Gedachteloos klikte de sportjournalist op het muziekclipje dat hem was toegestuurd. ‘Full gazz’ heette het, ‘Vocsnor band’ de uitvoerende artiest. Heel artistiek was het niet wat hij zag en hoorde. Eerder amateuristisch, simpel, een tikkeltje gênant zelfs. Toch bleef de sportjournalist kijken. Want de locatie waar de clip was opgenomen, die bracht een heel ver weggestopte herinnering bij hem boven. Het was de wielerbaan in Mexico waar hij afgelopen zomer op zoek was gegaan naar eeuwige roem. Tevergeefs: Dion Beukeboom (“Wie? Beukeboom? Dion? Een vrouw?”) bleek op 22 augustus niet in staat om verder in één uur te fietsen dan Sir Bradley Wiggins een paar jaar eerder in Londen had gedaan.

Waarom Beukeboom niet slaagde? De sportjournalist had wel een paar verklaringen: de hoge luchtdruk op de dag van zijn poging, een val die de voorbereiding danig in de war had gestopt, te weinig publiek, de verkeerde muziek. Feit was dat de renner het niet had gehaald, er geen Nederlandse wielerhistorie was geschreven en de sportjournalist zonder scoop weer huiswaarts was gekeerd. Spot en hoon waren hem daar ten deel gevallen – want dacht hij nu echt dat zo’n onbekende wielrenner (“Wie? Beukeboom? Dion? Een vrouw?”) harder zou kunnen fietsen dan Bradley Wiggins? Dan heb je echt geen verstand van wielrennen, zoveel was hem wel duidelijk gemaakt.

De sportjournalist had zijn conclusie getrokken. Hij had zijn werkterrein verplaatst naar niche sporten zoals onderwaterhockey, freerunnen en zwerkbal, en het wielrennen gelaten voor wat het was. Tot nu, want de beelden van een fietsende Victor Campenaerts in de Velódromo Bicentenario in Aguascalientes wakkerde het werelduurrecordvuur waarvan hij gedacht had dat het helemaal gedoofd was weer aan. De witte blaashal die razendsnel opwarmde als het zonnetje ging schijnen. De draaideuren bij de ingang. De blauwe en rode stoeltjes op de tribune. De houten piste die in de zomer nog heimelijk geschuurd moest worden.

De sportjournalist sloot zijn ogen. Hij zag de Nederlanders weer met de stofzuiger op de baan bezig. Het hielp amper want dat stof bleef maar terugkomen. Heb je je een jaar in het zweet gewerkt om het prestigieuze werelduurrecord te verbreken, ligt er stof op de baan! Dat is toch hilarisch. En dan die Beukeboom die zijn hoofd had kaalgeschoren vanwege de warmte: was het gewoon fris op de dag dat hij moest fietsen! Ze hadden de lampen aangedaan om de hal wat op te warmen maar dat hielp natuurlijk geen zier. En helemaal van den zotte: die motor die rondjes was gaan rijden om de luchtcirculatie op gang te brengen! Zie je het voor je? Een motor op de piste die voor een windje mee moet zorgen. Dolkomisch toch! Maar liefst drie (drie!) minuten was de luchtdichtheid een ietsje pietsje gezakt nadat de motor was gestopt. Marginal gains zouden bepaalde wielerliefhebbers zeggen. De sportjournalist noemde het kwakzalverij.

Hoofdschuddend opende de sportjournalist zijn ogen weer en richtte de blik op het schermpje van zijn telefoon. Zijn ogen werden groter en groter. “What the fuck!” riep hij uit. Daar op 50 seconden in de clip, daar stond diezelfde zwarte motor langs de baan. Verdomd, als het niet waar is. Kuddegedrag! Gaan die Vlamingen dezelfde pseudowetenschappelijke fratsen uithalen als Beukeboom en co? Ook het hoofd kaalscheren zeker?

Geobsedeerd keek de sportjournalist verder. Op 2.40 in de clip brak het zweet bij hem uit. Daar, blokjes op de Côte d’Azur die verkeerd lagen! Dat hadden de Belgen vast afgekeken van die maffiose Italiaanse, die Bussi die een maand na Beukebooms poging het uurrecord bij de vrouwen had verbeterd in Aguascalientes. Slim zouden bepaalde wielerliefhebbers zeggen. “Valsspelerij” schreeuwde de sportjournalist. Hij wist een dreigende collaps ternauwernood te vermijden door het clipje te sluiten.

Vanavond 18 uur Nederlandse tijd wordt het prestigieuze werelduurrecord wielrennen weer aangevallen. Victor Campenaerts is de renner, Vocsnor zijn bijnaam, ‘The Campenator’ de naam van zijn fiets. De sportjournalist gaat niet kijken.

Jurgen van Teeffelen

Jurgen van Teeffelen (1968, Hilvarenbeek) is freelance journalist. Hij werd besmet met het wielervirus toen hij als 8-jarige op vakantie in Frankrijk de Tourkaravaan voorbij zag komen. Was vooral ook onder de indruk van de grote Michelinman. Thuisgekomen monteerde hij een racestuur op zijn jongensfiets en ging rondjes rijden op het pleintje voor zijn huis. Bij afwezigheid van een derailleur vond hij het virtuele schakelen uit: alleen de handbeweging was voldoende om het gevoel van wielrenner te zijn op te wekken. Vele jaren later heeft hij heel wat andere sporten geprobeerd, maar hij komt toch weer altijd bij het wielrennen terug. Wanneer hij op zijn tijdloze titanium fiets de majestueuze pieken van de Utrechtse Heuvelrug bedwingt voelt hij zich weer de 8-jarige Jurgen van vroeger. Gaat dan spontaan virtueel schakelen. Hij hoopt nog altijd zijn kinderen enthousiast te krijgen voor het wielrennen, maar vooralsnog vinden die het saai. En daar snapt Jurgen dus helemaal niks van. Zijn hogere doel: een biografie over Jaanus Kuum schrijven.