Giuseppe Guerini en de fan op Alpe d’Huez 1999: de beroemdste botsing in de Tour
Beschaamd en met frisse tegenzin stapt Erik een Franse hotellobby binnen. Het liefst was hij hier niet geweest. Zou de portier hem nu wijzen op een openstaand putdeksel op straat, dan zou de Duitse wielerfan serieus overwegen in het gat te duiken om zo ver mogelijk onder de grond te verdwijnen. Of een zak over zijn hoofd trekken, om de komende tijd onherkenbaar te blijven. Dat had hem ook geen slecht idee geleken. Erik moet echter de waarheid onder ogen zien. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Bovendien valt de door hem, enkele uren eerder, veroorzaakte ellende gelukkig mee. Alles is met een sisser afgelopen. De impulsieve en vooral oliedomme actie van Erik had veel slechter kunnen eindigen, maar gelukkig voor hemzelf en de renner, die hij onbedoeld mee sleurde in zijn actie, heeft het voorval geen noemenswaardige schade opgeleverd. Vandaar dat Erik, ondanks de schaamte, nog enigszins met opgeheven hoofd naar het rennershotel is gekomen. Hij gaat zijn excuses aanbieden aan het ‘slachtoffer’, dat hij diezelfde middag op de flanken van L’Alpe d’Huez leek te hebben gemaakt. Dat is het minste dat hij kan doen. Niet lang nadat Erik zich bij de hotelreceptie heeft gemeld en een medewerker middels een kort telefoontje zijn aanwezigheid heeft aangekondigd, wandelt de reden van zijn bezoek de lobby binnen. Erik houdt met alles rekening. Een woede-uitbarsting. Een donderpreek. Een scheldkanonnade. Maar daar is geen sprake van. De renner ontvangt hem uiterst hartelijk. Met een brede grijns om zijn mond en met uitgestoken hand komt hij op Erik aflopen. ‘Giuseppe’, stelt hij zich netjes voor.
De eerste, ongewilde, ontmoeting tussen het tweetal is zonder twijfel het meest vertoonde beeld van de Tour van 1999. Niet de eerste eindzege van Lance Armstrong, de vreselijke massale valpartij tijdens de tweede etappe over de spekgladde Passage du Gois of de knappe reeks massasprints – vier op een rij – die Mario Cipollini wint, beklijft het meest, maar het incident op L’Alpe d’Huez aan het einde van de tiende etappe. Een enigszins saai verlopen bergrit verandert op achthonderd meter van de finish onverwacht alsnog in een thriller. Dankzij Erik. Enkele minuten voordat de Duitse wielerfan de tiende Tourrit ongewild op zijn kop zet, is Giuseppe Guerini weggereden uit een voorste groep met alle favorieten. Zelf vormt de Italiaan, dankzij zijn achterstand van bijna twaalf minuten, geen bedreiging voor gele truidrager Armstrong en de andere klassementsrenners. Vandaar dat de renner uit de Duitse Telekomploeg het er op waagt en zich met een vinnige tempoversnelling losmaakt. Guerini grijpt zijn kans. De Italiaan is ruim een half jaar eerder overgekomen van Polti, waar hij drie jaar lang de belangen behartigde van Luc Leblanc en daarnaast in de Giro zijn eigen kans mocht gaan. Het leverde hem twee derde plaatsen op in de edities van respectievelijk 1996 en 1997. Bij Telekom wacht hem vooral een knechtenrol. Guerini is de beoogde luitenant van Jan Ullrich in de bergen. De kopman kampt in de zomer van 1999 echter met een knieblessure en moet de Tour noodgedwongen missen. Het zorgt ervoor dat het bij Telekom vooral draait om het lanceren van Erik Zabel in massasprints, maar dat Guerini daarnaast de mogelijkheid krijgt zichzelf op het hoogste podium te tonen aan de wereld.
