Foto McSmit
Verjaardagskalender 5 april: Pieter Weening (1981)
‘Bij Rabobank zakken de aandelen nu met 5,7%! Heb jij nog aandelen, Maarten?’ Op zijn kenmerkende toon beschrijft Mart Smeets in de NOS-microfoon een mogelijk gevolg van het schouwspel, dat zich enkele seconden eerder voor zijn ogen heeft voltrokken. ‘Ja, hier had ik wel aandelen in..’, reageert zijn immer licht cynisch klinkende collega Maarten Ducrot. De twee televisiecommentatoren doen verslag van het Nederlands kampioenschap. In het Limburgse Beek is de befaamde Adsteeg de belangrijkste scherprechter tijdens de nationale titelstrijd van 2010. Niki Terpstra kaapt er het rood-wit-blauw weg voor de neuzen van een trio Raborenners, dat vooral tegen in plaats van mét elkaar rijdt.
Zagen we drie dagen geleden in Dwars Door Vlaanderen nog hoe eenling Neilson Powless het eendrachtig samenwerkende Visma-Lease A Bike-trio Wout Van Aert, Tiesj Benoot en Matteo Jorgenson een hak zette en het collectief in de slotmeters aftroefde, in Beek gooiden de mannen van Rabobank vijftien jaar geleden grote zakken mul zand in hun eigen machine, die er voor een buitenstaander juist zo soepel en goed geolied uit zag. Het drietal in het oranje-wit-blauw van de vroegere boerenleenbank, Pieter Weening, Lars Boom en Koos Moerenhout, zit elkaar in Beek meer in de weg dan dat er sprake is van eendracht. Terpstra is op de Adsteeg de lachende derde. Of vierde, eigenlijk, in dit geval. In dezelfde NOS-microfoon waar Smeets en Ducrot de ontknoping van het NK bespraken, schuift Rabo-ploegleider Erik Dekker enkele minuten later de schuld volledig in de schoenen van Pieter Weening. De Fries zou in zijn ogen als een amateur hebben gereden in de slotkilometers en alles wat je op twee wielen, met een smal zadel onder je bips, verkeerd kan doen ook daadwerkelijk niet goed hebben gedaan.
Het is een understatement om te zeggen dat de verhoudingen tussen Pieter Weening en de leiding van de Raboploeg niet helemaal goed zijn, als op de laatste zondag van juni in 2010 het nationaal kampioenschap in Beek van start gaat. De koers begint al vroeg, aangezien er in diezelfde periode een WK Voetbal wordt gespeeld. De concurrentiestrijd met de bal aangaan kost bijna vanzelfsprekend kijkers, zowel langs het parcours in Zuid-Limburg als thuis voor de televisie, en dus wil de KNWU de nieuwe nationaal kampioen op het podium hebben staan voordat in Zuid-Afrika de bal begint te rollen en de achtste finale tussen Duitsland en Engeland wordt afgetrapt. Vijf dagen eerder heeft Weening uit de mond van technisch directeur Erik Breukink gehoord dat er voor hem definitief geen plek is in de Tourselectie van Rabobank.
De Fries, op dat moment al bijna vijf jaar de laatste Nederlander die er in geslaagd was een etappe te winnen in Frankrijk – in 2005 had Weening in een millimeterspurt Andreas Klöden met een banddikte geklopt en de etappe naar Gérardmer gewonnen. Pas in 2014 (!) zou Lars Boom de volgende Nederlandse ritwinnaar in de Tour zijn – was al diep verbolgen geweest over het feit dat hij in eerste instantie op de reservelijst van zijn ploeg was beland. Door het afzeggen van de geblesseerde Laurens ten Dam had Weening echter alsnog op het laatste plekje in de ploeg gerekend, maar Breukink en zijn stafleden hadden voor Bram Tankink gekozen. Die is in hun ogen meer allround en daardoor beter in staat de belangen van kopmannen Denis Mensjov, Óscar Freire en Robert Gesink in Frankrijk te behartigen. Weening was des duivels toen hij het nieuws vernam. Hij voelt zich belazerd. Misleid. Tegenover NUSport houdt hij vol dat Breukink hem dagenlang een worst voorgehouden had en dat hij ‘een muur van twee meter dik kapot kan slaan’. Getergd staat Weening in Beek aan de start van het Nederlands kampioenschap.
Als de slotfase van het NK aanbreekt en de laatste van veertien rondes van elk 14,7 kilometer is ingezet, is Pieter Weening een van de twee koplopers. In gezelschap van Niki Terpstra is hij weggereden uit een acht man grote groep. Achter het duo rijden intussen twee ploeggenoten van Weening, die de rollen duidelijk verdeeld hebben. Koos Moerenhout beukt de longen uit zijn lijf om de sneller geachte Lars Boom naar het front te brengen. Die kan op de Adsteeg wellicht Terpstra kloppen. Het plaatst Weening in een situatie waarin hij niets hoeft te doen, behalve krachten sparen. Komen zijn ploeggenoten terug, dan kan hij ofwel zelf demarreren of Boom aan de titel proberen te helpen. Slagen ze er niet in, dan is hij vele malen frisser dan Terpstra. Die rijdt in dienst van het Duitse Milram en beschikt met Wim Stroetinga en de afscheid nemende Servais Knaven over niet meer dan twee Nederlandse helpers. De Noord-Hollander is in Beek net Remi uit Alleen Op De Wereld. Weening zou zijn vermoeide ‘gangmaker’ moeten kunnen kloppen.
Op papier lijkt het simpel. Koersen doe je echter doorgaans op asfalt en niet op papier. De praktijk is niet de theorie, zeker niet als een renner vijf dagen eerder teleurgesteld is geraakt in zijn eigen ploeg. Weening heeft helemaal geen zin om een Rabo-collega aan de titel te helpen en al helemaal niet Boom of Moerenhout, die, in tegenstelling tot hijzelf, een week na het NK wel in de Tour mogen aantreden. Bij het oprijden van de Adsteeg, net op het moment dat Moerenhout het gat naar de twee koplopers bijna gedicht heeft, neemt Weening plotseling het commando over van Terpstra en trapt het denkbeeldige gaspedaal eens diep in met zijn rechtervoet. Moerenhout geeft af. Boom zal de laatste tientallen meters naar het front zelf moeten overbruggen.
Doordat zijn ploeggenoot vooraan ineens versnelt, slaagt hij daar niet in. Boom valt stil. En Weening vervolgens ook, want die heeft zijn krachtexplosie veel te vroeg in gezet om vol te kunnen houden tot aan de finish. De grote profiteur van de interne strubbelingen binnen de Raboploeg heet, vanzelfsprekend, Niki Terpstra. Hij spurt Weening enkele tientallen meters voor de verlossende streep voorbij en eist de Nederlandse titel op. Druk gesticulerend en slaand op zijn stuur komt Weening enkele seconden later als tweede binnen. Hij is vooral boos op zichzelf. De nationale titel grijpen zou de ultieme revanche zijn geweest op zijn ploegleiding, maar hij had de kracht niet meer om Terpstra te kloppen. Terwijl Smeets en Ducrot zich verbazen hoe het Rabo-collectief naast het rood-wit-blauw heeft gegrepen, staat Pieter Weening met gemengde gevoelens naast de nieuwe Nederlands kampioen op het podium. Hij had dolgraag zelf op het hoogste treetje gestaan, maar is stiekem opgelucht dat daar ook geen ploeggenoot staat.