Wie in de overcomplete archieven van Dewielersite.net zoekt naar de naam “Walter Greaves”, komt van een koude kermis thuis. Greaves is nooit profrenner geweest, hij heeft zelfs nooit aan amateurwedstrijden deelgenomen. Volgens de algemeen geldende definitie van ‘wielrenner’, is Walter Greaves nooit wielrenner geweest.

Een fietser, hooguit.

*

Walter Greaves groeit aan het begin van de twintigste eeuw op in Bradford, in een tijd dat de wolindustrie er groeit en bloeit en het geld tegen de plinten laat klotsen. De stad gonst van economisch optimisme. De familie van Walter is een uitzondering op die regel: vader Greaves werkt als dokter – al is hij daar niet voor opgeleid – maar vaker werkt hij helemaal niet, dan ligt hij laveloos in een hoek van de lokale tapperij.

Als Walter Greaves veertien is, verliest hij zijn linkeronderarm bij een bizar verkeersongeluk. De arm wordt verbrijzeld door een voorbijrazende tram, maar het bizarre aan het ongeluk is dat Walter op dat moment bezig is uit een auto te klimmen, een auto die door zijn dronken vader wordt bestuurd.

Walter wordt een volwassen gehandicapte in een stad waarin economische voorspoed en zelfredzaamheid afgoden zijn die dag in, dag uit worden aanbeden. Ze noemen hem ‘een links probleemgeval’, een werkloze bolsjewist die zijn ongeluk omzet in afgunst. Hoe en waar Walter Greaves destijds heeft besloten om zijn leven een andere wending te geven en zich aan de fiets te wijden, is onbekend. Wat met zekerheid kan worden vastgesteld, is dat hij begint te fietsen, vooral in de Penninen, een heuvelgebied in de buurt van Lancashire. De fiets brengt hem wat niets anders in het leven hem kan geven: een gevoel van onafhankelijkheid, het idee dat hij zijn leven kan inrichten zoals hij dat wil. Het slachtoffer Walter bestaat niet meer, de doelloosheid is vervangen voor een doel. Incomplete linkerarm of niet: hij zal iets doen wat niemand ter wereld hem ooit heeft voorgedaan.

Op 6 januari 1936 is Walter Greaves 29 jaar en woont hij nog bij zijn ouders. Die ochtend vertrekt hij aan het stadhuis van Bradford. Burgemeester Pearson drukt hem een brief in de hand.

‘Voor de burgemeester van York, daar kom je toch wel?’

Spaart hem weer een postzegel.

Walter knikt, stopt de brief in zijn achterzak, stapt op zijn fiets – die een week te laat geleverd is – en fietst dan het stadhuisplein af, de wereld in. Op weg naar de meeste gefietste kilometers in een jaar tijd.

Het wereldjaarrecord stamt uit 1911, de eerste houder was de Fransman Marcel Planes, die in 365 dagen 55.790 kilometer reed. Sindsdien is het tijdrovende record drie keer verbeterd. Op het moment dat Walter Bradford achter zich laat voor zijn poging, staat het op naam van Ossie Nicholson, een Australische oud-prof die zich liet begeleiden door een manager en een verzorger, die in een auto met verschillende reservefietsen achter hem aan reden.

Walter Greaves heeft dat allemaal niet, sponsors die zich aan hem en zijn recordpoging hebben willen verbinden waren onmogelijk te vinden en geld voor reservefietsen en begeleidingsteams is er niet. Hij moet het doen met een fiets, met een rem. Zijn poging vindt plaats in de eenzaamheid waaraan je de gek herkent.

De winter van 1936 is de strengste winter in jaren, de wegen zijn glijbanen vol plakkaten van bruin geworden sneeuw en spiegelgladde lagen ijs en Walter valt die eerste weken om de haverklap. Als overtuigd vegetariër houdt hij zich aan een strikt dieet van melk, bruin brood, tomaten, appels, noten en sinaasappelsap. Ook hartversterkertjes komen er in die ijskoude maanden niet in: Walter is geheelonthouder.

In het begin is er weinig interesse in zijn tocht, maar na verloop van tijd trekt het megalomane plan van de eenarmige jongen uit Bradford meer en meer de aandacht. In de lokale krant Telegraph and Argus verschijnt een artikel met de kop ‘Persistence on a bicycle’. De eerste zin luidt: ‘W.W. Greaves, the one-armed Bradford cyclist, is a hero.’

Zijn eenzame wedstrijd, zijn koers tegen de elementen en de kilometers wordt nog wat heroischer als hij die zomer wordt aangereden, waarna hij veertien dagen kan fietsen. Ondanks alle tegenslag rijdt op 13 december 1936 een man met anderhalve arm een ereronde door Hyde Park. Honderden Londenaren hollen of fietsen in zijn kielzog: met 43.996 gefietste mijl in ongeveer elf maanden heeft Walter Greaves, de man die vanaf zijn veertiende jaar gewend is aan het idee dat het niks met hem zal worden, het wereldjaarrecord op de fiets verbroken.

Die avond is er een receptie in een chic hotel. De bekende dancehall-act The Western Brothers tonen hem een heuse award, uitgereikt door Three Spires Cycles, het Bradfordse fietsenmerk dat Walters fiets geschikt heeft gemaakt voor iemand die moet schakelen, remmen en sturen met slechts een arm. Als een uitgelaten journalist hem een glas champagne aanbiedt om te proosten op zijn onvoorstelbare prestatie, zegt Walter: ‘Als ik mezelf wil vergiftigen, doe ik het wel met arsenicum.’

Na zijn succesvolle jaar 1936 opent Walter Greaves een fietsenzaak. Maar een handelaar is hij nooit geweest: liever dan fietsen te verkopen, zit hij in zijn werkplaats achterin te prutsen aan onorthodoxe fietsen en frames. Nadat een brand de winkel bijna volledig in as legt, besluit hij zijn droom te verwezenlijken en opent hij Winifred’s Cafe, een pleisterplaats voor zowel mens als fiets, een hipsterbroedplaats decennia avant la lettre. Ook Winifred’s wordt geen doorslaand succes en het leven van Walter Greaves verzandt weer in wat hem als jongeman al zo in de weg zat: wantrouwen jegens alles wat naar autoriteit neigt. Steeds meer trekt hij zich terug boven de zaak, samen met zijn vrouw Renee en hun huisdier, een klein aapje. Daar werkt hij jaren onafgebroken aan een autobiografie die, eenmaal voltooid, door geen enkele uitgever de moeite van het publiceren waard bevonden wordt.

In 1987 sterft Walter Greaves, tachtig jaar oud, aan de Ziekte van Parkinson.

*

Het record van Walter Greaves hield niet lang stand – binnen een jaar werd het tweemaal verbroken, door Bernard Bennett en door René Menzies. Maar de vermelding in het Golden Book of Cycling, die nemen ze hem ook postuum niet meer af. Het verhaal van Greaves bewijst dat definities er soms naast kunnen zitten: nooit gekoerst, toch renner.

Frank Heinen

Frank Heinen (1985). Neerlandicus. Schrijft voor: HP/De Tijd, De Muur, Hard Gras, 8weekly, Spits, de Volkskrant, Hetiskoers, Nieuwe Revu, nrc.next en wie maar wil. Won: Hard Gras Prijs 2009. Auteur van 'Uit Koers'. Speelt: zaalvoetbal, squash. Supportert voor: renners die fijne verhalen opleveren en vervolgens vergeten worden.


Auteur van (of meegewerkt aan):

Latest posts by Frank Heinen (see all)