Precies dat is de Italiaanse klimmer van plan, als hij op L’Alpe d’Huez zijn duivels ontbindt. Met minder dan vier kilometer voor de boeg gaat Guerini op zoek naar een zo felbegeerde ritzege. Voor zichzelf, maar ook voor zijn werkgever. In de voorgaande vlakke etappes is Zabel namelijk telkens afgetroefd door Tom Steels of Mario Cipollini. Guerini bouwt rap een voorsprong op, die al gauw voldoende lijkt voor dagsucces. Met het shirt wijd open geritst, om zoveel mogelijk lichaamswarmte te kunnen afvoeren onder de warme Franse zomerzon, fietst de Italiaan voldoende marge bij elkaar. De tegenaanval van Pavel Tonkov lijkt te laat te komen. Wat kan Guerini bij het ingaan van de slotkilometer nog van de ritwinst afhouden? Natuurlijk, een lekke band of een valpartij in de verraderlijke laatste haakse bocht naar de aankomstlijn mag nooit helemaal uitgesloten worden, maar dat de grootste bedreiging blijkt te komen van een onhandige Duitse wielerfan, kan niemand voorzien. Erik heet hij. De supporter heeft zich uren voor de doorkomst van de eerste renners, net als honderdduizenden anderen, opgesteld op de flanken van de Alpenreus. Op ongeveer achthonderd meter van de aankomst had Erik een mooi plekje gevonden. Daar kan hij alles goed zien en bovendien een aantal foto’s nemen, als aandenken aan wat een van de mooiste dagen uit zijn leven had moeten zijn, maar een van de vreselijkste zal worden. Erik had dolgraag gezien dat Ullrich als eerste L’Alpe d’Huez zou oprijden, maar nu de voormalig Tourwinnaar absent is, is een van diens Telekom-ploeggenoten ook goed.
De wielerfan besluit de koploper op de gevoelige plaat vast te leggen. Kijkend door de lens van zijn fotocamera ziet hij, terwijl hij zich brutaal midden op de weg heeft opgesteld, Guerini naderen. In gedachten hangt de foto al ingelijst boven zijn bed. Van afdrukken komt het niet. Erik maakt namelijk een kapitale fout. Hij vergist zich in het feit dat een cameralens de werkelijke afstand doet vertekenen. In de veronderstelling dat de Italiaan nog ver genoeg bij hem vandaan is, wacht Erik het juiste moment af om een plaatje te schieten en daarna snel opzij te gaan. In werkelijkheid is Guerini vlakbij. Tijd om de paar meter naar de berm te overbruggen is er niet meer. Een botsing is onvermijdelijk. Bovendien stuurt Guerini precies naar dezelfde kant als waar Erik heen wil om de weg alsnog, zij het te laat, vrij te maken. De renner tuimelt van zijn fiets. De in een zwarte jas gehulde fan kukelt zelf over hem heen. Het ziet er klungelig uit, maar het loopt met een sisser af.
Binnen enkele tellen zit Guerini weer op zijn Pinarello, geholpen door de haastig opgekrabbelde Erik. Een andere toeschouwer duwt de Italiaan in gang. Al met al kost het hele voorval slechts een seconde of vijftien. Guerini kan het zich permitteren. Hij perst een minuut lang alles uit zijn lijf en schrijft zijn naam alsnog bij op de lijst met ritwinnaars op L’Alpe d’Huez. Ondertussen kan Erik wel door de grond zakken. Zijn onhandige actie is weliswaar goed afgelopen, maar hij zit er flink mee in z’n maag. Vandaar dat hij besluit Guerini diezelfde avond op te zoeken in het rennershotel om zijn excuses aan te bieden. Dat de Italiaan hem op een woede-uitbarsting of scheldpartij zou kunnen trakteren, neemt hij voor lief. Het zou zijn terechte straf zijn. Van dat alles blijkt echter al snel geen sprake. Nadat Erik zich bij de hotelreceptie heeft gemeld, ontvangt de ritwinnaar hem uiterst vriendelijk. Sterker, die neemt zelfs deels de schuld op zich. ‘Ik dacht dat hij naar rechts ging. Daardoor ging ik naar links. Maar hij ging dezelfde kant op’, citeert NRC uit zijn mond. De vraag of hij in de hotellobby misschien nog even op de foto mag met Giuseppe Guerini, laat Erik vanzelfsprekend achterwege.
