano en Giuliana zijn er. Paolo’s echtgenote Monica en de weduwe van Sauro, Tommasina, met hun tienjarige zoontje Francesco. Op een groot scherm nabij de finish volgen zij aandachtig wat zich op de, door een grauwe herfstlucht overdekte, Noord-Italiaanse wegen afspeelt. Op de Madonna del Ghisallo gooit Bettini zelf onmiddellijk de knuppel in het hoenderhok. Een vier man sterke vroege vluchtersgroep wordt overrompeld door de Italiaan alsof een paar toeristen zich voor de profs uit op het parcours hebben begeven. Ook medefavorieten als Michael Boogerd, Davide Rebellin en Danilo di Luca hebben geen weerwoord op de ongebreidelde dadendrang van de wereldkampioen. Een holle blik in zijn ogen verraadt de loodzware dagen die achter hem liggen, maar desondanks lijkt Bettini niet aan kracht te hebben ingeboet. Alsof een onzichtbare arm hem voorwaarts duwt vliegt de Italiaan de Ghisallo op. Later zal de renner zeggen alleen naar zijn hart te hebben geluisterd. Niet naar zijn benen. Vergeleken met de pijn die Paolo al bijna twee weken voelt, stellen zere kuiten niets voor. Dat besef geeft hem onvermoede krachten. Met een uitgedunde groep renners in zijn kielzog rijdt Bettini naar Como. Op de Civiglio da Como zet hij opnieuw aan, om solo de kletsnatte en gladde afzink richting de finish in te gaan. Alleen Wegmann kan de ontketende Italiaan nog bijhalen, maar moet zich al snel gewonnen geven. De beklimming van de San Fermo della Battaglia blijkt de Duitser te machtig. Nu is Bettini alleen. Met zijn emoties en verdriet. Aan de aankomst ziet zijn familie op het beeldscherm hoe Paolo de Lungolago opdraait. En dan komen de tranen. De krekel gaat rechtop zitten, slaat de handen voor zijn beide ogen, kust de regenboog op zijn koerstrui en wijst vervolgens omhoog. Naar boven. Naar de hemel. Deze is voor Sauro.
Foto Sirotti
Foto Sirotti
Foto Sirotti