Foto Sirotti
De transformatie van de jarige Harrie Lavreysen
Harrie Lavreysen heeft geen benen, maar boomstammen. Toen hij voor de grap eens een meetlint om zijn dijen legde stond er, toen hij helemaal rond was, tussen zijn duim en wijsvinger een ‘7’ en een ‘5’ te lezen. Het had de adem van de Brabander kortstondig doen stokken. Liefst 75 centimeter bedraagt de omtrek van de turbodijen, die Lavreysen al veelvuldig naar topsnelheden op de baan hebben gestuwd.
Naar verluidt kan hij op de zogeheten ‘leg press’ in de sportschool meer dan achthonderd kilo wegdrukken met zijn benen. Niet dat het gemiddelde apparaat bij het fitnesscentrum om de hoek zulke gewichten bevat, maar tegenover presentatrice Dione de Graaff beredeneerde Lavreysen het in de zomer van 2024 heel simpel, tijdens een bezoek aan de NOS Avondetappe in Frankrijk. Die ‘leg press’ doet hij altijd per been. 430 kilo drukt hij dan weg met een helft van zijn onderstel. Een simpel rekensommetje leert dat met beide benen tegelijk het dubbele gewicht zou moeten kunnen worden verstouwd. ‘800 kilo met twee benen zou zeker moeten lukken’, was het droge, zelfverzekerde commentaar van Lavreysen. Enkele seconden later werd meteen het verschil tussen een baansprinter en een wegsprinter duidelijk. Marcel Kittel, eveneens aan tafel op die bewuste juli-avond ergens in Frankrijk, gaf aan in zijn hoogtijdagen iets meer dan vierhonderd kilo te hebben kunnen wegdrukken. Met beide benen samen, voor de duidelijkheid. Een wegsprinter is immers in de basis nog altijd een duursporter, die eerst een koers van ten minste een kilometer of honderdvijftig moet zien te verteren, alvorens aan zijn specialisme te kunnen beginnen. Een baansprinter is een krachtsporter. Een korte, zeer hevige explosie, alsof een stuk dynamiet wordt afgestoken, wordt omgezet in pure snelheid. Maar kort daarna vloeit de kracht alweer weg alsof er plots een onzichtbare speld in die turbodijen is geprikt.
Kleine beentjes
De benen van Lavreysen zijn niet altijd zo buitenproportioneel geweest. Logisch, een kind met dergelijke turbodijen hoort thuis in een rariteitenkabinet, naast mensen met hoorns of vier armen. Wie in het online archief van NRC grasduint, komt een artikel van journalist Dennis Meinema tegen uit het najaar van 2016. De dan nog maar 19-jarige Lavreysen heeft zojuist aangekondigd de overstap naar het baanwielrennen te maken. Nadat voor de vijfentwintigste (!) keer zijn schouder uit de kom is geschoten, als gevolg van een onfortuinlijke smak met zijn BMX-fiets, is de maat vol voor het jonge talent. En vooral voor de artsen, die hem telkens opnieuw moeten opereren en verder zien op te lappen. Alle Nederlandse en Europese titels ten spijt, evenals de grootse toekomst die hem als crossfietser wordt voorgespiegeld. In de dertien jaren dat hij aan BMX-en gedaan heeft, is Lavreysen een paar keer te veel en vooral te hard onderuit gevlogen. Op het moment dat Meinema hem spreekt heeft de gehavende renner net een bijzonder tuigje aangemeten gekregen. ’s Nachts in bed zit het om zijn polsen en verbindt beide armen met een speciale broek. De samenhang zorgt dat de schouders, die het al zo menigmaal zwaar te verduren hebben gehad, niet opnieuw uit de kom schieten zodra Lavreysen al slapend op zijn buik draait. De pijn zou hem onmiddellijk wekken, maar dan zou hij midden in de nacht moeten proberen het gewricht zelf weer op zijn plaats te drukken. Een hachelijk procedé, dat logischerwijs voorkomen dient te worden. Het veroordeelt de kersverse baanrenner tot het maandenlang uitsluitend op zijn rug kunnen slapen, totdat alles goed genoeg hersteld is.
Pijngrens
De jarenlange herhaaldelijke kwetsuren tijdens het BMX-en bezorgen Lavreysen een meer dan bovengemiddelde pijngrens, die uitstekend van pas komt bij zijn transformatie naar baanrenner. Hij zal spieren moeten kweken. Dikke bundels, die hem in staat stellen binnen een handvol seconden hoge topsnelheden te bereiken. De overstap lijkt een onlogische, maar is door de praktische inrichting binnen de KNWU meer voor de hand liggend dan gedacht. De BMX-ers en baanwielrenners worden op topsportcentrum Papendal in Arnhem namelijk samen onderworpen aan een piekvermogentest. Op een ‘wattbike’ mogen de renners om de beurt los. Daar trekt Lavreysen, als hij nog op de crossfiets rondscheurt, onmiddellijk de aandacht. Onder meer die van baancoach Steve McEwen. Die probeert de tiener dan al voorzichtig te verleiden eens op een baanfiets te stappen. Lavreysen wil niets van het plan weten, maar wanneer de artsen na zijn zoveelste valpartij en de bijbehorende operatie met klem adviseren te stoppen met BMX-en, gaat de Brabander alsnog overstag. De rest is geschiedenis. Lavreysen gaat zijn turbodijen kweken. Op de foto bij het bewuste NRC-artikel zijn die nog niet zichtbaar, maar vanaf dat moment groeit de spiermassa in de bovenbenen van de renner als kool. In hetzelfde tempo ontwikkelt zich een erelijst, waarop het aantal overwinningen bijna niet meer bij te houden is. Titels en zeges op zowel sprint, keirin als teamsprint volgen elkaar in hoog tempo op. Hoogtepunt zijn de gouden medailles op alle drie die onderdelen tijdens de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Vanaf dat moment luidt zijn bijnaam ‘Hattrick Harry’ en is iedereen geïnteresseerd in de omtrek van zijn bovenbenen en het gewicht dat hij op een ‘leg press’ wegduwt. Zo moeilijk als het is voor Harrie Lavreysen om bijvoorbeeld goed passende spijkerbroeken te vinden – meestal zitten ze te strak – of op zijn stadsfiets nog snel even aan te zetten voor een oranje stoplicht – de plotselinge spierkracht doet de ketting nog wel eens breken – zo gemakkelijk rijdt hij zijn rondjes op menig wielerbaan.

Van Vleuten verlaat NOS-commentaarpositie vanwege rol bij Fenix-Premier Tech