Ongelooflijk! Ongelooflijk?

By |woensdag 15 juli 2015|

Froome dun Vorige week keek ik met steeds groter wordende ogen naar de etappe die eindigde op de Muur van Huy. Of nee, ik moet dat anders zeggen: mijn ogen werden tijdens de laatste paar meters van dat klimmetje groot. Heel groot. Het was een akelige etappe geweest, met Tom Dumoulin die letterlijk de Tour uit schoof en Cancellara die uiteindelijk als een oude man over de streep kwam. Mijn grote ogen waren echter het gevolg van een heel ander fenomeen: Christopher Froome. Het magere mannetje knalde daar als een volleerd klassiekerrenner die vermaledijde Muur op. Ik schreef er meteen een boos stuk over, maar toen ik mijn bord pasta en een glas wijn achter de kiezen had, dacht ik, nee, toch maar niet, hier komt alleen maar gezeik van.

Inmiddels zijn we ruim een week verder. En zat ik gisteren opnieuw met grote ogen naar de tv te kijken. Want verdomd, daar ging-ie weer, dat magere mannetje. Ondertussen was het op twitter al een paar dagen een komen en gaan van verhalen, klimanalyses, beschuldigingen, dreigementen en felle bezweringen van zeker niet en juist wel. Ik las me een ongeluk, retweette een flink aantal van die stukken en raakte langzaam maar zeker de weg kwijt; de waarheid vermorzeld tussen ego’s, overtuigingen en twijfelkonten die het ook niet meer wisten. Zelf ga ik al een behoorlijke tijd uit van wat een sportjournalist – de naam ben ik tot mijn spijt kwijt – een paar jaar geleden stelde: als je als sportkijker denkt: wat een ongelooflijke prestatie, dan ís het vaak ook een ongelooflijke prestatie. En zo zat ik dus vorige week naar die beklimming van de Muur van Huy te kijken. En ook de etappe van gisteren bekeek ik zo. Ongelooflijk! On-ge-loof-lijk!Maar goed, er zijn ook genoeg gerenommeerde deskundigen die het helemaal niet zo ongelooflijk vinden. Die – net als de zekerweters van ongelooflijk – alles weten van wattages, kilo’s en stijgingspercentages en op basis van al die kennis zeggen dat het knap is, jazeker. Maar ongelooflijk? Nee.
En ik? Ik verlang alleen nog maar naar mijn jongere ik. Mijn jonge en naïeve ik.

Mariska Tjoelker

Mariska Tjoelker (1970) kreeg de liefde voor de koers met de paplepel ingegoten. Mooie zomerherinnering: 30 graden in de schaduw, televisie in de tuin, parasol erboven, haar vader in een klapstoel, zij ernaast, ook in een klapstoel, kijkend naar hoe de wapperende manen van Gert-Jan Theunisse de Alpe d’Huez bestormen. Is ieder jaar weer een week van slag als het laatste rondje over de Champs-Elysées gereden is. Fietst zelf ook en juicht in stilte als ze zo af en toe eens een vent voorbij weet te rijden. In het voorjaar van 2016 debuteert ze bij uitgeverij Thomas Rap met haar boek over wielerkampioene Mien van Bree. Dat er straks een boek van haar in de winkels ligt, vindt ze overigens nog altijd ongelooflijk - en dat is dan voorzichtig uitgedrukt.


Favoriete wielerboeken:

Latest posts by Mariska Tjoelker (see all)

Related Post

One Comment

  1. Piet Konings 16/07/2015 at 11:02 - Reply

    Zucht.

Geef een reactie