Jean Nuttli (2 januari 1974)

Kriens, Zwitserland. Het is het voorjaar van 1996. Jean Nuttli is een jongen van 22. Wanneer hij zenuwachtig is – en dat is hij bijna altijd – pulkt hij de huid van zijn vingers.

Geen ster op school, nooit geweest. Schrijven kost hem nog altijd moeite. Gelukkig hoeft hij dat overdag niet zoveel te doen, als leerling-lakker in een autospuiterij.

Er is eigenlijk maar weinig dat hem werkelijk interesseert. Het liefst van alles is hij alleen. In de hoop haar zoon een hobby te verschaffen, doet zijn moeder hem een onbetamelijk dure racefiets cadeau. Meer uit beleefdheid dan uit enthousiasme neemt Jean één keer deel aan een wedstrijdje op woensdagavond. De toeschouwers kijken verbaasd naar die mollige jongen op die full-carbon fiets. En ze lachen, steeds harder lachen ze. Jean stapt halverwege zijn eerste wedstrijdje af. Zo hoeft het voor hem niet. Thuis krabt hij zijn vingers stuk.

Hij woont dan nog bij zijn ouders. Iedere avond zit hij op het balkon en stopt zich vol met het lekkers dat zijn liefhebbende moeder hem voorzet.

Jean weegt 125 kilo, als hij besluit dat het genoeg is geweest. Zelf denkt hij dat de beslissing op 1 augustus viel. Het schrikbeeld van een moddervette jongeman met alle aandoeningen die daarmee gepaard gaan, komt hem voor ogen. En hij begint te trainen, vreselijk te trainen. Zonder het huis te verlaten: iedere morgen sjokt hij naar boven, naar zijn zolderkamer, waar een bestofte hometrainer staat. Het enige wat hij dat jaar ziet, zijn z’n eigen bovenbenen als hij naar beneden kijkt en een poster van de feestband The Piccadily’s recht voor hem aan de wand. The Piccadily’s, dé band voor Stimmung, Show und Tanz.

Eén jaar lang verlaat hij zijn provisorische krachthonkje op zolder nauwelijks. In het voorjaar van 1997 is de helft van Jean Nuttli verdampt als het zweet op zijn lijf. De pappige twintiger is verdwenen, er is een atleet voor teruggekeerd. 67 kilo schoon aan de haak.

Het is tijd om naar buiten te treden met zijn nieuwe zelf. Jean doet mee aan een wedstrijdje in de buurt, gewoon om te kijken of hij behalve zichzelf ook de regionale toppers kan verslaan. De ijzeren discipline die hij in die honderden eenzame uren op zijn zoldertje heeft opgebouwd, blijkt voldoende om uit te blinken als er tegenstanders zijn. Onder talrijke vetlagen blijkt zich al die jaren een geboren wielrenner te hebben schuilgehouden.

Drie jaar later.

Alex Zülle heeft aan het eind van een teleurstellend seizoen eigenlijk niet zo’n zin meer om deel te nemen aan het WK tijdrijden in Plouay. De vakantie lonkt en Zülle meldt zich af. Paniek op de burelen van de Zwitserse wielerbond. Het land zit al niet zo dik in zijn profrenners, en als ze dan ook nog gaan af gaan bellen, wordt het helemaal lastig…

De telefoon gaat in huize Nuttli. Of Jean komende week iets te doen heeft? Ja, trainen. Of Jean misschien naar het WK wil?

Het WK? Helemaal in Frankrijk? Met het vliegtuig? Jean Nuttli is nog nooit de landsgrenzen over geweest, zijn wereld bestaat uit Kriens en omstreken. Vliegtuigen heeft hij alleen nog maar hoog boven zich zien passeren.

Jean Nuttli rijdt het WK. Op de ochtend van de wedstrijd verkent de Zwitserse ploeg het parkoers. Nuttli valt, hij is op van de zenuwen.

’s Middags de wedstrijd. Televisiecommentatoren in heel Europa zitten met de handen in het haar. De snelste doorkomsttijd na 5,6 kilometer is van een Zwitserse jongen van wie niemand ooit gehoord heeft. Bij alle meetpunten is Jean Nuttli, het product van niets anders dan van zijn eigen wil, bij de eerste drie. Driehonderd meter voor de finish worden begeleidende auto’s en motoren weggeleid, zoals altijd. Nuttli, overgeconcentreerd, volgt echter de motor naar rechts. Het kost hem een plek op het podium. Nuttli wordt elfde.

Hij is de verrassing én de risee van het kampioenschap. Wat het begin lijkt van een glansrijke carrière voor de man die qua lichaamskracht en qua intellect wordt vergeleken met een paard, blijkt een eenmalig hoogtepunt. Zijn profjaren bij Phonak en Oktos blijven zonder resultaat. Toch blijft Jean Nuttli strijdbaar. Hij valt het werelduurrecord aan. Ook dat mislukt, maar de obsessie blijft, misschien wel voor altijd.

Nog altijd eet hij uitsluitend groente en fruit, denkend aan die dag, een paar jaar geleden toen hij met een ploeggenoot na het seizoen een pizza at. Eén pizza, die hij wegspoelde met één biertje, een ongewone traktatie voor de asceet Nuttli. De volgende dag ging hij op zijn weegschaal staan. Het tellertje stopte bij 82, vijf kilo meer dan de avond ervoor. En Jean Nuttli vertrok naar boven, voor een paar uurtjes extra op de hometrainer.[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]