Foto A.S.O./Thomas Maheux

Algemeen

Het tourdebuut van Paul Seixas is bijzonder: 19 jaar, vierde plek ondanks twee valpartijen in voorbereiding

De 19-jarige Fransman begon zijn eerste grote ronde met gehavende handen en een verstoorde voorbereiding. Drie weken later strandde zijn aanval op het podium pas op Alpe d’Huez.

Op 25 juli, boven op Alpe d’Huez, vindt Paul Seixas, de 19-jarige Tourdebutant van Decathlon CMA CGM, de armen van zijn ouders. Er volgt een snik. De Fransman heeft zijn laatste krachten verbruikt in een aanval op het podium en is tekortgekomen, maar zijn vierde plaats in het klassement staat nog overeind.

Seixas verloor in de twintigste etappe 1 minuut en 50 seconden op Isaac Del Toro, de Mexicaanse nummer drie van UAE Team Emirates XRG. Dat verschil verklaart zijn teleurstelling aan de finish. Het vertelt minder over de omstandigheden waarin hij zijn eerste Tour en zelfs zijn eerste grote ronde afwerkte.

Ruim twee weken voor de start was Seixas tijdens zijn laatste voorbereidingskoers met ongeveer 70 kilometer per uur over het asfalt geschoven. Zijn handen lagen open en een dag later moest hij afstappen. Daarna volgden drie weken koers onder het vergrootglas van een land dat sinds Bernard Hinault in 1985 wacht op een Franse Tourwinnaar.

Een val met 70 kilometer per uur

De val gebeurde in de zevende rit van de Tour Auvergne-Rhône-Alpes. Seixas gold als een van de favorieten voor het eindklassement. Na een eerder geneutraliseerd deel van de Côte de Saint-Maurice-de-Rotherens lag er lager op de afdaling nog grind.

Ongeveer dertig kilometer na de start probeerde Seixas buitenom een renner te passeren. Zijn lijn liep tussen een greppel aan de rechterkant en het grind aan de linkerkant. Het voorwiel gleed weg.

“Een fout van mij. Ik heb geen excuus. Ik ging te snel de bocht in”, zei Seixas na de rit. Hij vertelde dat hij gewend was geraakt om in afdalingen plaatsen te winnen zonder extra energie te verbruiken. Ditmaal had hij te veel risico genomen.

Seixas ving de eerste klap op met zijn handen en schoof vervolgens verder. Hij hield snijwonden en schaafplekken over aan zijn handen en armen, met ook verwondingen aan zijn benen. Het peloton reed intussen ongeveer vier minuten weg.

Daarop begon Decathlon aan een ploegentijdrit van bijna zestig kilometer. Stefan Bissegger en Daan Hoole deden het werk in de vallei. Aurélien Paret-Peintre, Nicolas Prodhomme en Léo Bisiaux namen het over richting de Grand Colombier. Met minder dan veertig kilometer te gaan keerde Seixas terug in het peloton, hoewel hij naar eigen zeggen zijn stuur nauwelijks kon vasthouden.

Hij werd nog zevende in de rit, op 1 minuut en 21 seconden van Del Toro. “Ik ben niet trots op mezelf, ik ben trots op mijn ploeg”, zei hij. De volgende ochtend verschenen de kneuzingen en open wonden opnieuw aan de start. Op de eerste klim moest hij lossen. Na ongeveer een uur stapte hij in de ploegwagen, zijn eerste opgave tijdens een etappe als prof.

Ploegarts Jacky Maillot stelde geen breuken vast, maar de pijn op meerdere plaatsen maakte veilig sturen moeilijk. Seixas kreeg enkele rustdagen en moest zijn voorbereiding aanvankelijk op de rollen hervatten. Zijn laatste koersprikkel voor de Tour was daarmee verdwenen.

Negentien jaar en 283 dagen

Bij de Tourstart was Seixas 19 jaar en 283 dagen oud. Volgens Pro Cycling Stats was hij de jongste deelnemer sinds 1932. Sindsdien had alleen Danny van Poppel in 2013 als tiener aan de Tour meegedaan.

