De man die Merckx geen meter gaf in de Ronde van 1973: Willy de Geest
Eigenlijk maakt het Guillaume ‘Lomme’ Driessens niets uit wie de Ronde van Vlaanderen van 1973 wint. Natuurlijk, het zou mooi zijn als degene die op zondag 1 april aan het einde van de middag in Meerbeke met een ferme bos bloemen staat te zwaaien naar de drommen Belgische wielerfans, het blauw-gele shirt van het door hem geleide Rokado draagt, maar als iemand anders zijn voorwiel eerder over de finish drukt, is dat de ploegleider bijna even lief. Zo lang het tenminste maar niet Eddy Merckx is die zal zegevieren. Ruim een jaar eerder, om precies te zijn op 1 januari 1972, heeft het tweetal hun intensieve samenwerking stopgezet. Was Driessens het vorige seizoen zelfs nog mee verhuisd met zijn pupil toen die de overstap naar het Italiaanse Molteni maakte, amper twaalf maanden later is het over en uit tussen renner en ploegleider. Niet dat het als een donderslag bij heldere hemel kwam. Iedereen die de wielersport aan het begin van de jaren ’70 een beetje volgt, weet dat het al wat langer minder goed botert tussen Merckx en Driessens. Vandaar dat die laatste in de winter van 1971 besluit de eer aan zichzelf te houden en al na een jaar afscheid neemt van de Molteni-ploeg en daarmee van Merckx. Driessens stapt over naar De Gribaldy-Magniflex en vervolgens Rokado. Bij het Duitse team hengelt hij een vroegere getrouwe van Merckx binnen. Herman Van Springel wordt een van de kopmannen. Het is niet zonder reden. Driessens wil zijn voormalige pupil een hak zetten. Al snel blijkt dan ook dat de ploegleider niet zozeer bezig is zijn renners aan zeges te helpen, hij is vooral druk te zorgen dat Merckx zo min mogelijk wint. Vandaar dat in menig koers een blauw-gele Rokado-waakhond in het wiel van de veelwinnaar hangt. In de Ronde van Vlaanderen van 1973 luistert die naar de naam Willy De Geest.
Rokado mag dan een Duitse sponsor zijn, een fabrikant van lattenbodems, als Driessens er in het prille voorjaar van 1973 plaatsneemt achter het stuur van de ploegleidersauto bestaat zijn rennersgilde bijna uitsluitend uit Belgen. Alleen de Franse oud-Tourwinnaar Roger Pingeon en de Nederlanders Piet de Wit en Wim Schepers zijn omwille van hun nationaliteit vreemde eenden in de bijt. Begin mei, een maand na de bewuste Ronde van Vlaanderen, zal de ploeg samengevoegd worden met de door Ha-Ro, een dochterbedrijf van Rokado, gesponsorde renners. Onder anderen Rolf Wolfshohl, Hennie Kuiper en Gerben Karstens komen daardoor ook voor Rokado te rijden en worden ploeggenoten van Driessens’ Belgische pupillen, van wie Albert Van Vlierberghe en Rik Van Linden, naast Van Springel en De Geest, het bekendst zijn. Aan hen de schone taak op de eerste aprilzondag van het jaar te voorkomen dat Merckx zich voor de tweede maal in zijn carrière de beste zal tonen in de Vlaamse Hoogmis.
Wie de beelden van de 57ste editie van de Ronde van Vlaanderen terugkijkt kan inderdaad niet anders concluderen dan dat De Geest zich perfect van zijn taken kwijt. Dat de vijfde jaarsprof uit Gent de volgende dag in de Vlaamse kranten voor ‘plakker’ en ‘wieltjeszuiger’ wordt uitgemaakt, deert hem weinig. Als de Belg in de slotfase in een vier man sterke kopgroep belandt, wijkt hij geen seconde van het achterwiel van Merckx. Bovendien heeft De Geest een geldig excuus om slechts te counteren en zelf geen werk te verrichten. Zijn eigen kopman Van Springel bevindt zich een minuutje achter het leidende kwartet en zou zich in theorie nog aan het front kunnen melden, mocht het tempo van de leiders zakken. Terwijl Driessens in de ploegleidersauto van Rokado een grote grijns om zijn mond tovert als hij ziet dat De Geest zijn opdracht tot in de finesses uitvoert, raakt Merckx op de fiets steeds gefrustreerder. Elke aanvalspoging wordt onmiddellijk in de kiem gesmoord. Niet alleen door De Geest, ook de twee andere koplopers, Eric Leman en Freddy Maertens, is er alles aan gelegen Merckx geen centimeter ruimte te verstrekken. Hoe zeer De Kannibaal ook sleurt en trekt, in verwoede pogingen het groepje uit elkaar te rijden, zijn drie metgezellen laten niet los. Met name De Geest lijkt door middel van een onzichtbare ketting aan Merckx’ fiets vast te zijn geklonken. Zicht op de overwinning heeft de waakhond van Rokado nimmer. In de laatste hectometers blijft hij in het wiel van Merckx zitten en komt ook achter hem als vierde over de finish. Leman en Maertens hebben de moegestreden veelwinnaar in de slotfase de kop opgedrongen en nadat Merckx, na een ogenschijnlijke surplace, van lieverlee uiteindelijk toch maar zelf de sprint aan gaat, rijden ze hem lachend voorbij. Ze trekken nog net geen lange neus als ze de finish passeren. Dat doet Driessens achter het stuur van zijn auto, buiten het zicht van alles en iedereen, vermoedelijk wel. Dat zijn eigen Rokado-renner Willy De Geest nimmer in staat was een serieuze poging te wagen om zijn kansrijke positie om te zetten in meer dan een ereplaats, zal de ploegleider een zorg zijn. Merckx heeft niet gewonnen en dat is hem veel meer waard.
