Vergeten wielrenner: Wegmüller, Thomas

thomas wegmullerThomas Wegmüller (28 september 1960)

10 april 1988. Parijs-Roubaix. Kort na de start van de Helleklassieker ontstaat er een omvangrijke kopgroep. Dertien man krijgen toestemming om enkele uren lang het peloton vooraf te gaan over de tientallen kasseistroken.

Die enkele uren zullen de hele dag duren. Van de dertien zullen er elf her en der afvallen, als tien klein negertjes uit een boot. Zij die weerstaan, zullen gaan sprinten voor de zege.

De één heet Dirk de Mol, de ander Thomas Wegmüller. Die laatste is een Zwitserse tweedejaarsprof, één die vandaag op iedere kasseistrook als een gek op kop gereden heeft.

Achter hem dunde het groepje steeds verder uit. Als snippers van een in woede verscheurde krant dwarrelden de resten van de kopgroep over het parkoers. Slechtsn die verdomde Vlaming bleef in zijn wiel bleef plakken, als kauwgom aan een schoenzool.

Het is een an sans in Roubaix: zonder grote namen, maar ook zonder wielerbaan. Het velodroom van Robeke, die gure, met hout beklede badkuip ergens aan het eind van de wereld, is ingeruild omdat er sponsors zijn, sponsors met belangen. De streep is vandaag getrokken halverwege tussen Nergens en Niemandsland, om hoofdsponsor La Redoute een pleziertje te doen.

Op anderhalve kilometer van de streep wordt het duel tussen de twee beslist door een plastic zak, die doelgericht in de richting van het versnellingsapparaat van de Zwitser wappert.

In de sprint kan hij niet schakelen, De Mol wint.

Na de finish huilt Wegmüller. Tussen de lange, hoge uithalen door verstaat een enkeling wat hij zegt. ‘Alsof er iemand aan mijn broek trok!’

Thomas Wegmüller begon pas met wielrennen toen het eigenlijk al te laat was. 22 was hij toen hij de fiets pakte en er werk van maakte. Op latere leeftijd lukte dat waarvan niemand dacht dat het nog mogelijk was: nadat hij Zwitsers amateurkampioen geworden was, kon hij prof worden. Kort na zijn debuut schreef hij al de GP Lugano op zijn naam.

Een natuurtalent, dachten ze. Maar Wegmüller was geen natuurtalent, zijn lichaam was niet begiftigd met uitzonderlijke krachten.
Het was zijn geest.

In wezen droomde Thomas Wegmüller maar van één ding: zijn lichaam onderwerpen aan de ultieme fysieke test. De grenzen van zijn uithouding hertekenen, als een dictator op een blinde kaart van een te veroveren gebied. De geest moest terrein winnen op het lichaam, iedere wedstrijd weer.
Zijn bijnaam luidde The Terminator. Niet voor niets.

Wielrennen was voor Wegmüller veeleer een medisch experiment, een zoektocht naar waar zich de ultieme diepten van het lijf bevinden. Er waren dagen dat hij aan de start kwam, grijnsde en sprak, tegen niemand in het bijzonder maar zo hard dat iedereen het kon horen: ‘Vandaag heb ik zin om iedereen hier eens verschrikkelijk veel pijn te gaan doen.’

Het resulteerde in een carrière van monsterontsnapping, meer heroïek dan overwinningspremies, meer zinloze aanvallen dan intelligent koersen, meer fysieke dan intellectuele inspanning. Al kun je je afvragen waar bij Thomas Wegmüller het lichaam eindigde en de geest begon.

Zijn onverdroten aanvalslust maakte van Wegmüller een cultfiguur. Hoe minder hij won, hoe populairder hij werd, de omgekeerde evenredigheid van de antiheld met wie je toch geen medelijden hoefde te hebben.

Vier jaar na Parijs-Roubaix kreeg hij onverwachts nog een kans voor open doel om een Monument op zijn naam te schrijven. Weer was er een monstervlucht, weer verrekende het peloton zich. En wéér vergooide Wegmüller zijn

kansen door kilometers lang de kar van een kopgroep van vier over de Vlaamse heuvels te trekken. Op het laatste bergje van de dag, de Bosberg, was zijn experiment voorbij en zijn lichaam leeg. Dit keer was het Jacky Durand die van hem wegreed en de mooiste zege uit zijn leven boekte. Voor Wegmüller restten de complimenten, complimenten en nieuwe gegevens voor zijn eeuwigdurend onderzoek naar het kunnen van zijn eigen lichaam.

In 1994 stopte hij met wielrennen, moegeëxperimenteerd. Een jaar later al verhuisde hij naar Cyprus, waar hij zich toelegde op het organiseren van fietsreizen. Wie wil weten hoe het tegenwoordig met Thomas Wegmüller gaat, surft even naar de website van BikeCyprusTeam Wegmüller: ‘Entdecken Sie mit uns das Aktiv-, Bike- & veloferien-Paradies Zyperns, neu an der Pissouri Bay!’

Wat de site niet vermeldt: kort na de start zal de organisator demarreren en u urenlang als een locomotief over het eiland sleuren.

Frank Heinen

Frank Heinen (1985). Neerlandicus. Schrijft voor: HP/De Tijd, De Muur, Hard Gras, 8weekly, Spits, de Volkskrant, Hetiskoers, Nieuwe Revu, nrc.next en wie maar wil. Won: Hard Gras Prijs 2009. Auteur van 'Uit Koers'. Speelt: zaalvoetbal, squash. Supportert voor: renners die fijne verhalen opleveren en vervolgens vergeten worden.


Auteur van (of meegewerkt aan):

Related Post

2 Comments

  1. Guido 23/10/2012 at 11:21 - Reply

    Prachtig verhaal, prachtige renner ook.

  2. Joep Scholten 24/10/2012 at 16:56 - Reply

    Pakweg een jaar of wat geleden verbleven we in Larnaka, vanwege een nascholing voor huisartsen. Er was tijd gereseveerd voor de schoonheid van het eiland. Bij toeval stuitte ik op een naam die me bekend voorkwam. Die middag reden tien artsen plus mezelf onder leiding van Thomas. Niet zieltogend in zijn wiel zoals de fantasie van de schrijver wil geloven, maar prettig ‘und gemächlich’ en dan op zijn Zwitsers uitgesproken. Zijn wielerverleden was nauwelijks onderwerp van gesprek; Cypus was genoeg. Dat kreeg vanaf een ATB gezien een heel bijzondere aanblik.
    Naast elkaar rijdend namen we wat namen door. Bij het afscheid klonk; ‘Gruss du Erich von mir’.
    Tja Erik, die plotseling alle tijd van de wereld heeft.

    Wielrennen, een mooie sport. Jammer dat het zo veel fantasten aantrekt die er al schrijvend hun eigen waarheid in verliezen.

Geef een reactie