Rolf WolfshohlOp 13 november 2011 sterft Rolf-Dieter Wolfshohl in het ziekenhuis van Bonn aan kanker.

Kinderen worden geboren om door hun kinderen begraven te worden. Zo hoort het te gaan. In het geval van Rolf-Dieter Wolfshohl ging het anders.

Rolf-Dieter Wolfshohl wordt geboren in de met modder besmeurde hoogtijdagen van zijn vader.

De naam Wolfshohl is synoniem voor modder op dunne bandjes, sporen in de klei, kluiten aan de klikpedalen. Veldrijden, het winterse doekje voor het bloeden van het hart van de wielerfan.

Het is midden jaren vijftig, Duitsland is nog een spiegel die scherfje voor scherfje aan elkaar wordt gelijmd en de jonge Rolf Wolfshohl wordt modderworstelaar.

Of: veldrijder.
Crosser.

Het duurt niet lang voor hij nationaal kampioen wordt, de tegenstand in het Duitse veld is minder dan minimaal. Als hij aan het einde van zijn loopbaan terugkijkt, heeft hij drie handen nodig om zijn nationale veldrittitels op te kunnen tellen: veertien.

Maar ook over de grens blijkt Rolf talent te koop te hebben: binnen no-time is Rolf Wolfshohl uit Keulen – een stad waar het crossen midden jaren vijftig ongeveer net zo groot is als in Napels – en van de beste veldrijders ter wereld.

Zijn eeuwige rivaal heet Berten van Damme, een man die geboren is met klei tussen zijn tenen. En toch, op puur talent, is Rolf Berten regelmatig de baas.

Wereldkampioen in 1960, wereldkampioen in 1961.
Daarna probeert hij het ook op de weg, en met succes.

In 1963 sprint hij op de Via Roma om de zege in Milaan – San Remo. Het duurt lang voordat de jury de finishfoto afdoende heeft bestudeerd, maar dan komt men toch tot de conclusie dat het niet Wolfshohl maar Joseph Groussard is die als eerste over de finish gekomen is.

Later zal hij nog veel winnen – Touretappes, Parijs-Nice, talloze veldritten – maar Milaan – San Remo blijft een leemte op z’n erelijst.

En dan, twee jaar later, wint Rolf Wolfshohl plots de Ronde van Spanje.

Zijn kopman bij Mercier, Raymond Poulidor, eindigt als tweede. Zijn immer lachende gezicht is zondag dat van een man die zijn winnende lot uit het raam heeft zien waaien en nu als troost van de loterij vijftien rollen drop krijgt.

Een rondeloopbaan komt echter nooit van de grond en in de Tour zijn z’n prestaties op z’n best gezegd middelmatig, op een zesde plek in 1968 na dan.

Spijtig, maar Rolf Wolfshohl is geen man om lang bij de pakken neer te zitten: wanneer hij begin jaren zeventig zijn fiets aan de haak hangt, doet hij dat op een ereplaatsje in een splinternieuwe fietsenwinkel, waar hij bovendien ook nog eens z’n eigen fietsenmerk RoWoNa (Rolf Wolfshohl Naturlich) gaat verkopen.

Iedere dag, veertig jaar lang, legt hij de dertig kilometer die zijn winkel scheiden van zijn huis, af met de fiets, ook nadat hij in 2009 ernstig ten val komt en een vinger verliest.

Rolf Wolfshohl geeft niet zomaar op, daar kan zelfs een overval op z’n winkeltje, begin 2011, niets aan veranderen.

Als z’n vader met fietsen kapt, is Rolf-Dieter nog een jonge jongen. Het eerste wat Rolf voor z’n zoon doet, is een fietsje voor hem knutselen en hem aanmoedigen het nu zelf ook eens te proberen.

Er stroomt wielerbloed door de aderen van Rolf-Dieter Wolfshohl. Winnend en goed rijdend baant hij zich een weg door de jeugdcategorieen, Zijn entree bij de amateurs is ronduit veelbelovend: in 1983 wint hij de goed bezette wedstrijd Rund um Koln.

Een keer nog komt Rolf Wolfshohl in het nieuws. Dat is wanneer hij als bondscoach van de Duitse amateurselectie een interview geeft aan Der Spiegel waarin hij vertelt hoe zijn renners terugkwamen van een consult aan de Universitaire kliniek van Freiburg, met koffers vol verboden rommel.

Het blijft een bescheiden relletje; niemand wordt gestraft en nog jarenlang zullen Duitse renners zich in Freiburg melden voor medische bijstand.

(Jaren later zou bekend worden dat de renners van Team Telekom naar het ziekenhuis carpoolden om zich te laten doperen en hun eerder afgetapte bloed weer te laten inspuiten.)

Op 17 juli 1984 is Rolf-Dieter Wolfshohl een van de favorieten tijdens de Duitse amateurkampioenschappen in Alpirsbach.
Dan: geschraap, het geluid van brekende spaken en het bonken van afgetrainde wielerlijven op asfalt.
Als de stofwolken zijn opgetrokken, is iedereen alweer onderweg.
Iedereen, behalve Rolf-Dieter Wolfshohl.
Gebroken halswervel.
Hij zal nooit meer kunnen lopen.

Ruim een week na het Duits kampioenschap voor amateurs wordt Rolf-Dieter Wolfshohl vader. Zijn vrouw Kerstin en hij noemen het kindje Jessica.

Altijd als er een reünie is van oud-wielerkampioenen, maakt Rolf Wolfshohl indruk. Met zijn lijf, dat nauwelijks sporen draagt van een lang en met verdriet gevuld leven. Met zijn conditie.

Met een humeur dat is opgetrokken uit louter zonneschijn.

Geen ongeluk blijft Rolf-Dieter bespaard: in februari 2011 wordt hij gediagnosticeerd met kanker. Negen maanden is hij ziek; negen maanden later sterft Rolf-Dieter Wolfshohl in het ziekenhuis van Bonn.

Rolf Wolfshohl heeft wel eens gezegd dat hij zichzelf altijd heeft beschouwd als schuldige van het ongeluk van zijn zoon. Hij was het toch die z’n eerste fietsje bouwde, hij heeft hem toch altijd aangemoedigd en gemotiveerd?

En juist op die fiets, op dat voertuig waarvan de remmen het op zo’n cruciaal moment begaven, vindt Rolf Wolfshohl genoeg kracht om verder te gaan.