Foto ERic Houdas, Eric HOUDAS, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons
Verjaardagskalender 28 februari: Claudio Chiappucci (1963)
Als 42 veldrijders, kort na de start op de wielerbaan in het Spaanse Getxo, een haakse bocht naar links nemen en de onverharde maar door de stralende zon goed berijdbare paden op draaien, rijdt een kleine Italiaan in de buik van het deelnemersveld. Het tempo dat de favorieten voor de wereldtitel, onder wie Adrie van der Poel, Danny De Bie en de latere winnaar Henk Baars, meteen vanuit het vertrek aanhouden, is hem onmiddellijk te veel. Meer dan een klassering in het rechterrijtje van de uitslag zal er voor hem weer niet in zitten. Net als de voorgaande jaren.
Foto ERic Houdas, Eric HOUDAS, CC BY-SA 3.0
Foto Sander KolslootToch zal het WK veldrijden van 1990 de laatste mondiale titelstrijd zijn die hij tamelijk anoniem en in de luwte kan rijden. Is de in het kenmerkende azuurblauwe tricot gehulde Italiaan in Getxo niet meer dan een van die wegrenners, die in de wintermaanden zijn conditie op peil houdt door in de achterhoede aan veldritten deel te nemen, een jaar later is hij plotseling een bezienswaardigheid. Als de titelstrijd van 1991 op Nederlandse bodem is, in Gieten om precies te zijn, rijdt hij weliswaar op nagenoeg dezelfde positie als twaalf maanden eerder in Spanje. Nu zwenken de televisiecamera’s tijdens dat WK veelvuldig naar het achterveld. Speciaal voor hem. Om zijn, voor het wedstrijdverloop geheel niet noemenswaardige, prestaties toch volop in beeld te brengen. De Italiaan is in een jaar tijd uitgegroeid van een relatief anonieme renner uit de kantlijn van het peloton tot een superster. En vooral een echte publiekslieveling die, zeker wanneer zijn moeder hem vergezelt, bedolven wordt onder een enorme belangstelling. Het heeft alles te maken met wat zich een kleine vijf maanden na het WK veldrijden in Getxo afspeelt in de eerste Touretappe van 1990. De Italiaan zal die ochtend met Frans Maassen, Steve Bauer en Ronan Pensec meegaan in een monsterontsnapping. Vanaf dat moment verandert het leven van Claudio Chiappucci totaal. Zodra de rit in Futuroscope is gefinisht, zal hij nooit meer roemloos en anoniem zijn.
In tegenstelling tot wat sommige mensen denken als Chiappucci na de twaalfde Touretappe, een 33,5 kilometer lange klimtijdrit naar Villard-de-Lans, het geel overneemt van Pensec is de Italiaan geen volslagen onbekende. Over veel aansprekende resultaten beschikt hij weliswaar niet. Zijn wegseizoen staat al enkele jaren voor het leeuwendeel in het teken van knechten voor Carrera-kopmannen als Urs Zimmermann, Stephen Roche of Roberto Visentini. In 1989 heeft hij echter zowel de Coppa Placci als de Giro del Piemonte weten te winnen. Bovendien wordt hij een maand voor die befaamde ontsnapping in de Ronde van Frankrijk twaalfde in de Giro, waar hij zich bovendien tot bergkoning laat kronen. Het zomaar laten wegrijden van de Italiaan is dus op voorhand een kapitale inschattingsfout van de klassementsfavorieten. Hetzelfde kan gezegd worden over Bauer en Pensec. De Canadees was twee jaar eerder net naast het podium geëindigd in Parijs. Zijn Franse metgezel werd op zijn beurt in 1986 al zesde en in het jaar dat Bauer als vierde finishte, stond Pensec zevende toen op de Champs-Élysées het eindklassement van de Tour werd opgemaakt. De twee zakken gaandeweg de ronde van 1990 echter door het ijs, maar Chiappucci houdt tot de voorlaatste dag stand. Pas dan slaagt Greg Lemond er in de volhardende Italiaan te passeren in het algemeen klassement en, voor de derde maal, in het geel in Parijs te staan. Met een brede grijns op zijn gezicht staat Chiappucci als nummer twee naast hem op het podium.
Vanaf dat moment is de renner van Carrera niet langer knecht, maar kopman. Hij zal uitgroeien tot een van de smaakmakers in het peloton, dat in de eerste helft van de jaren ’90 de Europese wegen onveilig maakt. En tot absolute publiekslieveling. In Italië, vanzelfsprekend, maar ook daarbuiten. Daags na zijn opmerkelijke Tour wordt Chiappucci in Boxmeer onthaald alsof hij de ronde gewonnen heeft. Hij trekt vele malen meer bekijks dan Erik Breukink, die achter hem en Lemond als derde was geëindigd in Parijs en bovendien twee knappe tijdritzeges op zijn naam heeft gezet. Ze verbleken spontaan als de Italiaan ten tonele verschijnt. In gezelschap van zijn moeder staat Chiappucci daags na de Tour aan de start van het traditionele criterium. Claudio als renner. Mama Renata mag het startschot geven. Vijf dagen eerder waren enkele leden van het Boxmeerse organisatiecomité moeder Chiappucci stomtoevallig tegen het lijf gelopen in Lourdes. Op precies hetzelfde moment brachten ze, in de luwte van de zeventiende Touretappe die startte in het bedevaartsoord, een bezoekje aan de plek die volgens velen helende krachten geeft. De Nederlanders trokken onmiddellijk de stoute schoenen aan en strikten Renata voor een bijrolletje tijdens het na-Tourcriterium. Tegen een riante ‘startvergoeding’, logischerwijs. Eerst worden moeder en zoon in de Noord-Brabantse plaats in een open auto rondgereden, alsof ze leden van de koninklijke familie zijn. Mama Chiappucci op de bijrijdersstoel naast organisator Ad Rijnen en zoonlief, vergezeld door een bevallige rondemiss, achterin. Beiden weten niet wat hen overkomt in Boxmeer. Het wieler gekke publiek bedelft de Italianen onder een oorverdovende mengeling van applaus en gejuich. Vanaf dat moment is Claudio Chiappucci niet langer een relatief onbekende renner, die in de wintermaanden buiten het zicht van alles en iedereen rustig aan zijn conditie kan werken in een veldrit. In plaats daarvan is hij voortaan een publiekstrekker, die door bijna de gehele wereld in het hart wordt gesloten. Helemaal als hij in de volgende jaren bewijst dat zijn bijzondere Touroptreden in 1990 geen toevalstreffer was.