Het is alweer 25 jaar geleden dat Edwig Van Hooydonck zijn carrière beëindigde. Na een mislukt voorjaar besloot de gedesillusioneerde Rabo-renner voor een laatste keer in de remmen te knijpen. Wijdverbreid dopinggebruik in het wielerpeloton had hem het winnen onmogelijk gemaakt en het vertrouwen dat zijn kansen ooit nog zouden keren, was volledig verdwenen. Het betekende het afscheid van een coureur die al op zeer jonge leeftijd de absolute top bereikte, maar één van de grootste slachtoffers van zijn door epo gedomineerde tijd werd.

Aan zijn twee winnende demarrages in Vlaanderens Mooiste hield Van Hooydonck de bijnaam Eddy Bosberg over, maar het begon en eindigde voor de rossige renner allemaal op een andere beklimming, namelijk het toenmalige sluitstuk van de Brabantse Pijl: de Alsemberg. Op de flanken van die klim reed hij zich als 20-jarige neo-prof in de kijker bij het grote publiek, maar op diezelfde plek knakte tevens zijn wielerloopbaan negen jaar later definitief.

Op 31 maart 1996 staat Van Hooydonck met hoge verwachtingen aan de start van zijn tiende Brabantse Pijl. In de ronde door het Pajottenland is hij elk jaar op de afspraak en hij is deze koers dan ook een beetje gaan zien als zíjn koers. Al viermaal kwam hij hier juichend over de finish – nog altijd een unicum – en hij eindigde zelfs nooit buiten de top 7. Bovendien kon hij een dag eerder thuis vanuit zijn comfortabele zetel toezien hoe een groot deel van zijn concurrenten met hun krachten smeet in de E3 Prijs.

Dat jaar wordt de Brabantse Pijl verreden in barre, winterse omstandigheden. De kou zorgt voor tuimelingen, glijpartijen en bevroren handen die het schakelen nagenoeg onmogelijk maken. Met de Vlaamse wielerhoogmis in het verschiet snakken de meesten naar een rustige koers, maar daar denkt een drietal mannen anders over. Terwijl de sneeuwvlokken op het peloton neerdwarrelen, kiest Van Hooydonck samen met zijn eeuwige rivaal Johan Museeuw al vroeg het hazenpad.

Slechts één kleine coureur kan dapper weerstand bieden aan de dominantie van de recordwinnaar en de hongerige Leeuw van Vlaanderen en dat is Gianluca Pianegonda. De Italiaan uit de Veneto is op dat moment nog een betrekkelijk onbekende verschijning buiten de eigen landsgrenzen, maar zal in de daaropvolgende veertien maanden mooie resultaten op de Vlaamse wegen bij elkaar rijden, alvorens even snel weer te verdwijnen als hij gekomen was.

De 20-jarige Van Hooydonck is amper een paar maanden prof, pakte een week daarvoor pas zijn eerste zege mee, als hij bij zijn eerste Brabantse Pijl schier onvermoeibaar is. Noem het jeugdige onbezonnenheid, noem het een surplus aan talent, maar de lange Kempenaar kan zijn aanvalslust die dag nauwelijks beteugelen. En als eens een ander waagt een uitvalspoging te ondernemen, dan is hij er als de kippen bij om in diens wiel te springen. Koste wat kost wil hij voorkomen dat hij de juiste demarrage mist.

Van Hooydonck heeft als espoir dan ook nog niet veel ervaring met verliezen. Net als Alejandro Valverde een tiental jaren later in Spanje, is hij in de jeugd soms tijdenlang onklopbaar. In één seizoen wint hij maar liefst dertig van de 31 koersen waaraan hij deelneemt. Je gaat je bijna afvragen wat er die ene keer misging.

Al op zeer jonge leeftijd is Edwig anders dan zijn leeftijdgenootjes. Waar zij waarschijnlijk liever luisteren naar de gebroeders Koen en Kris Wauters van de band Clouseau, droomt de kleine Edwig op zijn kinderkamer weg bij de stem van hun naamgenoot, het Vlaamse radio-icoon Jan Wauters. Of de commentator nu op zijn poëtische manier verslag doet van een wielerkoers of van een wedstrijd van Van Hooydoncks favoriete voetbalclub RWDM, de jongen zit met zijn koptelefoon aan de radio gekluisterd.

De Nederlandse ploegbaas Jan Raas ontgaat het wielertalent van de jongeling niet en hij wil de de Kempenaar maar wat graag vastleggen. Na weer een gewonnen race van ‘de Onverslaanbare’ trekt hij naar het huis van de familie Van Hooydonck in Gooreind om de overstap van hun zoon naar zijn Nederlandse sterrenensemble Superconfex te bespreken. De hele familie is in rep en roer dat zo’n grote meneer uit de wielersport, die ze uitsluitend van de televisie kennen, afreist naar België.

Zelfs de hond van de familie is zijn zenuwen nauwelijks de baas als Raas aanschuift voor een bord spaghetti. Dat eet Edwig nou eenmaal altijd na een koers en dat staat dus ook deze avond, hooggeëerd bezoek of niet, op het menu. Het blijkt de opmaat naar een lange, trouwe en succesvolle samenwerking, die pas ten einde zal komen als Van Hooydonck er ruim tien jaar later de brui aan geeft.

De jonge Van Hooydonck gaat vroeg in de koers met landgenoot Herman Frison, de Nederlander Peter Stevenhagen en de jong overleden Paul Haghedooren in achtervolging op de eenzame vluchter Ludo Giesberts, de man die meer koersen won dan Eddy Merckx. Achter hen houden de mannen van Rudy Dhaenens echter de marge speelbaar en omdat de ijverige jongeling na het bijhalen van Giesberts nauwelijks hulp krijgt van zijn medevluchters, worden de vier weer bijgehaald door een uitgedund peloton.

Johan Museeuw is een jaartje ouder dan Van Hooydonck. Toch is zijn later zo indrukwekkende palmares nog betrekkelijk leeg als Eddy Bosberg al lang en breed naam heeft gemaakt in het profpeloton. De Leeuw van Vlaanderen komt eigenlijk pas echt op stoom, wanneer de carrière van d’n rosse zich door het intrede van Epo al in een neerwaartse spiraal bevindt. De Gooreinder wint al voor zijn 25e verjaardag tweemaal de Brabantse Pijl, tweemaal de Ronde van Vlaanderen, Kuurne-Brussel-Kuurne en Dwars door Vlaanderen en behaalde daarnaast enkele mooie ereplaatsen in Parijs Roubaix en de Omloop het Volk, maar diens successen drogen hierna al snel op, terwijl de hoogtijdagen van de oudere van de twee nog moesten aanbreken. Alleen in de Brabantse Pijl wist Van Hooydonck zijn hegemonie in stand te houden.

Na afloop van de helse tocht van ‘96 beweert Museeuw op zijn kenmerkend seibelende manier meermaals gedacht te hebben aan afstappen, maar dat weerhoudt hem er niet van om ook die dag weer tot de sterkste in koers te behoren. Ondanks dat het drietal nog 70 kilometer voor de wielen heeft, durven ze het aan om hun ontsnapping voort te zetten.

Van Hooydonck weet al enige tijd hoe de hazen lopen in het wielerpeloton, maar tegen beter weten in heeft de dan 29-jarige renner er vandaag enigszins vertrouwen in als hij met Museeuw richting finish rijdt. Hoewel de Leeuw zoals altijd in topvorm verkeert in het voorjaar, reed hij een dag eerder wel al in gelijkaardig hondenweer de E3 Prijs Harelbeke – waar de bloemen voor zijn  teamgenoot Carlo Bomans waren -, terwijl de renner van de boerenleenbank-formatie vandaag uitgerust aan de start verschijnt. Maar Museeuw heeft zijn zinnen gezet op een overwinning op de Alsemberg, want in tegenstelling tot zijn jongere landgenoot, won hij de Brabantse Pijl tot dusver nog nooit.

Ondanks dat de eerste poging mislukt is, blijft Van Hooydonck zich met de debatten bemoeien. Verschillende uitvallen volgen en telkenmale is de debutant erbij betrokken. Met zijn lange lijf hangend over het stuur snelt hij alles en iedereen voorbij om maar weer eens ten aanval te trekken. Onder het sloopwerk van Van Hooydonck valt het peloton nog verder uiteen tot er op nauwelijks 27 kilometer van de finish bovenop de Alsemberg een groep van slechts twaalf man rest.

Van Hooydonck is met de beste wil van de wereld geen pedaleur de charme te noemen. Zijn versnellingen zijn niet katachtig, maar hoekig en ogen enigszins onbeholpen. Met zijn lange ledematen, de ellebogen breeduit, doen zijn versnellingen eerder denken aan een langpootmug die achter het gordijn of de bank probeert te ontkomen aan de stofzuiger dan aan de souplesse van een roofdier. Toch zit er de nodige panache op als de Vlaming op de pedalen gaat staan.

Misschien zorgt zijn stijl, of beter gezegd het gebrek eraan, er wel voor dat zijn landgenoten zich met hem kunnen identificeren. De geplengde tranen na zijn eerste overwinning in de Ronde bezegelen het lot en een publiekslieveling is geboren. Daar kan zelfs de gewaagde kleurencombinatie van zijn ploeg Superconfex – rood en gifkikkergroen– niets aan af doen.

