Foto Sirotti
De Nederlandse Roots van de jarige Alberto Dainese: Van Noord-Brabant naar de top van het sprinten
Alberto Dainese is geen Nederlander. Natuurlijk niet. De uit Abano Terme, onder de rook van Padua, afkomstige renner is zo Italiaans als een bord pasta carbonara. Toch heeft Dainese wel degelijk een bescheiden connectie met ons land. De fundering onder zijn profcarrière, die de afgelopen jaren resulteerde in sprintzeges in onder meer de Vuelta en de Giro, is in Nederland gelegd. In Eindhoven, om precies te zijn.
Aan het einde van het vorig decennium woont de jonge Italiaan korte tijd in de lichtstad. Als lid van de SEG Racing Academy is de campus van de opleidingsploeg in Noord-Brabant de vaste uitvalsbasis van Dainese. Onder leiding van Michel Cornelisse doet een zestiental renners in 2018 voorzichtig ervaring op in met name Nederlandse en Belgische koersen. Wie nu kijkt naar de namen in de selectie van destijds, komt met terugwerkende kracht een waar sterrengilde tegen. Edoardo Affini, Thymen Arensman, Cees Bol, Daan Hoole, Jordi Meeus, Ide Schelling, Julius van den Berg, Kaden Groves en Stephen Williams heten de bekendste ploeggenoten van Dainese. Samen zijn ze inmiddels goed voor talloze ritzeges in kleinere en grote ronden, top 10-eindklasseringen en klassieke zeges. De SEG Racing Academy blijkt voor de Italiaan en veel van zijn campusgenoten het ideale opstapje naar een succesvol bestaan als beroepsrenner.
Nederland
Nog maar twintig jaar jong is Dainese, als hij in de zomer van 2018 de overstap maakt van de Italiaanse opleidingsploeg Zalf Euromobil Désirée Fior naar Nederland. Die keuze zal hem niet alleen als renner vormen, ook als mens. Het wonen in een ander land, het voortdurend Engels spreken met zijn omgeving en het koersen op Noord-Europese wegen leveren Dainese een rugzak vol bagage op, die hij nooit zou hebben gehad als hij in Italië was gebleven. De weg van de minste weerstand is in diezelfde periode wel degelijk een optie. Na in het voorjaar van 2018 een succesvolle Tour de l’Avenir te hebben afgerond en in eigen land enkele fraaie sprintzeges te hebben geboekt, kan Dainese terecht bij meerdere Italiaanse ProContinentale ploegen. De jonge renner blijkt echter al vroeg over voldoende zelfkennis te beschikken om de verleiding te weerstaan. Een overstap naar het gilde der professionals komt nog te vroeg, luidt de conclusie van Dainese. Het is een inzicht waar menig jonge voetballer, die zich na een paar sterke Eredivisiewedstrijden laat verblinden door het geld en het aanzien uit het buitenland, een puntje aan kan zuigen. In plaats van Italiaanse semiklassiekers te gaan rijden, besluit Dainese naar Noord-Brabant te verkassen. Na een kennismakingsperiode in het najaar van 2018, rijdt de Italiaan er in zijn eerste en enige volwaardige jaar veelvuldig de stenen uit de straat. Inmiddels heeft Bart van Haaren de naar Corendon-Circus verkaste Cornelisse opgevolgd als hoofdploegleider bij SEG. Ook hij is onder de indruk van Dainese die, evenals Groves, de overwinningen en ereplaatsen aan elkaar rijgt, als zijn het malse stukken vlees aan een spies.
Klaar voor het grote werk
Een jaar later is de Italiaan alsnog klaar voor het grote werk. Niet bij een ProContinentale ploeg, maar meteen op WorldTour-niveau. Precies vijf weken nadat zijn arbeidscontract bij Team Sunweb is ingegaan, schenkt Dainese zijn werkgever al een succes. De eerste etappe van de Jayco Herald Sun Tour in Australië wordt een prooi voor de Italiaan. Uitgerekend Groves, zijn voormalige ploeggenoot bij SEG en zelf inmiddels ook prof bij Mitchelton-Scott, wordt in eigen land afgetroefd. Dat Dainese’s eerste overwinning op het hoogste niveau niet snel een vervolg krijgt komt niet door hemzelf, maar door de toestand in de wereld. Het is immers 2020. Juist, ja. Covid-19. Niet lang nadat begin februari aan de andere kant van de wereld de eerste wegwedstrijden van het seizoen zijn verreden, gaat de boel op slot. Pas in de tweede helft van het jaar wordt in recordtempo het merendeel van de internationale wielerkalender alsnog afgeraffeld. Dainese is echter nog te jong voor het grote rondewerk en beperkt zich tot enkele kleinere koersen. Winnen zal hij dat jaar niet meer doen, maar een jaar later – Team Sunweb is dan intussen omgedoopt in Team DSM – toont hij bij zijn debuut in de Vuelta aan dat de eerste echt grote zege niet lang meer op zich zal laten wachten. Liefst vijfmaal spurt hij in een vlakke etappe de top vijf van de daguitslag binnen. De eerstvolgende grote ronde is het raak. In de elfde rit van de Giro van 2022, een etappe zo vlak als een biljartlaken, komt Dainese in de slotmeters sterk oprukken. Al de bij de SEG Racing Academy geleerde theorie brengt hij perfect in de praktijk. Tot diep in de laatste kilometer doet de Italiaan geen trap te veel, om vervolgens precies op het juiste moment op het achterwiel van Fernando Gaviria te duiken en, met zijn neus bijkans op het voorwiel gedrukt, de Colombiaan ‘in extremis’ aan de linkerkant voorbij te snellen. Net zoals een doelpunt van een voetballer met een verleden bij een Nederlandse club nog steeds een beetje als ‘van ons’ aanvoelt, heeft elke overwinning van Alberto Dainese, ook al rijdt hij inmiddels in Belgische dienst bij Soudal-QuickStep, heel in de verte een klein Nederlands tintje.
Foto Sirotti
Foto Sirotti
Foto Sirotti