Wielercultuur

Jan Raas mét Peter Post? Het vergeten pact dat de jarige Teun Van Vliet dwars zat

Teun van Vliet is ten einde raad. Als hij van de wedstrijdleiding een nieuwe update krijgt van de voorsprong, die hij en zijn metgezel hebben op een snel naderend peloton, is het net of het schoolbord niet voor hem wordt gehouden, maar alsof hij er mee in zijn gezicht wordt geslagen. De ontsnapping die hij samen met Henri Manders in gang had gezet, leek beide renners aanvankelijk succes te brengen.

Eendrachtig samenwerkend vergaren de twee in de vijfde Touretappe van 1985 in rap tempo een marge, die de twintig minuten overstijgt. Het peloton vindt het prima. De Deense geletruidrager Kim Andersen en zijn La Vie Claire-ploeg hebben immers een groter belang dan met man en macht het kleinood te verdedigen. Met Bernard Hinault beschikken zij over de gedoodverfde favoriet voor de eindzege. Het geel van Andersen is slechts een aardige bijkomstigheid, overgehouden aan het winnen van een ploegentijdrit twee dagen eerder. Een leuke eer voor de helper van Hinault, maar als Van Vliet en Manders op weg naar Roubaix een monstervoorsprong opbouwen, voelt de La Vie Claire-ploeg geen enkele noodzaak om de achtervolging in te zetten. Het brengt het leidende duo in een uitstekende uitgangspositie de buit onderling te verdelen.

Gele trui in zicht

Van Vliet staat er het beste voor in het klassement en kan het geel pakken. Manders zou dan op zijn beurt de ritzege mogen opstrijken. Het lijkt een eerlijk en rechtvaardig plan, waar beide renners tevreden mee zijn, maar dat is buiten Manders’ ploegleider Jan Raas gerekend. Niet lang nadat de motard met zijn bord de riante voorsprong heeft getoond, verschijnt de ploegleidersauto van Kwantum naast de koplopers. Door het openstaande raam aan de bestuurderskant steekt het hoofd van Hilaire Van der Schueren, Raas’ assistent. Als Van Vliet hoort wat Manders krijgt opgedragen vallen zijn oren van zijn hoofd. Met een Vlaams accent klinkt alles vriendelijker dan in het hoekigere Nederlands, maar wat Van der Schueren zijn pupil mededeelt komt bij de virtuele drager van de gele trui binnen als een donderslag bij heldere hemel. ‘Stoppen met rijden!’, luidt de opdracht. Bij Van Vliet borrelen gevoelens van onbegrip op. En van frustratie. Het is de renner van Verandalux een groot raadsel waarom zijn medevluchter plotseling de benen stil moet houden, terwijl die volop uitzicht heeft op een aansprekende etappeoverwinning.

Overtuigingskracht

Ondanks dat Van Vliet al zijn overtuigingskracht in de strijd gooit om Manders mee te laten rijden en hem meermaals de ritzege garandeert, is alle redevoering tegen dovemans oren gericht. Het laat hem geen andere keus dan zelf het kopwerk op te knappen. De opgebouwde voorsprong laten verdampen is niet alleen zonde van alle moeite, Van Vliet zou voor de tweede keer een kans op aansprekend succes missen. Drie maanden eerder was hij in Milaan-Sanremo veruit de sterkste geweest. In de finale reed hij op de Poggio op kop met Silvano Riccò. In een sprint-a-deux zou hij de Italiaan met speels gemak moeten kunnen verschalken. Bovendien had hij Verandalux-ploeggenoot Hennie Kuiper pal achter zich rijden, om de vlucht te beschermen. Tenminste, zo had Van Vliet het zich bovenop de Poggio voorgesteld. In plaats van zich in dienst te stellen van zijn kansrijke ploegmakker, had de op de klim geloste Kuiper in de bochtige afzink van de Poggio een nieuwe dosis energie gevonden en was in een ruk naar het verraste tweetal gereden. Vervolgens had de routinier doorgepakt en zich direct losgemaakt van de koplopers, die hij net had bijgehaald. Van Vliet zat in de tang. Zelf zijn ploeggenoot terughalen kon niet en de zichtbaar vermoeide Riccò was niet bij machte de kastanjes uit het vuur te halen. Niet Van Vliet, maar Kuiper won op de Via Roma.

