Foto Sirotti
Gent-Wevelgem 1995: De dag dat (de jarige) Lars Michaelsen Maurizio Fondriest versloeg
Gelaten steekt Bernard Langedock zijn rechterhand uit om de kersverse winnaar van de 57ste editie van Gent-Wevelgem zijn felicitaties over te brengen. Aan de gelaatsuitdrukking van de kersverse koersdirecteur, de opvolger van de dan al hoogbejaarde ‘founding father’ Georges Matthys, is zichtbaar teleurstelling af te lezen. Zou de Belg de nummers één en twee met elkaar kunnen omruilen, dan had hij het onmiddellijk gedaan.
Terwijl enkele minuten eerder drie koplopers op de finish waren af gekomen had Langedock een heimelijke voorkeur gekoesterd voor wie van hen zijn voorwiel als eerste over de witte lijn diende te drukken. De bekendste van het trio, vanzelfsprekend. Dat zou een meer dan welkome aanvulling op de erelijst van Gent-Wevelgem zijn. Binnensmonds oefende de koersdirecteur zelfs al even het Italiaanse woord voor ‘proficiat’. ‘Congratulazioni!’, zou hij hopelijk weldra tegen Maurizio Fondriest zeggen. De voormalige wereldkampioen, oud-winnaar van onder meer Milaan-Sanremo en het wereldbekerklassement, is in de slotfase van de Vlaamse klassieker de gedoodverfde favoriet. Niet alleen in de optiek van Langedock, maar ook in die van menig toeschouwer en niet in de laatste plaats van de renner zelf. Enkele kilometers eerder, nadat hij middels een korte maar hevige inspanning op twee vluchters was neergestreken, heeft Fondriest zijn concurrentie gemonsterd. In zijn wiel zit een Belg, die de aanstichter van het vluchtgroepje was geweest. Zijn aanwezigheid kan onmiddellijk op de goedkeuring van Fondriest rekenen. Luc Roosen staat immers niet bekend om zijn spurterskwaliteiten. Sterker, de renner die in de nadagen van zijn carrière als mentor voor jong talent is neergestreken bij Vlaanderen 2002, is nog net geen erkend strijkijzer, maar veel scheelt het niet. De derde vluchter is voor de Italiaan een grote onbekende. Lars Michaelsen. Een Deen in Franse dienst bij Festina-Lotus, heeft Lampre-ploegleider Pietro Algeri zijn Italiaanse kopman nog snel vanuit de volgwagen ingefluisterd. Het boezemt Fondriest geen enkele angst in. Iemand van wiens bestaan hij enkele minuten eerder nauwelijks afwist, zal hem nooit kunnen kloppen.
Fondriest moet winnen
Terwijl koersdirecteur Langedock schietgebedjes prevelt dat Fondriest de twee zal weten te verslaan, zingt in zijn achterhoofd iets rond dat een stief kwartier eerder heeft plaats gevonden. En Gent-Wevelgem was op 5 april 1995 nog wel zo aangenaam begonnen. Onder een lekkere lentezon en met niet minder dan zeventien graden op de thermometer vertrok het peloton ’s ochtends voor de 207 kilometer lange koers door het Vlaamse land. Ondanks dat de klassieker dan nog op woensdag wordt verreden, staan er hordes mensen langs het parcours om de renners aan te moedigen. Alles wijst er op dat het een meer dan geslaagde dag zal worden. Ware het niet dat Fortuna, de Romeinse godin die zowel geluk als ongeluk in haar portefeuille heeft, heel andere plannen heeft. Op niet minder dan twaalf kilometer van de finish vindt in de achtervolgende groep, die op dat moment volop jacht maakt op de drie koplopers, een akelige valpartij plaats. In een onbewaakt ogenblik kijkt Steve Bauer even achterom. De Canadees mist daardoor de auto, die door een toeschouwer veel te gemakzuchtig