Foto Sirotti

Wielercultuur

De jarige Pascal Richard’s Meesterlijke Tactieken in Luik-Bastenaken-Luik en de Olympische Spelen 1996

Lance Armstrong heeft veel gewonnen, maar een monumentale klassieker en Olympisch goud ontbreken in zijn prijzenkast. De belangrijkste reden? Een sluwe Zwitser met een uitstekend tactisch inzicht. Armstrong komt in fase voor zijn diagnose met teelbalkanker in een tijdsbestek van amper drie maanden tot twee keer toe akelig dicht bij een monumentale. Beide keren stuit hij echter op precies dezelfde uitdager. Pascal Richard heet de antagonist, die verantwoordelijk is voor de hiaten op Armstrongs erelijst.

 

Sabotage Zwitser

Zowel in Luik-Bastenaken-Luik als in de eerste Olympische wegwedstrijd waaraan profs mogen deelnemen, saboteert de ervaren Zwitser de winstkansen van de oud-wereldkampioen. Uitgerekend de discipline waar Richard allerminst in uitblinkt, een sprintje, bezorgt hem de grootste successen uit zijn loopbaan. Als de sluwe vos in januari 1996 aan zijn elfde profseizoen begint, is de loopbaan van Richard al meer dan geslaagd. De Franstalige Zwitser staat aanvankelijk vooral te boek als veldrijder en onderstreept die status in 1988 door twee collega’s die weg en veld met elkaar combineren, Adrie van der Poel en Beat Breu, naar de ereplaatsen te verwijzen op het wereldkampioenschap cyclocross.

Winst op de weg

Daarna begint Richard ook op de weg te winnen. Vooral in koersen in eigen land en niet ver over de Zwitserse grens, in Noord-Italië of het oosten van Frankrijk, is hij op zijn best. Het vertaalt zich in nationale titels, eindzeges in de Ronden van Zwitserland en Romandië, ritwinst in de Tour en meermaals in de Giro. Kroon op het werk van Richard is de overwinning in de Ronde van Lombardije in 1993. De absolute hoogtepunten uit zijn loopbaan moeten dan echter nog komen. Met het verstrijken der jaren neemt niet alleen de ervaring toe, maar met name ook zijn sluwheid. Het maakt erkend strijkijzer Richard in een sprintje met een klein groepje koplopers, zeker wanneer er een loodzware koers in de benen zit, zeer geducht en levensgevaarlijk.

Luik-Bastenaken-Luik 1996

In Luik-Bastenaken-Luik lopen medevluchters Lance Armstrong en Mauro Gianetti met open ogen in de val, die Richard in de straten van aankomstplaats Ans voor hen heeft opgezet. Door schade en schande is hij wijs geworden. In het verleden wilde de renner van MG Maglicifio zelf nog wel eens in een truc van een collega tuinen. Meest sprekende voorbeeld is de finale van de Ronde van Lombardije van 1990. Gilles Delion, op dat moment nota bene een ploeggenoot bij Helvetia, acteerde kilometerslang aan het einde van zijn Latijn te zijn. Diens gelaatsuitdrukking en het hoorbare gezucht hadden Richard overmoedig gemaakt. Zelf voelde hij zich immers nog fris. Blakend van het zelfvertrouwen sloofde de Zwitser zich uit, terwijl zich Delion, net als drie andere medevluchters, gedwee liet meevoeren door zijn ploegmaat. De uitgekookte Fransman bleek aan de finish veel meer energie in de tank te hebben dan hij lange tijd deed voorkomen. In de straten van Monza spurtte Delion de inmiddels wel degelijk vermoeid geraakte Richard kort voor de finish voorbij en kaapte de zege voor zijn neus weg. Maar goed voorbeeld doet goed volgen. Vandaar dat de Zwitser zich dezelfde slinkse trucs begint eigen te maken en later op bijna identieke wijze zelf zal winnen. Vijf en een half jaar na die pijnlijke nederlaag tegen Delion in Noord-Italië is Richard degene die zucht, steunt en op alle mogelijke manieren de indruk probeert te wekken blij te zijn het wiel van Armstrong en Gianetti nog te kunnen houden in de finale van Luik-Bastenaken-Luik. Laatstgenoemde heeft op La Redoute de beslissing geforceerd en doet samen met de Amerikaan het meeste kopwerk. Net voor het ingaan van de slotkilometer demarreert hij, maar Armstrong is alert. Daarna tovert Richard een volgende truc uit zijn hoge hoed. Ook hij plaatst een demarrage, maar doet dat dusdanig zwak dat zijn rivalen denken dat het een kamikazeactie is van de leeggereden Zwitser. Die nestelt zich vervolgens slim in het wiel van Armstrong om, als de overmoedige Amerikaan van kop af aan zijn sprint inzet, hem en Gianetti doodleuk in de luren te leggen. Vloekend en wegwerpgebaren makend rijden de twee geklopten over de finish.