Niet nog eens mis

Drie maanden later is de Nederlander niet van plan weer mis te grijpen. En dus slooft Van Vliet zich volop uit om de voorsprong in stand te houden. Bij het ingaan van de laatste dertig kilometer is Manders weliswaar sporadisch weer op kop gekomen, veel stelt zijn bijdrage niet voor. De voorsprong is er flink door geslonken. Ineens trekt er een golf van kramp door de kuiten van Van Vliet. Met een verwrongen gezicht vangt hij de pijn op. Even moet hij beide benen stil houden en stokt zijn tempo. Na een paar seconden van ontspanning zet Van Vliet weer aan, maar zodra hij nieuwe druk uitoefent op de pedalen, keert de kramp terug. Zijn spieren zijn zodanig verzuurd dat het lijkt of tientallen onzichtbare duiveltjes met hun drietanden geniepig in de dijen en kuiten van de uitgeputte renner prikken. Van Vliet moet opnieuw inhouden. Staand op de pedalen probeert hij nogmaals zijn benen korte momenten van rust en ontspanning te gunnen. Als de Verandalux-renner aanzet schiet de pijn direct terug. Hij kan niet meer. Manders snelt hem voorbij en verdwijnt in een mum van tijd aan de horizon. Amper tien kilometer nadat Van Vliet zijn metgezel heeft laten gaan – de voorsprong is nog altijd dik vijf minuten – wordt de eenzame renner verschalkt door het jagende peloton. Manders wint de rit. Van Vliet blijft met lege handen achter. Door de stalorders van Raas.

Post versus Raas of juist met elkaar?

Pas jaren later wordt ‘het mysterie van Roubaix’ ontrafeld. De crux van de vreemde vertoning blijkt in de slechte verstandhouding tussen Raas en Panasonic-ploegleider Peter Post te hebben gezeten. De aartsrivalen hadden die dag in 1985 echter niet tegen elkaar gewerkt, maar juist mét elkaar. Toen duidelijk werd dat Van Vliet het geel zou pakken en het kleinood door de enorme marge vermoedelijk meerdere dagen zou gaan dragen, hadden Raas en Post een gezamenlijke conclusie getrokken. Het succes van de Verandalux-renner en de publiciteit die zijn gele trui hem zou opleveren, zou hen de wind uit de zeilen nemen. Wie in Nederland heeft immers nog oog voor de renners van Kwantum en Panasonic als er een knalgele bliksemafleider uit een andere ploeg rondrijdt en de aandacht opeist? De beide ploegleiders sloten een pact. Raas gaf Manders opdracht de benen stil te houden en zijn collega zette zijn renners op kop van het peloton. Zo sloegen ze twee vliegen in een klap. Als de voorsprong fors zou slinken, hield Eric Vanderaerden namens Post zicht op het geel. Manders kon op zijn beurt krachten sparen en Raas een ritzege schenken. Zolang die dekselse Van Vliet de leiderstrui maar zou mislopen. Bovendien had Post nog een belang. Het attractieve rijden van de jonge Nederlander was hem al lang en breed opgevallen en het liefst wilde hij Van Vliet snel aan zijn Panasonic-ploeg binden. Maar een ex-geletruidrager stelt vanzelfsprekend veel hogere salariseisen en daar had Post geen zin in. Geel dragen en Touretappes winnen, dat kon Van Vliet in zijn optiek beter nog maar even uitstellen tot hij het Panasonic-shirt om de schouders had. Het zou hem een flinke slok op de budgettaire borrel schelen. Nog diezelfde Tour zou Post de renner inderdaad contracteren. Drie jaar later, het is dan inmiddels 1988, zal Teun van Vliet namens Panasonic alsnog drie dagen de gele trui mogen dragen in de ronde.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Jan Raas mét Peter Post? Het vergeten pact dat de jarige Teun Van Vliet dwars zat

Wielercultuur

De jarige Stéphane Heulot: Tranen en Teleurstelling in de Tour De France 1996

Wielercultuur