in de berm langs de weg is geparkeerd. Of beter, op de weg. Het voertuig steekt namelijk voor bijna de helft uit. Bauer ziet het te laat en klapt met hoge snelheid tegen het asfalt. In zijn val sleurt de renner van Motorola Johan Museeuw en Zbigniew Spruch mee. Die laatste kan, zij het met meerdere flinke schaafwonden, zijn weg vervolgen. Museeuw en Bauer moeten noodgedwongen opgeven. Vier dagen voor Parijs-Roubaix is het een enorme domper voor beiden, maar ook voor koersdirecteur Langedock. Eerder die dag was ook een andere favoriet voor de ‘Hel van het Noorden’, Franco Ballerini, al tegen het Vlaamse asfalt gekwakt. Het doet het beeld van Gent-Wevelgem als ideale voorbereidingskoers op Parijs-Roubaix vanzelfsprekend geen goed. Integendeel. Groot is dan ook de opluchting bij Langedock als het gehavende trio de zondag nadien gewoon van start kan gaan in Noord-Frankrijk. Ballerini wint op het Vélodrome André Pétrieux. Museeuw wordt derde en Bauer zeventiende. Het imago van Gent-Wevelgem is gered.
Gedane zaken
Wat dan niet meer ongedaan gemaakt kan worden is wie op woensdagmiddag door Langedock gefeliciteerd moet worden met de overwinning. In plaats van ‘congratulazioni!’ dient de koersdirecteur onverwacht ‘tillykke!’ te zeggen. Al ligt het meer voor de hand dat hij in werkelijkheid voor het Engelse ‘congratulations’ zal hebben gekozen. Het is namelijk niet Fondriest die wint, maar de verrassende Michaelsen. Die maakt slim gebruik van zijn status als grote onbekende. De Deense tweedejaarsprof had in 1994 als debutant de Franse semiklassieker Parijs-Bourges gewonnen, maar langer dan dat is zijn erelijst nog niet. Desondanks had hij een contract bij Festina-Lotus versierd. De later zo beruchte ploeg draait ook dan al om Richard Virenque, Laurent Dufaux en Laurent Brochard. Renners die in het Vlaamse voorjaar niets te zoeken hebben. Vandaar dat Michaelsen een vrije rol toebedeeld had gekregen en die buit hij ten volle uit. Eerst probeert hij op iets meer dan twintig kilometer voor Wevelgem dapper, maar vergeefs, alleen weg te komen. Als even later Roosen wegrijdt zit de Deen onmiddellijk op zijn wiel. Iets later sluit alleen Fondriest nog aan. Diens aanwezigheid is geen pre. Sterker, als Michaelsen zijn rivalen kort ziet praten vermoedt hij dat de Italiaan en de Belg het misschien wel op een akkoordje gooien, om in elk geval met die grote onbekende af te rekenen. Wat het duo precies met elkaar bespreekt – misschien vragen ze zich simpelweg af met wie ze nu eigenlijk naar de streep rijden – zal nooit duidelijk worden. Feit is dat Michaelsen op 250 meter van de streep impulsief besluit om een alles of niets poging te wagen. Hij hijst zijn grote, sterke lijf uit het zadel, begint meer vaart te maken en schakelt zijn versnellingsapparaat naar 54×11. Roosen buigt onmiddellijk het hoofd en doet niet eens een poging nog naar de Deen toe te rijden. Fondriest spurt uiteraard wel volop mee, maar ook de oud-wereldkampioen redt het niet. De snelheid van de Festina-renner ligt te hoog om nog langszij te geraken en hem voorbij te steken. Het is centimeterwerk en de finishfoto moet uitkomst bieden, maar die liegt niet. Koersdirecteur Bernard Langedock ziet het met lede ogen aan. Hij had veel liever Fondriest als winnaar van Gent-Wevelgem gehad dan de nog volstrekt onbekende Lars Michaelsen.

Foto Sirotti