Foto J.D. Noske/Anefo
Hoe Wim van Est zijn wielertalent ontwikkelde als smokkelaar
Naast de verjaardag van Wilco Kelderman is 25 maart ook de geboortedag van Nederlands eerste geletruidrager Wim van Est. De perfecte gelegenheid om op Het is Koers uitgebreid stil te staan bij het leven en de wielerloopbaan van één van Nederlands eerste wielericonen.
De familie Van Est uit het wielerbolwerk Sint Willebrord had het zwaar na de Eerste Wereldoorlog. ‘Toen één van Wims kleine broertjes stierf aan een longziekte, kon vader geen kist betalen’, schrijft Felix Lowe over de barre omstandigheden waarin de familie in die tijd leefde. Naar verluidt zou Van Est senior vervolgens zelf een klein kistje getimmerd hebben en daarmee en met een schop onder de arm naar de begraafplaats gefietst zijn om zijn overleden zoontje eigenhandig te gaan begraven.
Wim, die naast welluidende bijnamen als IJzeren Willem, de Knoest en de Beul van ’t Heike, thuis gewoon naar de naam Wimme luisterde, droeg zijn steentje bij door kaas en tabak over de Belgische grens te smokkelen. Het leverde hem niet alleen een aardig zakcentje, maar ook een half jaar gevangenisstraf en een bulk aan doorzettingsvermogen op. In 1949 – hij is dan dus al 26 jaar oud – gaat hij op wettige manier zijn geld verdienen op de fiets: hij wordt wielerprof.
Wimme is de tweede van maar liefst zestien kinderen in het gezin. Hij is niet de enige begenadigde coureur, want ook zijn broer Piet zal later een etappe in de Giro d’Italia winnen, maar wel de meest succesvolle. In 1951 pakt hij als eerste Nederlander in de twaalfde etappe naar Dax de gele trui en de manier waarop hij hem de volgende dag zal verliezen behoort tot de vaderlandse wielerfolklore.
Luister hier de aflevering van Kroonieken over Wim van Est: