Jacques-Charles Sels, Antwerpenaar, kwam in 1920 bij een auto-ongeluk aan aan zijn einde. De wielerjournalist overleed terwijl hij op verkenning was voor de wedstrijd Milaan-Antwerpen, die gehouden werd als opmaat voor de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. Hij werd 58. Sels was geroemd, geliefd en gerenommeerd. Notabene een Franse krant organiseerde daarom voor hem in 1921 een In Memoriamkoers: Schaal Sels.

Sels werd dus geboren voor de Frans-Duitse oorlog en toen werd er nog helemaal niet gekoerst. Hij heeft dus ook zelf niet echt competitief gefietst maar raakte wel bevangen toen koersen populair werd. En schreef er over. Veel en voor iedereen die zijn stukjes wilde hebben. Voor meer dan 15 kranten. Kennelijk deed hij dat goed; volgens mij is er geen wielerwedstrijd zo oud die vernoemd is naar een journalist.

1921. Dat is 95 jaar geleden. Zondag 28 augustus werd de 91ste Schaal Sels verreden. Voorheen een mooie, sjieke dame op de kalender waar vooral de afgelopen decennia sprinters kwamen winnen. Een beetje een slap aftreksel van de Scheldeprijs; niet mijn favoriet, met alle respect. Nog zo’n koers bij Antwerpen. Weinig onderscheidend, te voorspelbaar. Reis je niet vanuit Nederland voor af, ondanks al die historie.

Zo stond Schaal Sels in Nederland bekend. Mooie historie, geen heroïek. Beetje richting het prachtige Hoogstraten koersen en kijken wie er het snelste weer terug is. Beetje GP Zottegem, net iets meer dan een Kermiskoers, Sluitingsprijs misschien, Scheldeprijs vooral.

In 2014 werd Schaal Sels niet verreden. Niet vanwege een Wereldoorlog maar vanwege ‘problemen op het parcours’. Niemand die daar in Nederland wakker van lag. Op Wikipedia klinkt de historie ronkend en wordt de koers vooral gezien als een klassieker, maar dat is Wikipedia. Strontkoers! (Sorry, Steven de Jongh!)

Toen nam voorzitter Ben Simons een dapper besluit. Hij vroeg Johan Museeuw en Nico Mattan als koersdirectie om de Schaal Sels te renoveren voor 2015. Zij tekenden een volledig nieuw parcours. De polderwegen ten noorden van Antwerpen kenden ongekende hindernissen. Dat werkte desastreus. Na afloop verklaarde de altijd innovatieve Patrick Lefevre: “Hoe lang gaan renners dit nog pikken?” Maar was het zo desastreus? Renners genoten, het publiek genoot, de organisatie had pech met de stortbuien in de vroege morgen (en wellicht waren de maisvelden er net iets over) maar het was wel koers! En geen schijtsprinterskoers. Ik was er vorig jaar bij, zat samen met mijn zoon een extra uur te wachten op renners die vanwege een neutralisatie helemaal niet meer kwamen (voor de signaalgever, de enige in de polder bij ons, vond ik het zelfs zielig) maar ik zag wel dat hier een klassieker van 90 jaar oud herboren werd. Wat een potentie! Vorig jaar genoot ik al en dacht ik aan de metafoor van de Phoenix die uit zijn as kan herrijzen.

Een jaar later. De stofwolken over de discussie van 2015 zijn opgetrokken. Patrick blijft weg. De organisatie heeft geleerd. Geen maisvelden meer. Het is prachtig weer. Net als vorig jaar, maar minder drukkend. Het deelnemersveld is minder indrukwekkend; Patrick heeft na de Paus de meeste invloed in de Vlaamse wielerwereld. Maar het is koers! Ik ga vandaag de koers op de voet kunnen volgen. Voldaan, met vriend Marc, voorzien van de juiste stickers (“organisatie” zelfs, want voor Het is Koers), drinken we nog even vlak voor de start een bak koffie, naast het rommelige rennerskwartier. Koers zoals het in Vlaanderen bedoeld is. De zoveelste renner zet zijn fiets tegen het terras om in het café naar het toilet te gaan. Een Brit uit Team Wiggins. Uitgeplast pakt hij zijn fiets weer. Ik vraag of hij enig idee heeft wat voor koers hij vandaag gaat rijden. Dat heeft hij niet, maar hij heeft er wel veel over gehoord. We wensen hem geluk. We waarschuwen hem, Nummer 104. Geen idee wie het is. Een Brit.