Aan de start van de Ronde van Vlaanderen in ’91 wordt Van Hooydonck aanvankelijk nog uitgelachen om zijn driekwartsbroek. Hij keek het trucje af bij Eric Vanderaerden, die simpelweg de schaar zette in zijn lange koersbroek. Het was een uitkomst voor de jonge coureur bij wie de knie in koud weer opspeelde. Van Hooydonck wint die editie van de Ronde van Vlaanderen met grote overmacht en rijdt net als een paar jaar eerder weg op de Bosberg. Achter hem komt Johan Museeuw als tweede over de finish. Een paar weken na deze overwinning ziet hij in de Ronde van het Baskenland meerdere renners zijn modieuze voorbeeld volgen en in zijn laatste Brabantse Pijl rijden alle drie de koplopers met een soortgelijke broek. Van Hooydonck was dus ook een stijlicoon.

Met nog maar twee plaatselijke rondes voor de wielen en al drie aanvallen achter de rug, zou de tank van Van Hooydonck nu wel stilaan leeg moeten raken, maar niets blijkt minder waar. Hij richt zich halverwege de groep nog maar eens op en gaat op de trappers staan. Anderen lijken te willen reageren, maar de versnelling van de eerstejaars prof is ze te machtig. Niks en niemand kan hem volgen en gestaag bouwt Edwig zijn voorsprong uit, tot hij al snel een halve minuut bij elkaar heeft gefietst.

Terwijl het weer langzaam steeds verder opklaart, lijken de drie vogels gevlogen. Hoewel een groepje achtervolgers – met onder anderen Michael Boogerd, ploeggenoot van Van Hooydonck, en Maarten Den Bakker – achter hen de moed niet opgeeft, werken de drie voorop goed samen en ogen vooral de twee Vlamingen een klasse apart. Bovendien controleert Rabobank daarachter in dienst van hun Vlaamse kopman de koers en worden aanvallen van Axel Merckx en Andrei Tschmil onschadelijk gemaakt door dan wel Rolf Sörensen, dan wel door Boogerd.

Van Hooydonck rekent niet op zijn sprint, maar Museeuw deelt in de kopgroep de lakens uit. Wat Van Hooydonck ook probeert, de splijtende demarrage die hem al tweemaal op de Bosberg zo veel succes opleverde, zet deze dag geen zoden aan de dijk. Museeuw heerst en als een paardenmenner laat hij zich in het zog van Pianegonda naar het achterwiel van Van Hooydonck leidden. Op Eddy’s Alsemberg zal bepaald worden wie er met de bloemen mag gaan lopen, maar eigenlijk twijfelt niemand meer aan de uitkomst.

Als door een wesp gestoken spurt Museeuw weg bij zijn medevluchters. Wat hij ook uit zijn benen perst, Van Hooydonck moet het hoofd diep buigen voor zijn landgenoot.

Weg is Museeuw.
Weg zijn de een dag eerder nog gespaarde benen.
Weg is de hoop op een vijfde zege op de Alsemberg.
Weg is de hoop ooit nog Museeuw te verslaan in een rechtstreeks duel.

Dat blijkt ook wel uit Van Hooydoncks reactie na afloop van de koers. “Daar gaat niks aan te doen zijn [in de Ronde van Vlaanderen]. Hij heeft gisteren Harelbeke gereden en ik gerust en ik kan hem nu al niet kloppen, dus zou ik hem dan zondag kunnen kloppen?”

Een jonge Edwig begint met zo’n veertig seconden voorsprong aan de laatste beklimming van de Alsemberg. De debutant houdt kranig stand. Wat ze achter hem ook proberen, de achtervolgers komen geen steek dichterbij. Het talent is simpelweg te sterk. Dolgelukkig passeert de jonge renner de finish, waarna op gepaste afstand de anderen uiteengeslagen en meer dood dan levend, één voor één binnendruppelen. Hun uitgewoonde koppen steken schril af tegen het glunderende gezicht van de winnaar, waarvan het babyvet nog niet volledig verdwenen is.

Na een inderdaad anonieme bijrol in de hieropvolgende Ronde van Vlaanderen was het voor Van Hooydonck mooi geweest en kondigde Eddy Bosberg in mei van dat jaar zijn wielerpensioen aan. Hij won in zijn korte, maar desalniettemin illustere carrière meerdere monumenten, maar verloor zienderogen terrein op een steeds verder gedrogeerd peloton.

En één ding wist ieder die erbij was zeker: die dag hadden ze een groot Vlaams wielerkampioen zien opstaan.

Sinds 2010 finisht de Brabantse Pijl niet meer op de Alsemberg.