Voor Seixas was de wedstrijd al lang meer dan een volgende stap in zijn opleiding. Zijn eerste herinneringen dateren uit 2013, toen hij Christopher Froome en Nairo Quintana op de Mont Ventoux zag. Een jaar later volgde hij de volledige Tour, met Jean-Christophe Péraud als tweede, Thibaut Pinot als derde en Romain Bardet op de zesde plaats.

Als kind sprak hij met zijn beste vriend Cyprien over hoe het zou zijn om ooit zelf te starten. In Barcelona, kort voor zijn debuut, noemde hij zijn selectie de vervulling van die jeugddroom.

Voormalig Tourwinnaar Pedro Delgado maakte zich vooraf vooral zorgen over de belasting van drie weken aandacht. “Koersen zonder druk is een leugen. Hij zal met enorme druk rijden”, zei Delgado. Volgens de Spanjaard maakte vooral Seixas’ nationaliteit de situatie zwaar. Een Franse kopman kan zich in de Tour nauwelijks aan de nationale verwachting en dagelijkse media-aandacht onttrekken.

Delgado had een debuut in de Vuelta verstandiger gevonden. Daar had Seixas het ritme van een grote ronde kunnen leren zonder dat iedere tijdrit of bergrit als graadmeter voor de Franse toekomst werd behandeld. Hij twijfelde voor de start zelfs of de tiener Parijs zou halen.

Decathlon kiest voor het podium

Seixas reed bijna drie weken tussen de beste klassementsrenners. In de negentiende etappe naar Alpe d’Huez eindigde hij als negende. Del Toro pakte die dag slechts vier seconden op hem.

De ploeg hield zijn kopman met veel werk in de podiumstrijd. Hoole bleef voorin toen het peloton nog maar enkele tientallen renners telde. Riccitello reed volgens Seixas een uitzonderlijke klim, terwijl Benoot, Paret-Peintre en Prodhomme eveneens hun krachten verbruikten.

“Het was verschrikkelijk zwaar”, zei Seixas na die rit. Hij had door het lawaai van het publiek last van zijn oren en noemde de etappe tegelijk magisch en een van zijn zwaarste dagen ooit op de fiets. De benen waarop hij had gehoopt, waren er niet meer. Het podium bleef wel binnen bereik.

Een dag later koos Decathlon daarom voor een offensief plan. Prodhomme en Matthew Riccitello trokken door op de Col de Sarenne. Seixas probeerde zijn gebruikelijke niveau te overstijgen, terwijl Del Toro kon rekenen op Tourwinnaar Tadej Pogacar als laatste helper.

“Ik zocht mijn grens op en kraakte”, zei Seixas op de top. “Ik probeerde sterker te zijn dan normaal, maar mijn energie was op. Dat hadden we met de ploeg afgesproken, want we hadden niets te verliezen. Del Toro was sterker dan ik.”

Vierde zonder vrede met vierde

Pogacar won zijn vijfde Tour, Del Toro werd derde en Seixas eindigde als beste Fransman. Landgenoot Lenny Martinez completeerde de top vijf. De vierde plaats van Seixas was historisch door zijn leeftijd, maar zijn eerste reactie werd bepaald door de gemiste podiumkans.

“Vierde is goed, maar natuurlijk ben ik teleurgesteld dat ik niet echt voor het podium kon vechten”, zei hij. “Binnenkort zal ik zeker trots zijn op die vierde plaats.”

De uitslag krijgt extra gewicht door wat eraan voorafging: de val in zijn laatste voorbereidingskoers, de wonden die veilig sturen bemoeilijkten en de publieke druk rond de jongste Tourstarter in 94 jaar. Op de slotdag in Parijs keek Seixas alweer vooruit. “Ik heb nu al zin in mijn volgende grote ronde”, zei hij na zijn eerste Tour.

Lees ook van HetisKoers!

Het tourdebuut van Paul Seixas is bijzonder: 19 jaar, vierde plek ondanks twee valpartijen in voorbereiding

Algemeen

Tour de France Femmes 2026 etappe 3: de Jura selecteert op weg naar Poligny

Koersverhalen