De koers vertrekt. Wij rijden via de snelweg door het havengebied om voor het eerst de koers op te pakken bij de eindeloze kasseistrook van de Torenseweg. Kopgroep, nu al met voorsprong. Overspringende kettingen; dit zijn echte kasseien. Maar nog geen onverharde wegen.
De kopgroep nadert. 35 km gereden. Daarna het peloton. Een rijder blijft achter. Lekker band. Nummer 104. Ik zeg bijdehand: “I told yo u so!” Hij grijnst. De Brit.

De koers is prachtig. Anders dan andere koersen. Ik heb bijna 10 keer Paris-Roubaix gezien maar deze koers, nu goed georganiseerd, kan daar op termijn aan tippen. De vergezichten in dit Vlaams-Nederlandse land zijn zelfs voor iemand die in Friesland woonde ongekend. Weinig Vlamingen en Nederlanders kennen vlakbij een wereldhaven zulke vergezichten in eigen land. De koers is steeds anders; net als ik het ken uit Paris-Roubaix. Alles op een zakdoek, je ziet de koers makkelijk vele malen, nooit zie je exact hetzelfde.

Het duurt twee jaar voordat je de bizar ingewikkelde routekaartjes snapt. Terra incognita. Steeds word je gered door de autosnelweg Antwerpen-Bergen op Zoom als je de koers wilt bijhouden. Zelfs de mannen die bidons aan moeten geven weten niet precies of hun renners nu van links of van rechts gaan komen. Maar iedereen geniet van de schoonheid, verbaast zich over de geasfalteerde polders, de stroken, kassei of onverhard, en iedere wiellerliefhebber staat te genieten. Deze wedstrijd is een ongekende parel.

Nadat we de laatste doorkomst bij Café-Restaurant De Leeuw van Vlaanderen (garnalenkroketjes, doen!) hebben gezien, zitten we in 5 minuten op de snelweg naar Merksem. Lopend naar de aankomst komen we meerdere renners tegen die er eerder zijn dan de wedstrijd. Onder het stof en met duidelijke plekken van meer dan één valpartij zien we onze Brit. 104, Team Wiggins. Hij herkent ons. “Jullie hadden gelijk”. “Heb je ervan genoten?” vraag ik. “Ja, maar toen ik al kapot was en bidonnen haalde, blies de helikopter me de gracht in. Maar wat een koers, volgend jaar kom ik terug!” Dixit Daniel Patten, nummer 104, Team Wiggins. En hij heeft er van genoten. Wij ook.
En het zou zo maar eens kunnen dat Jacques-Charles het met hem eens is.

Ik complimenteer de koersdirectie na afloop. Ze zijn content, maar klagen over de concurrentie in dit weekend. Nico Mattan zegt dat Plouay wel erg ongunstig viel. Ik zeg dat dat toch een strontkoersje is… Het valt even stil. Deze Nico had helaas even niet nauwkeurig genoeg het palmares van zijn vriend Nico bekeken.

Overigens won nooit iemand uit de huidige koersdirectie de Schaal Sels.

Nico Oudhof

Nico Oudhof (1968) kan dit jaar zijn hart ophalen. Verklaard liefhebber van (Noord-)Frankrijk, wielrennen (jaarlijks aanwezig bij Paris-Roubaix, gaat ook dit jaar weer kleumen op de Haaghoek bij de Omloop Het Nieuwsblad) en de geschiedenis van La Grande Guerre. Mocht Herbert meer willen weten dan de lokale kastelen, dan kan hij bellen. Gestrand wethouder, eigenaar van Nico Oudhof Advies en Interimmanagement. Tevens trots organisator van tochten langs de slachtvelden van de Eerste Wereldoorlog (www.reizennaarwo1.nl)