l’histoire se répète

Drie maanden later herhaalt eenzelfde scenario zich in Atlanta. Daar vindt de Olympische wegwedstrijd plaats, waar ‘thuisrijder’ Armstrong vanzelfsprekend een van de grote favorieten is. De Amerikaan deed vier jaar eerder niet mee. Hij was in 1992 prof geworden. Veel anderen reden expres een aantal maanden langer op een amateurlicentie, immers tot en met 1992 mogen beroepsrenners niet deelnemen aan de Spelen. Vier jaar later, in 1996, is dat wel het geval en krijgt hij in eigen land alsnog de kans het hoogst haalbare te halen voor een sporter: Olympisch goud.

Opnieuw dwarsboomt Richard zijn plannen. Armstrong forceert de uiteindelijk beslissing in de koers, maar als de topfavoriet, op wiens wiel nagenoeg het hele peloton die dag rijdt, even op adem komt knijpen drie renners er tussenuit. Zat de Amerikaan al gevangen in zijn status van grootste kanshebber op goud, het feit dat een Motorola-ploegmaat een van de vluchters is, helpt niet mee. Armstrong zal de achtervolging op Max Sciandri, Rolf Sørensen en die dekselse Richard noodgedwongen aan anderen moeten overlaten. Bovendien is de Britse-Italiaan, die in het dagelijks leven zijn teamgenoot is, omwille van zijn sprintkwaliteiten de gedoodverfde winnaar als het trio voorop blijft. Het is iets dat ook Richard en Sørensen maar al te goed beseffen. Opnieuw gaat de trukendoos open. Als de Deen demarreert haalt de Zwitser hem terug, maar doet dat opzettelijk op zo’n zwaar verzet dat het lijkt alsof Richard de grootst mogelijke moeite heeft en bijna is opgebrand. Het plan werkt. Sciandri en Sørensen loeren naar elkaar en houden in de slotfase nauwelijks rekening met Richard. Die weet dat hij zijn sprint niet te vroeg moet beginnen en zeker niet op kop moet zitten. Het meesterplan blijkt uitstekend te werken. De uitgekookte renner is wederom de snelste in een sprint met drie. Sørensen kan in de slotkilometer zijn zenuwen niet bedwingen en lanceert zijn eindschot van veel te ver. Sciandri is de versnelling bij voorbaat te machtig. En zo gaat het goud niet, zoals vooraf door veel Amerikanen gedroomd, naar Armstrong, maar mee naar Zwitserland met ‘sluwe vos’ Pascal Richard.

Zie hier hoe Richard de andere twee klopt in Atlanta

Foto Sirotti

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Pascal Richard’s Meesterlijke Tactieken in Luik-Bastenaken-Luik en de Olympische Spelen 1996

Wielercultuur

Tweelingen in het Peloton: de unieke dynamiek van de jarige Van Dijke-broers Tim en Mick

Wielercultuur