De jarige Peter Van Petegem en zijn voorjaar 2003
Een zucht van frustratie en teleurstelling vliegt, alsof iemand een velletje papier tot propje heeft verfrommeld en met flinke kracht door de ruimte smijt, van de achterkant van de ploegbus van Lotto-Domo naar voren. Een hartgrondige vloek bewandelt enkele tellen later dezelfde weg. In de krachtterm klinkt niet alleen een gevoel van woede door, maar ook berusting. De renner die de bewuste woorden uitspreekt, heeft al lang voorvoeld wat zijn teamarts zou gaan zeggen. Vier en een half uur lang had hij immers afgezien als de beesten. De 162 kilometer lange slotetappe van de Tirreno-Adriatico van 2003 is verre van lastig, voor iemand die kampt met koortsklachten voelt een dergelijke afstand echter al snel aan alsof er een loodzware bergrit wordt verreden. Desondanks heeft de Belgische renner de finish gehaald. Tegen beter weten in en achteraf was doorrijden misschien ook helemaal niet zo slim. Beter was hij afgestapt om zijn lijf te sparen, in plaats van zichzelf verder af te matten zodat de koorts om zich heen kon grijpen. Ach, voor dergelijke gedachten is het nu te laat. De Tirreno zit erop, de voorjaarsklassiekers komen eraan, maar de arts van Lotto-Domo is onverbiddelijk. Koorts betekent uitzieken. Naar huis, beter worden, daarna de eerste dag in rustig tempo trainen en pas wanneer de ziektekiemen definitief de witte vlag hebben gehesen weer aansluiten bij het peloton. Peter Van Petegem weet maar al te goed wat dat oordeel betekent. Milaan-Sanremo, de eerste monumentale klassieker van het seizoen, die slechts drie dagen na de Tirreno-Adriatico op de kalender staat, zal hij niet kunnen rijden. Het is een bittere pil voor de Belg, maar het is voor zijn eigen bestwil. Als Van Petegem met de besten mee wil in de voor hem belangrijkste periode van het jaar, de eerste helft van april, waarin eerst de Ronde van Vlaanderen en zeven dagen later Parijs-Roubaix worden verreden, dan zal hij zijn koersdrang kortstondig opzij moeten schuiven en het doktersadvies ter harte moeten nemen.

Zijn noodgedwongen absentie doen Van Petegem terugdenken aan de belofte die hij zijn Lotto-Domo-ploeg enkele weken eerder heeft gedaan. De ‘Zwarte van Brakel’, zoals de renner in het peloton genoemd wordt, had, blakend van het zelfvertrouwen, aangekondigd er te zullen staan in zowel Vlaanderen als Roubaix. Van Petegem had nog net niet verzocht alvast ruimte te maken in de ploegbus om de bijbehorende prijzen een plaatsje te kunnen geven, maar veel scheelde het niet. De eerder gedane uitspraak maakt het net iets gemakkelijker om Milaan-Sanremo te laten schieten. Terugkomen op een belofte doet niemand voor de lol en bovendien zit er nog twee en een halve week tussen de Tirreno en de Vlaamse Hoogmis. Tijd genoeg om de bacillen en de koorts uit zijn lijf te verjagen en in topconditie aan de start te verschijnen in Brugge op de eerste aprilzondag van 2003. Sterker, Van Petegem zal een week eerder al nagenoeg weer volledig de oude zijn. In achtereenvolgens Dwars door Vlaanderen, de E3 Prijs en de Driedaagse De Panne-Koksijde krijgt hij alle kans de in Milaan-Sanremo gemiste kilometers in te halen. Als hij de korte rittenkoers aan de Vlaamse kust als derde afsluit, weet Van Petegem dat het met de conditie wel goed zit. Waar menig andere topsporter kort voor een ‘dag van de waarheid’ vermoedelijk als een monnik leeft en elke overbodige calorie afzweert, alsof het een stuk knoflook is die een vampier het leven zuur maakt, is die levenswijze aan Van Petegem geenszins besteed. Na de laatste rit tussen De Panne en Koksijde is de Belg diezelfde avond, in gezelschap van vaste meesterknecht Wim Vansevenant, te vinden in restaurant De Engel in Ichtegem. Auteur Raoul de Groote diept in zijn in 2018 verschenen standaardwerk over Parijs-Roubaix op dat er côte à l’os op het menu staat. Met frieten, vanzelfsprekend, en vergezeld van een pint inktzwart bier, dat te lekker smaakt om motorolie te kunnen zijn, maar er wel zo uit ziet.
Opgeteld lijken koorts, gevolgd door ribeye, frieten en bier niet bepaald de beste voorbereiding op het winnen van de Ronde van Vlaanderen, maar Van Petegem bewijst het tegendeel. Op een speciaal voor de kasseienklassiekers vervaardigde Eddy Merckx-fiets – het frame is gemaakt van scandium; een metaal dat even sterk is als aluminium, maar veel minder weegt. Het wordt vooral gebruikt in de ruimtevaart – is de ‘Zwarte van Brakel’ iedereen de baas. Op de Tenbossestraat, praktisch in zijn eigen achtertuin, rijdt Van Petegem als enige naar de ontsnapte Johan Museeuw toe. Die komt al snel krachten te kort om zijn landgenoot te volgen en zal na afloop erkennen met verkoudheids- en koortsklachten te kampen. Een aantal renners komt nog wel terug bij Van Petegem, maar op de Muur van Geraardsbergen blijft hij samen met Frank Vandenbroucke over. Het is precies dezelfde renner die vier jaar eerder ook al geklopt werd door Van Petegem, toen het tweetal in gezelschap van Museeuw de uiteindelijke kopgroep vormde. Ook nu voelt Vandenbroucke nattigheid. Hij biedt Van Petegem zelfs een vorstelijk geldbedrag om te mogen winnen, maar de renner van Lotto-Domo slaat het aanbod vanzelfsprekend af. Aan de aankomst in Meerbeke is Vandenbroucke geen partij. Net als in 1999 schrijft Van Petegem de Ronde van Vlaanderen op zijn naam.
Wie denkt dat de Belg zich daarna een week lang gedeisd houdt om zich te sparen voor Parijs-Roubaix, heeft het mis. Van Petegem, Vansevenant en hun vriend Nico Mattan, die namens Cofidis zelf vijfde is geworden in de Ronde, vieren, samen met nog enkele Lotto-Domo-renners, de overwinning van de ‘Zwarte van Brakel’ alsof ze in de veronderstelling verkeren dat er nooit meer een feestdag zal zijn. Tot diep in de nacht dansen de renners op tafel in Het Jagershoekske, het vaste supporterscafé van de winnaar. Een week na zijn zege in Meerbeke is Van Petegem opnieuw de beste. Nu in Roubaix. Op het Vélodrome André Pétrieux hebben medevluchters Dario Pieri en Vjatsjeslav Jekimov, die net voor Carrefour de l’Arbre in gezelschap van Rolf Aldag uit de voorste groep waren weggereden, maar al snel worden bijgehaald door de ontketende Belg, niets in de melk te brokkelen. De twee zijn machteloos op de befaamde wielerbaan. Als achtste renner in de geschiedenis – anno 2026 zijn het er inmiddels elf – slaagt Peter Van Petegem er in om de Ronde van Vlaanderen én Parijs-Roubaix direct na elkaar te winnen. Ondanks, of veel waarschijnlijker, dankzij een griepje, gevolgd door een bepaald niet alledaagse voorbereiding met ribeye, friet en bier.