Foto Sirotti

Wielercultuur

De jarige Stéphane Heulot: Tranen en Teleurstelling in de Tour De France 1996

Zou het asfalt op de flanken van de Col de la Madeleine niet nat zijn geweest van de regen, dan waren de tranen die langs het gezicht van Stéphane Heulot omlaag glijden en op het wegdek uiteen spatten, beter zichtbaar geweest. Het huilen staat de Fransman vele malen nader dan het lachen. Wat hij ’s ochtends voor het vertrek van de zevende Touretappe van 1996 al vreesde, is enkele uren later werkelijkheid geworden. De keiharde en onontkoombare waarheid. Het lichaam wil niet uitvoeren wat de geest vraagt.

Een onwillige knieholtespier, waarin een steeds heviger wordende ontsteking woekert, belet Heulot het gewenste tempo aan te houden. De snelheid, die hij nodig heeft om de beste klassementsrenners van het moment op de Alpenreus bij te kunnen houden. Met elke hellende decameter die voorbij gaat, schuift Heulot een plekje naar achteren. Telkens steekt een volgende renner hem voorbij. Net zo lang tot er een denkbeeldig elastiek lijkt te bungelen tussen hem en zijn voorganger. Al gauw breekt het lijntje. Heulot lost. Terwijl de favorietengroep langzaam uit het zicht verdwijnt, wellen de eerste tranen op in de ooghoeken van de onfortuinlijke renner. Niet eens van de pijn, die weliswaar steeds luider om aandacht vraagt, maar vooral van teleurstelling. De ambities die Heulot koesterde spatten ruw uiteen. In plaats van de gele trui zo lang mogelijk te behouden en daarna te strijden voor een hoge positie in het algemeen klassement, dwingt de ontstoken knieholtespier hem op de knieën. Met een achterstand van meer dan een minuut op alle klassementsrenners bereikt hij de top van de Madeleine. Virtueel rijdt hij nog in het geel, maar Heulot weet dat het onbegonnen werk is. De Cormet de Roselend en de slotklim naar Les Arcs moeten immers nog komen en de pijn in zijn knie wordt alsmaar heviger. Tegen beter weten in rijdt hij door, maar niet ver van de top van de volgende klim neemt de ratio het commando over in zijn lijf. Heulot besluit zijn lijdensweg te staken en stapt af. Met het geel nog om de schouders. De Fransman wordt lid van de selecte groep renners die als klassementsleider de Tour verlaten.

Andere wereld

Een paar dagen eerder had de wereld er nog totaal anders uitgezien voor Heulot. De renner van GAN kampt weliswaar al langer met knieklachten, maar die hadden hem nog niet eerder zo in de weg gezeten. Het verklaart waarom de Fransman de ontluikende blessure in aanloop naar de Tour geheim heeft gehouden voor zijn ploegleiding. Heulot wil niets liever dan debuteren in de ronde door zijn thuisland. Bovendien leek de knie grootse prestaties eerder niet in de weg te zitten. Een kleine twee maanden voor de Tourstart in ’s-Hertogenbosch had Heulot de Klimmerstrofee in het Noord-Franse Chanteloup-les-Vignes weten te winnen. Vervolgens leverde hij een prima Ronde van Romandië af, gevolgd door een nog betere Dauphiné Libéré. In de traditionele voorbereiding op de Tour was Heulot achter Miguel Induráin, Tony Rominger en Richard Virenque knap als vierde geëindigd. Een bemoedigende prestatie, die hem het zelfvertrouwen bezorgt een maand later mee te kunnen doen om een top 10-klassering in de grootste etappekoers ter wereld. Het winnen van de Franse nationale titelstrijd, zes dagen voor de Tourstart, geeft de eigenwaarde van Heulot nog eens een extra duw in de goede richting. In de blauw-wit-rode driekleur wil hij de immer chauvinistische fans – het is niet voor niets een Frans woord – een onvergetelijke zomer proberen te bezorgen. Alleen die knie. Ondanks dat hij er in aanloop naar de Tour relatief weinig last van heeft gehad, maakt Heulot zich wel degelijk zorgen. Hoe houdt de ontsteking zich gedurende drie weken, waarin elke dag een bijna maximale inspanning dient te worden geleverd? Het maakt de Franse kampioen, wanneer hij ’s avonds in zijn hotelbed leegt, menigmaal onzeker.

 

Start in Den Bosch

In de eerste Tourweek is daar echter niets van te merken. Heulot wordt in een nat ’s-Hertogenbosch 39ste in de proloog. Iets meer dan een halve minuut langer dan winnaar Alex Zülle doet hij over het 9,4 kilometer lange ritje van en naar de Brabanthallen. Het maakt Heulot met afstand de best geklasseerde renner van een kopgroep, die in de vierde etappe het hazenpad kiest. Medevluchters Cyril Saugrain, Danny Nelissen, Rolf Järmann en Mariano Piccoli zijn hun Tour aanmerkelijk trager begonnen en dus lonkt de gele trui. De vijf werken eendrachtig samen en hebben aan de finish een marge van vier en een halve minuut op het peloton. Niemand is verbaasd dat Heulot nauwelijks moeite doet mee te sprinten om de dagzege. Die gaat naar zijn landgenoot Saugrain. De Franse kampioen heeft zijn hoofdprijs op dat moment al lang binnen. Hij mag het geel aantrekken en bezorgt zichzelf dankzij de riante marge op alle klassementsrenners een uitstekend uitgangspunt om de leiderstrui tot diep in de Alpenetappes, of zelfs erna, te behouden. Het zal niet zo zijn. De twee volgende ritten, die dankzij Jeroen Blijlevens en Michael Boogerd uitmonden in Nederlands succes, vormen geen probleem. Als in de zevende etappe echter de eerste serieuze bergproef op het programma staat, voelt Heulot al in de eerste hellende kilometers dat het foute boel is. De ontsteking in zijn knie is, mede door het hoge tempo in de eerste Tourweek, verergerd. Met elk tiental meters dat er op de Col de la Madeleine geklommen wordt, neemt de pijn toe. Een hoger tempo kan de Fransman niet aan en dus wordt hij langzaam, maar zeker door steeds meer renners voorbij gestoken. De gele trui zakt door het peloton, komt aan het elastiek te bungelen en moet de voorste groep uiteindelijk laten gaan. Ondanks dat zijn achterstand op de top van de Madeleine meevalt, weet Heulot dat zijn Tour voorbij is. Ploeggenoten hoeven niet te wachten op de klassementsleider. Het heeft geen zin. Met tranen in zijn ogen rijdt de gekwelde renner nog even door, maar de Cormet de Roselend zal hem te machtig zijn. Twee kilometer onder de top stapt de gele truidrager van zijn fiets en geeft op. In plaats van zo lang mogelijk mee te strijden om een topklassering voegt Stéphane Heulot zich noodgedwongen als twaalfde – illustere voorgangers zijn onder anderen Wim van Est, Luis Ocaña, Bernard Hinault en Pascal Simon – in het selecte rijtje renners dat met het geel om de schouders de Tour verliet.

Foto Sirotti
Stephane Heulot, gele trui, Tour de France 1996Foto Sirotti
Stephane Heulot, gele trui, Tour de France 1996Foto Sirotti

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Stéphane Heulot: Tranen en Teleurstelling in de Tour De France 1996

Wielercultuur

Arie den Hartog: De Eerste Nederlander die Milaan-Sanremo Won

Klassiekers Wielercultuur