WK Innsbruck, op de weg naar Igls

By |donderdag 27 september 2018|

Het is maandag in Innsbruck en fris. Been- en armstukkenweer. Vandaag beklim ik de lokale WK-rondeberg naar Igls, een lopende klim van 6.9 km lang en 5.7% steil. Liefst zeven keer mogen de mannen er zondag overheen. Ik vind een keer genoeg.

Onderweg naar de berg raak ik de weg kwijt. Mijn GPS-signaal is verdwenen, wat vaker gebeurt hier, en Innsbruck is vreemd voor me. Ik zoek het bekende slot Ambras, waar de renners langskomen en de Belgen waarschijnlijk ruzie gaan lopen maken met de rest van het peloton, maar het ligt te verscholen. Ik spreek een Oostenrijks koppel aan, dat mijn nationaliteit gelijk correct herkent door mijn accent en het feit dat ik een fiets heb. Ze blijken zelf ook liefhebbers te zijn. Vooral de vrouw, die vraagt of ik speciaal voor Dumoulin kom. “Ja, en voor Weening’, antwoord ik. Zij kwam alleen voor Tom. Snap ik, juichen voor Gogl of Grossschartner kan lang op zich laten wachten zondag.

Het koppel loodst me naar het begin van de klim, nu nog een drukke rotonde, inclusief snelwegafslag. Maar nergens dreigt gevaar, Innsbruckers houden rekening met fietsers. En zelf mogen ze er ook graag opzitten.

Het eerste stuk langs de berg op, richting het slot, is peanuts. Brede weg, type provinciaals. Meer dan 4% is het niet. Langzaam wordt het steiler, en ik kom op een gedeelte met hectaren vol groen vers gras en hekken langs de kant van de weg: de fanzone. Er staat ook een groot beeldscherm. Misschien morgen alvast een plekje voor zondag afzetten met linten. Dan zijn m’n vrienden er ook bij. Die komen donderdag. Een van hen vlucht al 3 maanden lang elk vrij moment dat hij heeft naar zijn hoofd, om daar te fantaseren over Innsbruck, bijvoorbeeld over wat ik nu aan het doen ben.

We zullen zondag niet de enige Nederlanders zijn, want in de eerste 3 haarspeldbochten wordt het asfalt veelvuldig gesierd door de oneliners “Go Bauke’ en “Go Tom” met de betreffende hoofden ernaast. Ik maak al fietsend een foto. Maximaal stijgt het hier tot 10%. In het eerste smetteloos keurige vakantiedorpje (Innsbruck heeft er naar verluid 25 om zich heen liggen), vlakt het af. Hier kunnen de Hollandse meesteraanklampers eventueel weer naar de voorste wielen toe rijden. Ik maal ondertussen verder. Tussen dorpje 1 en 2, dat 1.5 kilometer verderop ligt, zou ik als ik een klimgeit was mijn aanval plaatsen, het is daar 8-10% op zijn steilst.

Na het tweede dorpje stijgt het nog even door met gemiddeld 7%. Ik passeer meerdere camperterreinen waar ik al plukjes campers zie staan. Nog geen Vlaamse leeuwen te ontdekken. De laatste twee kilometer zijn wat vlakker, 5-6%. Op de top stuur ik de ongeduldige vriend een foto van Bauke op het asfalt en van het adembenemende decor wat ik voor me heb. Vindt ie verschrikkelijk.

De afdaling is steiler dan de klim. In het begin heb ik dat nog niet zo door, omdat het een uitgerolde grijze loper is waar Chris Froome op zijn stang zou gaan zitten (als ie meedeed) en zelfs ik ongemerkt boven de 60 per uur uitkom. Als ik weer een vakantiedorpje passeer zie ik een haardspelbord staan met 12% erop. Ik vrees dat Pinot en ik niet van de komende kilometers gaan houden. Dat klopt in ieder geval al voor een van de twee.

Eenmaal beneden doorkruis ik Innsbruck voor een tweede keer, maar nu met parcourskennis. De stad heeft 130.000 inwoners, en een rustige avondspits, waar ik op m’n gemak doorheen laveer.

Ik heb nog wat energiereep in mijn bloed en besluit als toetje de slotklim van zondag van de andere kant op te rijden. Morgen trotseer ik ‘m aan de officiële zijde. Het schijnt een gruwel te zijn, met stukken van 28%. Ondertussen werk ik me al bochtend een weg naar boven. Ik zuig elke haarspeld diep in me op, terug in Nederland moet ik het weer een jaar zonder stellen.

Op de top tref ik een restaurant aan, een gondel en een mooi uitzicht. Daar neem ik een poosje akte van en daal weer af via dezelfde weg. Nibali zou hier wel eens een beslissing kunnen forceren. Maar als ik zie hoe de meeste tourfietsers hier met hun tong op het asfalt boven komen, vrees ik dat de beslissing voor Vincenzo dan al lang en breed genomen is. En bovendien, wie kwam er met een leeg darmstelsel in de Giro van vorig jaar ook al weer sneller van de top van de Umbrailpas afzeilen dan de Italiaan…

Jan Hermsen

Jan Hermsen is tekstschrijver.

Latest posts by Jan Hermsen (see all)

Related Post

Geef een reactie