Foto Sirotti

Wielercultuur

Vandaag jarig: Martin Early en zijn zeldzame zege in de Tour 1989

‘No! Without I can’t see!’ Met een hoorbare zucht van onbegrip in zijn stem wijst Martin Earley het voorstel dat hem zojuist gedaan is van de hand. Zijn vreugde is te groot om er ook nog een meewarig hoofdschudden op te laten volgen. De Ier moet het podium al op. Binnen enkele seconden zal hij te midden van enkele bevallige Tourmissen, want die zijn er nog in 1989, gehuldigd worden als winnaar van de achtste etappe. Zo vaak wint hij niet. Integendeel.

Berry van Aerle

Earley staat als knecht onder contract bij de PDM-ploeg. Een waterdrager is hij. Zou je zijn werkgever vergelijken met het Nederlands Elftal van die dagen, dan was Earley onmiskenbaar Berry van Aerle geweest. Type antiheld. Harde werker. Nuttig. Dienstbaar. En als hij een spaarzame keer in kansrijke positie belandt, getalenteerd en berekenend genoeg om zelf af te kunnen ronden. Precies dat had Earley op weg naar Pau gedaan. Toen Éric Caritoux en Michael Wilson na veertig procent van de te rijden 157 kilometer waren weggesprongen uit het peloton, was de helper van PDM onmiddellijk achter de Fransman en de Australiër aan gesprongen. Niet veel later was ook Philippe Louviot nog aangesloten. De renner van Z-Peugeot had in de finale een uitvalpoging gewaagd en gedurende een kwartiertje voor zijn drie voormalige metgezellen uitgereden. Earley was nooit in paniek geraakt. Ondanks dat het peloton in de straten van Pau nog akelig dicht bij de koplopers komt, blijft de Ier kalm. Hij laat Caritoux en Wilson veruit het meeste werk opknappen tijdens de jacht op Louviot en als de Fransman tot de orde is geroepen, benut Earley in de slotkilometer een onregelmatigheid in de weg – de renners moeten een soort stoepje op, zodat ze op de Place de Verdun komen, waar de aankomstlijn is getrokken – om zijn rivalen af te schudden en de ritzege te pakken.

 

Ijzersterk in de breedte

Juichend had Earley bij het overschrijden van de meet zijn vierde overwinning van het seizoen gevierd. Het is het bewijs dat PDM in de breedte over een ijzersterk rennersgilde beschikt. Aan het begin van het seizoen was Earley overgestapt naar het Nederlandse team. Als bijvangst. Onder druk van de sponsor, een producent van videobanden, hadden ploegleider Jan Gisbers en teammanager Manfred Krikke een flinke slag geslagen op de transfermarkt. Philips DuPont Magnetics, een joint-venture van de Eindhovense elektronicagigant en een Amerikaans chemieconcern, wil nieuwe afzetmarkten aanboren om haar producten te slijten. De directie heeft onder meer haar zinnen gezet op de Mexicaanse markt en op Ierland. Vandaar dat Gisbers en Krikke precies twee kopmannen met die beide nationaliteiten hebben aangetrokken. Raúl Alcalá is overgekomen van 7-Eleven en Sean Kelly heeft KAS ingeruild voor de Nederlandse ploeg. In de slipstream van laatstgenoemde is diens trouwe luitenant en landgenoot Earley eveneens naar PDM verkast. Vanzelfsprekend was de ploegleiding er alles aan gelegen om Kelly’s bedje zo gespreid als mogelijk voor hem op te maken. Dat de Ierse kopman graag een getrouwe wilde meenemen, om sneller te kunnen acclimatiseren bij zijn Nederlandse werkgever, was dan ook geen enkel probleem. Een stuk lastiger ligt het feit dat PDM op dat moment al twee kopmannen voor het ronde werk in huis heeft. Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse rijden in 1989 namelijk ook in het door pr-man Harrie Jansen ontworpen zwart-witte tenue, met de kenmerkende rood-groen-blauwe baan op de buik. Het zijn dezelfde kleuren die ook op de kartonnetjes van de videobanden te zien zijn.

Jansen is zelf een oud-renner. In 1968 vertegenwoordigde hij Nederland op de Olympische Spelen in Mexico, om vervolgens de overstap naar het profpeloton te maken. Gedurende vijf seizoenen komt hij uit voor ploegen als Batavus, Sonolor-Lejeune en Rokado. Hij wint in die periode onder meer de Ronde van Noord-Holland en de Tom Simpson Memorial. Daarna wordt Jansen radiocommentator voor de NOS. Als in de tweede helft van de jaren ‘80 de PDM-ploeg het levenslicht ziet, treedt de oud-renner in dienst als pr-functionaris. Jansen heeft een scherp oog voor marketing en voor wat publicitair gezien wel en niet kan werken. Niet alleen ontwerpt hij hoogstpersoonlijk de koerstruitjes van de ploeg, hij is ook degene die Theunisse adviseert zijn lange haar niet af te knippen. De blonde manen zijn in de optiek van Jansen een handelsmerk en een ‘unique selling point’. Goed voor extra aandacht. Theunisse zal later beweren dat zijn kapsel zelfs was vastgelegd in zijn contract. Als Earley zich, pal na het passeren van de finishlijn, juichend in de armen van een verzorger laat vallen, is Jansen er als de kippen bij. Niet alleen om de Ierse waterdrager te feliciteren met het tweede dagsucces van de ploeg in die 76ste Tour. Kleine side-step: Alcalá heeft de derde rit al gewonnen. Later komen daar etappezeges van Theunisse en Rooks bij. Bovendien winnen zij respectievelijk het berg- en het combinatieklassement. Kelly pakt de groene puntentrui en de rode van de tussensprints. Ook wint PDM de beide ploegenklassementen. De belangrijkste trui laten de manschappen van Gisbers echter liggen. De gele. Die gaat naar Greg Lemond. De Amerikaan stond een jaar eerder nota bene nog bij de ploeg onder contract. Het is de keerzijde van het rijden met vier kopmannen. Terug naar Jansen en Earley. Als de Ier zich naar het podium begeeft om gehuldigd te worden, fluistert de pr-man hem nog snel in zijn bril af te zetten. Zonder zou Earley er op foto’s een stuk beter uitzien. Het advies is voor de ritwinnaar een brug te ver. ‘No!’, bijt hij Jansen toe. ‘Without I can’t see!’ Het aantal keren dat een menigte zich verzamelt om de Ierse waterdrager toe te juichen, is immers op de vingers van slechts een paar handen te tellen. Een zeldzaam moment dus. Dat wil Martin Earley goed kunnen zien.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Vandaag jarig: Martin Early en zijn zeldzame zege in de Tour 1989

Wielercultuur

Hoe Iljo Keisse en Glenn O’Shea de Zesdaagse van Gent 2012 wonnen

Zonder te praten

Wielercultuur