De jarige Silvano Contini (15 januari): winnen door slimmer te zijn
244 koude en zware kilometers lang lijkt Luik-Bastenaken-Luik van 1982 de koers van Fons De Wolf te zijn. De Belg, in wie veel van zijn landgenoten enige tijd de gedoodverfde troonopvolger van Eddy Merckx menen te herkennen, is nagenoeg de gehele dag de sterkste in koers. Hij dicteert, commandeert en lijkt alles naar zijn hand te zetten. Nou ja, bijna alles. De 68ste editie van de oudste van de vijf monumentale klassiekers is namelijk niet 244 kilometer lang, maar nog een paar hectometer meer. En precies daar, in het zicht van de finish, gaat De Wolf de mist in. Hij mag dan wel de sterkste zijn, een ander is net even slimmer. Noem het gewiekster. Waar de Belg, die ondanks zeges in de Ronde van Lombardije en Milaan-Sanremo nog wel eens van luiheid wordt beticht, de hele dag fier als haantje de voorste over de geaccidenteerde Waalse wegen rijdt, sleept hij in zijn kielzog een veel minder duidelijk zichtbare Italiaan mee. Die hanteert een even sluwe als zakelijke tactiek. Volgen. Zo zuinig mogelijk rijden en voldoende druppels brandstof sparen. Het resterende beetje energie kan immers heel goed van pas komen in de slotmeters, wanneer een onvermijdelijke beslissing geforceerd moet worden. De Wolf is dusdanig overtuigd van zichzelf dat hij zijn opponenten onderschat. Of zijn eigen krachten en sprintkwaliteiten overschat. Feit is dat hij in het zicht van de finish hopeloos ten onder gaat. In plaats van de mooiste overwinning uit zijn carrière te boeken, fraaier dan de beide Italiaanse klassiekers die hij dan al heeft gewonnen, lijdt De Wolf juist zijn grootste nederlaag. Terwijl hij zijn emoties net na de aankomst probeert te onderdrukken, staat de renner die nota bene met krampaanvallen in zijn linkerdijbeen te kampen kreeg toen de Belg op de Côte des Forges een beslissende aanval plaatste en maar ternauwernood kon aanhaken, enkele meters verderop breed grijnzend met de bloemen te zwaaien. De winnaar op die koude aprilzondag heet niet De Wolf, maar luistert naar een Italiaanse naam. Silvano Contini is de renner die als eerste over de finish is gekomen.
Wie niet sterk is moet slim zijn
Was Luik-Bastenaken-Luik in 1982 een roman geweest, dan had op een van de eerste bladzijdes als motto ‘wie niet sterk is moet slim zijn’ te lezen gestaan. Het gezegde sluit naadloos aan op het rijden van Contini. De vijfdejaars prof uit de Bianchi-ploeg behoort tot de betere Italiaanse renners van het moment. Zijn debuutseizoen had Contini opgeluisterd met een vijfde plek in het eindklassement van de Giro en bovendien had hij als beste jongere de witte trui mee terug mogen nemen naar zijn woonplaats Leggiuno, een Noord-Italiaanse stad op steenworp afstand van de grens met Zwitserland. Een jaar later was duidelijk geworden dat de ster van Contini verder rijzende was. Hij had een ritzege geboekt in de Giro van 1980 en had de ronde door zijn thuisland twaalf maanden later als vierde afgesloten. Kort voor die prestatie was de Italiaan de sterkste geweest in de Ronde van het Baskenland. Veruit, zelfs. Drie ritten won hij er, evenals het eindklassement. Dat Contini ook in eendagskoersen een niet te onderschatten factor is had een tweede plek in de Ronde van Lombardije in 1979 al bewezen. Hij was de enige geweest die Bernard Hinault kon bijsloffen, al had de jonge prof in de beslissende sprint à deux geen schijn van kans tegen de oppermachtige Fransman. In aanloop naar Luik-Bastenaken-Luik, twee en een half jaar later, was Contini al zevende geworden in Milaan-Sanremo en achtste in Gent-Wevelgem. Met de vorm lijkt het dus wel goed te zitten, als een ijskoude editie van heuvelklassieker op zondag 12 april 1982 op punt van beginnen staat. Al snel komt de Italiaan echter tot de conclusie dat de winterse ontberingen, die de weergoden voor het peloton in petto hebben die dag, niet bepaald aan hem zijn besteed. Zijn benen krijgen de pedalen veel minder soepel rond dan gewild. Het noopt Contini tot het aanpassen van zijn strijdplan. Bedachtzaam en behoudend rijden. Slim en energiezuinig. Zakelijk. Het blijkt het enige wapen tegen de urenlange krachtseruptie die De Wolf van Luik naar Bastenaken en weer terug aan de dag legt.
Nog vijftig te gaan
Op ruim vijftig kilometer van de finish, ter hoogte van Mont-Theux, doet de Belg al een verwoede poging weg te rijden. Hij slaagt er met zijn versnelling weliswaar in een voorste peloton van veertig man grif uit te dunnen tot iets meer dan tien renners, beslissend is het bij lange na niet. Sterker, de morele winnaar van die eerste slag is in feite Contini. Hij is de enige van de overgebleven renners die, in de vorm van Tommy Prim, nog over de goed bruikbare steun van een ploeggenoot kan beschikken. Zodra De Wolf op een stuk vals plat, in aanloop naar de Côte des Forges, nog maar eens zijn spierballen toont, moet de Zweed echter passen. Zelf kan Contini wel naar het achterwiel van de sterkste man in koers springen, evenals Stefan Mutter en Daniël Willems. De aanwezigheid van die laatste doet De Wolf de benen stil houden. Net als hij is ook Willems door de Belgische fans een periode tot ‘de nieuwe Merckx’ gebombardeerd en zijn landgenoot durft het risico niet aan hem naar een grote zege te leiden. De Wolf besluit in te houden en later, als Willems even niet oplet of een lastig moment kent, een volgende demarrage te plaatsen. Dat moment komt al snel. Op de Côte des Forges zet De Wolf nog maar eens aan en ditmaal moet Willems inderdaad passen. Contini daarentegen niet. Naderhand zal de Italiaan te kennen geven meerdere krampaanvallen te hebben moeten verbijten, maar hij weet nipt aan te haken. Ook Mutter is wederom van de partij. De Waalse regionale favoriet Claude Criquielion completeert het kwartet, dat met voorsprong in Luik zal aankomen. Daar laat De Wolf zich in de luren leggen. De Belg waant zich veruit de sterkste van de vier en verkeert in de veronderstelling dat zijn metgezellen op hun tandvlees rijden. Hij doet veruit het meeste kopwerk, maakt in de slotfase een aanval van Criquielion onschadelijk en zet vroeg zijn eindsprint in. Te vroeg. Of de finishlijn nou te laat komt, de snelheid van de renner van Vermeer-Thijs niet hoog genoeg is, of dat Contini simpelweg beter kan rekenen en timen, het komt uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer. De Italiaan snelt zijn rivaal in extremis links voorbij. Precies op tijd om niet alleen te winnen, maar ook nog net om met beide armen gestrekt in de lucht, het publiek een riante blik op het blauwwitte Bianchi-tenue gevend, over de meet te snellen. Onmiddellijk wellen bij De Wolf de tranen op. Luik-Bastenaken-Luik is voor hem net iets te lang. Gedurende 244 kilometer was hij veruit de beste, maar in de laatste meters is Silvano Contini net iets beter. Niet sterker. Wel slimmer.

Foto Figurina Panini Sport Superstars 1982