Foto A.S.O./ Fabien Boukla
De sprint die niemand verwachtte: Kasper Asgreen en zijn Vlaamse meesterstuk
Laat Mathieu van der Poel en Kasper Asgreen tien keer tegen elkaar sprinten en in negen gevallen wint de Nederlander. Die ene maal dat de Deen hem klopt is uitgerekend aan het einde van een de belangrijkste en meest prestigieuze koersen op de kalender. Vlaanderens Mooiste. De Vlaamse Hoogmis. Een sprint à deux tussen de twee sterkste renners op de 264 kilometer lange kronkelsliert, die het parcours door het Nederlandstalige deel van België lijkt, moet beslissen wie de 105de editie van de Ronde van Vlaanderen op zijn naam schrijft. Tot de verrassing van velen is het Asgreen die aan het langste eind trekt. De renner van Deceuninck-QuickStep verkeert in de vorm van zijn leven en heeft, gehuld in de Deense nationale kampioenstrui, eerder al de E3 Saxo Bank Classic aan zijn erelijst toegevoegd. Dat hij negen dagen later in de grootste en zwaarste Vlaamse eendagsklassieker het wiel van Van der Poel weet te houden is al verbazingwekkend, maar dat hij de titelverdediger in de slotmeters te snel af zal blijken, is helemaal iets waar niemand vooraf op rekende. ‘Een sprint na ruim 260 kilometer is altijd anders’, analyseert orakel en Sporza-commentator José De Cauwer voor de Belgische publieke omroep. Asgreen blijkt na zes kasseistroken en liefst negentien venijnige Vlaamse klimmetjes simpelweg meer brandstof in de tank te hebben dan zijn opponent. Dan kun je in theorie en op basis van eerdere prestaties de snelste lijken, zonder voldoende benzine zal ook Max Verstappen in zijn Formule 1-bolide het moeten afleggen tegen een 2CV, die wel op tijd haar brandstof heeft aangevuld.
Niet dat Asgreen met een lelijk eendje mag worden vergeleken. Integendeel. De Deen heeft al meermaals bewezen uitstekend uit de voeten te kunnen op de Vlaamse heuvels en kinderkopjes. Twee jaar eerder had hij als tweedejaarsprof de tweede plaats opgeëist. Het lijkt een oefenzinnetje uit een les voor schoolkinderen die het cijfer ‘2’ moeten leren, maar het is de realiteit. Achter de verrassende winnaar Alberto Bettiol is de klassering van Asgreen een net zo grote surprise. Een jaar later consolideert de pupil van Patrick Lefevere met een overwinning in Kuurne-Brussel-Kuurne, een elfde plek in Gent-Wevelgem en een dertiende in de Ronde van Vlaanderen. Tel daar de winst in de E3 Saxo Bank Classic, negen dagen voordat de Vlaamse Hoogmis op zondag 4 april 2021 van start gaat, bij op. Het maakt Asgreen een outsider voor een hoge klassering, al verwacht niemand dat de regerend Deens kampioen uitgesproken topfavorieten Van der Poel, Wout van Aert en in iets mindere mate Greg Van Avermaet en Peter Sagan zal kunnen volgen als die hun duivels ontbinden. De eerste twee hadden in 2020 een waar hanengevecht uitgevochten. In die editie, die vanwege Covid-19 eenmalig in oktober werd verreden, waren Van der Poel en Van Aert samen overgebleven. Een sprint met twee moest ook toen bepalen wie zich de winnaar van de Ronde zou mogen noemen. En ook toen ging het adagium van De Cauwer op. Een sprint aan het einde van een zware monumentale klassieker is geen gewone. Van Aert mag zich op dat moment al winnaar van meerdere massaspurts noemen, maar heeft in Oudenaarde veel minder reserves over dan Van der Poel. Die wint zo zijn eerste Vlaamse Hoogmis.
Een klein half jaar later, het is Paaszondag als de 105de Ronde verreden wordt, houden vele volgers rekening met een tweede Nederlandse zege op rij. Van der Poel toont op de Oude Kwaremont nog maar eens zijn klasse. De tempoversnelling van de titelverdediger is Van Aert te machtig. Alle andere kanshebbers zijn op dat moment al gezien. Nou ja, bijna alle. Eentje houdt, als een Gallisch dorpje tijdens de Romeinse bezetting, kranig stand en wil niet van wijken weten. Hoe Van der Poel ook probeert om Asgreen af te schudden, de Deen zit als een magneet vastgekleefd op het achterwiel van de Nederlander. Desondanks lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Een jaar eerder heeft Van der Poel immers de sneller dan Asgreen geachte Van Aert het nakijken gegeven, dus een sprint à deux zou nu kat-in-het-bakkie moeten zijn. Lange tijd lijkt de finale identiek te verlopen aan die van 2020. Van der Poel gaat opnieuw van kop af aan, vangt zijn rivaal perfect op en loopt aanvankelijk zelfs een stukje uit. Maar dan begint het grote gelijk van analist De Cauwer. Ineens is Van der Poel door zijn brandstof heen. Hij is leeg. De motor loopt vast. Of beter, zijn benen blokkeren. De snelheid neemt af en Asgreen begint centimeters terug te winnen. De verrassende ontwikkeling geeft de Deense kampioen nieuwe krachten. Alsof er ineens nog een verborgen vaatje brandstof wordt aangeboord, komt hij naast de moegestreden Van der Poel rijden. Die schudt van ‘nee’, buigt letterlijk het hoofd en verzoent zich binnen niet meer dan enkele tellen met het feit dat het lichaam niet kan uitvoeren wat de geest wil. Hij legt het af. Erkent zijn nederlaag. Ondertussen komt de verbouwereerde winnaar uitbundig juichend over de finish. De Cauwer haalt maar weer eens zijn gelijk. Een sprint na ruim 260 kilometer koers is geen gewone. Normaal zal Kasper Asgreen het in een sprint vermoedelijk veelvuldig verliezen van Mathieu van der Poel, maar uitgerekend in een van de mooiste klassiekers ter wereld weet hij hem te kloppen.
Dat Asgreen wel aardig kan sprinten blijkt in 2021 ook als hij in de Dauphine plek 2 in het puntenklassement opeist, achter de superrappe Colbrelli.