forza paolo‘Forza Paolo’. Het staat er echt. In grote witte graffitiletters. Zomaar langs de kant van de weg tussen Corfino en Sulcina, diep in de heuvels van Toscane, op een oud schuurtje. Kilometerslang geen stip witte verf te bekennen op het hobbelige asfalt, maar op dit grauwe verwaarloosde gebouwtje, dat in een redelijk steile bocht (ik schat vijf procent) tegen een heuvel is aangezet, is er plots deze aanmoediging.

Mijn eerste gedachte gaat gelijk uit naar die grote kleine man. Hoe zou het met hem zijn, amper een lustrum na zijn afscheid? Als renner was hij geliefd in het peloton, als bondscoach van Italië is hij dat ook. Wellicht is het vanwege die sociale status dat zijn naam nauwelijks opduikt temidden van alle dopingperikelen. Hij was in 2007 al wel eens betrokken bij een akkefietje – de organisatie van het WK in Stuttgart wilde hem van deelname weren omdat hij een antidopingregel niet wilde ondertekenen – maar ‘De Krekel’ won die zaak en werd voor de tweede keer wereldkampioen.

Maar was ‘Forza Paolo’ wel voor hem bedoeld? Het lijkt in eerste instantie onwaarschijnlijk, anno 2013, bijna zes jaar na zijn laatste wereldtitel. Eens het rijtje Italiaanse toprenners van nu langsgaan… Vincenzo, Domenico, Michele – nee, allemaal niet. Ivan, Alessandro, Damiano en Danilo, nee. En voor de generatie van Diego, Elia en Moreno ziet de tekst er al te oud uit.

Zou het echt voor de vriendelijke Toscaan geweest zijn? Hij is in Cecina geboren, niet meer dan 140 kilometer van deze slecht geasfalteerde weg vandaan. Maar is hier wel ooit een koers van enige betekenis gepasseerd? Een waarin hij furore maakte? Of moest maken? De finish moet dan haast wel in Sulcina geweest zijn, een dorpje waarna de weg al snel onbegaanbaar wordt voor een groot peloton. Er doemt bovendien een natuurpark op.

Gek eigenlijk; het ‘nieuwe wielrennen’ gaat op papier pas in 2008 in, meteen na zijn twee wereldtitels. Ook, overigens, na die van Tom Boonen en Oscar Freire; twee andere (oud-) namen uit de Mapei-Quick Step-stal. Terwijl de nummer twee van de mondiale titelstrijd van 2006, Erik Zabel, recentelijk bekende niet alleen in 1996 maar in praktisch zijn hele carrière doping te hebben gebruikt, duiken die namen in geen enkel rapport op.

Terug naar ‘Paolo’. Fornaciari? Lanfranchi? Zal toch niet. Te lang geleden en teveel knechten. Tiralongo zou kunnen. Al is de klimmer van Astana niet bepaald de meest aansprekende Italiaan in het peloton. Zeker geen renner die een aanmoediging op een oud schuurtje nabij Corfino verdient. Ook al is het een lelijk schuurtje.

Ik denk het wel. Het was voor hem. Sterker, ik weet het zeker. Er is niemand in Italië zo gek om op deze plek, op deze manier, iemand anders dan de Olympisch kampioen van Athene aan te moedigen. Een factcheck laten we achterwege. Dit is ruim zes jaar oud, dit heeft de tand des tijds doorstaan. En in dit land worden grote renners op een voetstuk geplaatst, hartstochtelijk aangemoedigd, vereerd. Dat zal eind september in Firenze, tijdens de WK, niet anders zijn.

In Castelnuovo di Garfagnana, op zo’n vijftig à zestig kilometer boven Lucca, passeerden we nog op dezelfde dag de Via Gino Bartali, een straat vernoemd naar die andere Toscaanse wielerheld. De naam werd omlijst door een prachtig wit bordje. Fonkelnieuw.

Stefan van der Weyde

Sinds de dagen van Breukink, Bugno en Chiappucci houdt Stefan van der Weijde er van om naar wielrennen te kijken. En om lijstjes bij te houden. En om erover te schrijven. Bij De Stentor en Infostrada Sports combineerde hij al enkele van die hobby's. Doet dat nu ook voor de NOS.

Latest posts by Stefan van der Weyde (see all)